Domme dingen

Als je nooit domme dingen doet krijg je later spijt. Dik zeventien jaar geleden bestelde ik na lang piekeren, want was een hond eigenlijk niet heel lastig, een puppy bij een betrouwbare fokker.

Jantien de Boer.

Jantien de Boer. FOTO NIELS WESTRA

Toen ze uit haar moeder gleed was het meteen duidelijk.

Ze was het enige meisje tussen zes broers en daarom werd ze van mij.

Omdat ik in de stad woonde leek het de fokker verstandiger om mij een teefje te geven. Reuen van haar soort gaan nog wel eens de strijd aan met andere honden, was de gedachte, maar met een teefje zou ik in het park geen gesodemieter krijgen.

Achteraf bleek ze veel haniger dan haar broers. Ik moest alle zeilen bijzetten om haar binnen de perken te houden. Spastische mensen vond ze verdacht en als we wankele dronkemannen op parkbankjes passeerden ging haar staart dreigend omhoog.

Pas na lang trainen leerde ze dat zich niet overal mee hoefde te bemoeien. En gelukkig werd ze niet alleen door mij, maar ook door andere honden opgevoed, al overspeelde ze soms ook haar poot.

Ooit werd ze, best jong nog, door een boxer gevloerd. Met ontblote tanden torende hij boven haar uit. Pas toen hij zijn gebit tegen haar keel zette gaf ze zich over.

‘Ze is 5 en weegt 50 kilo. Mijn dode hond past er wel twee keer in.’

Andere mensen vonden onze bruine reu, met wie ze later een echtpaar vormde, vaak leuker en liever maar voor mij was zij nummer 1.

En nu is ze al dik anderhalf jaar dood en merk ik dat ik haar zoek. Ik probeer haar te vangen in de ogen van andere honden en laatst zag ik haar op internet voorbijkomen.

Ze is 5 en weegt 50 kilo. Mijn dode hond past er wel twee keer in. Maar ik herken de blik. Ik herken het oogwit, de bruine irissen, de vacht en de stand van de oren.

Vaak kiezen mensen voor huisdieren die op hun oude dieren lijken, las ik ergens en ik denk dat het klopt. In de ogen van onze jongste kat herkende ik de persoonlijkheid van mijn oude, dierbare dooie kater en met zijn wat-kan-mij-het-schelenkop maakt hij nog steeds alle verwachtingen waar.

Daarom dus denk ik nu na over een hond van 50 kilo. Iedereen met wie ik spreek vindt het dom. En misschien is het dat ook wel.

Als ik nooit meer koekjes eet en eindelijk weer eens in een strakke, zweterige broek ga joggen, weeg ik over een tijdje misschien evenveel als die dikke, zwart-witte joekel met de vertrouwde oogopslag.

Ze heeft mijn ideale BMI en als ze meemoet in de auto beslaan waarschijnlijk alle ramen. Maar als je nooit eens domme dingen doet krijg je later spijt. Denk ik.

Zojuist keek ik weer even naar haar foto. Mogelijk is er een adoptant, las ik. Een andere adoptant.

Gelukkig maar. Of niet. Of wel. Of niet.

jantien.de.boer@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column