Een Rotterdammer in Leeuwarden: Het idee dat iedereen weet hoe het moet behalve jij

Daniël Coenen.

Daniël Coenen verhuisde samen met zijn gezin van Rotterdam naar Leeuwarden. Hoe beleven zij de overstap van de Randstad naar Friesland? In een wekelijkse column vertelt hij de komende tijd over wat hij meemaakt. Vandaag deel 52: Het idee dat iedereen weet hoe het moet behalve jij.

Op het moment dat ik de trein instap, staat er ‘sneltrein’ op het bord. Maar wanneer we rijden, blijken we een stoptrein te zijn geworden. Eentje met vertraging. Bij elkaar zit ik ruim een uur in de trein terwijl ik rekende op 34 minuten. Kortom: ik ben weer forens.

(Grappig verhaal: ik had een directeur die altijd met de auto reisde. Maar vanwege het milieu stapte hij over op de trein. De eerste keer op het station moest hij naar Utrecht. Hij zag de sprinter, dacht ‘dat klinkt lekker vlot’, en stapte in. Dat was leerzaam.)

De dag ervoor startte juist vlot. Ik vertrek om 8.08 uur van het schoolplein; de trein vertrekt om 8.17 uur. Die ga ik halen, besluit ik. En zo gebeurt het. Ik juich vanbinnen dat ik het gejakker met de stadsfiets nog niet ben verleerd.

Het is ook een kleine mentale overwinning. Ik vind het vaak spannend als ik iets voor het eerst moet doen, en niet weet hoe het werkt. Vooral praktische dingen, zoals inchecken op een vliegveld. Heel vaak was ik heel vroeg op een luchthaven. Eerste keer schoolplein, de eerste nacht op een camping – zelfde verhaal. Het idee dat iedereen weet hoe het moet behalve jij. Ik doe nog steeds geen boodschappen met een zelfscanner.

Het liefste had ik de logistiek van huis tot trein vooraf geoefend. Fietsroute, stalling in, stalling uit, looproute, incheckpaal, perron, trein. Maar ik besloot: ik ben 37 jaar, reis al jarenlang dagelijks met de trein, breng twee kinderen groot (lijkt te lukken tot nu toe) – dit moet ik kunnen. En het lukte dus. Fijn.

Sowieso fijn aan het werk te zijn. Maar het grote voordeel van niet-werken is als sneeuw voor de zon direct verdwenen. Want het verbouwinkje voor ons huis heeft toch meer aanlooptijd nodig. De beoogde kleur van onze nieuwe bank bleek helemaal niet leverbaar voor het gekozen model. Waar haal ik de tijd vandaan?

Gelukkig heb ik mijn zoon. Ik heb hem naar school gebracht en sta op het plein nog te ouwehoeren. Dan klinkt het door de openstaande deur: “Papa, je moet toch werken? Waarom ga je niet naar Groningen?”

Ook in het weekend stelt hij de juiste prioriteiten. We bezoeken Jelsum omdat een studievriend die bij ons logeert een Fries dorpje in het echt wil zien. Lopend over de begraafplaats van de kerk, dringt het tot hem door. “Papa, ik wil niet begraven worden. Ik wil gewoon blijven lopen. En ik wil ook niet dat jij doodgaat want dan ga ik je missen.” Tranen in zijn ogen, en in de mijne natuurlijk. Werken kan je opslokken, maar de essentie is ergens anders.

Reageren? daniel_coenen@hotmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Instagram