Dit stikstofbeleid laat zoveel kansen liggen. Laat ministers terugkomen met realistische doelen en langere termijnen om betere oplossingen in praktijk te brengen | opinie

‘De overheid kiest voor de ‘eenvoudige’ maatregel van uitkopen, maar werkt zo langs en niet mét de realiteit.’ FOTO ANP/SEM VAN DER WAL

Het is goed dat Nederland doorpakt met hervormingen in de landbouw. Maar de ingezette koers is paniekerig en gaat voorbij aan kansen voor boer én biodiversiteit.

De Nederlandse regering wil minder vee omdat de huidige veestapel te veel druk legt op de natuur, de biodiversiteit en de waterkwaliteit. Ik ben het daar mee eens. Om die reden heb ik zelfs een eigen kaasmerk op de markt gebracht. Daarmee wil ik laten zien dat het anders kan, duurzame zuivel maken inclusief natuur.

De manier waarop de regering haar doelen wil bereiken, is echter niet de mijne. Sterker, het nu gepresenteerde stikstofbeleid is zeer eenzijdig, tot mislukken gedoemd, geeft geen toekomst en benut niet de mogelijkheden die er zijn. Ik zal uitleggen waarom.

Ten eerste zijn de doelen volstrekt onhaalbaar. Zelfs als alle vee uit Nederland weg is, worden de doelen niet gehaald. Wat je ook doet, het zal niet genoeg zijn. Het voelt bij het belachelijke af als je ziet dat Vlieland 95 procent stikstof moet reduceren, terwijl er geen boer op Vlieland te bekennen is en er ook geen auto’s mogen komen.

Ten tweede wordt geen onderscheid gemaakt tussen intensieve en extensieve (natuurinclusieve of biologische) boeren, terwijl de laatste al tegen de economische stroom in duurzame stappen hebben gezet. Dat is onlogisch en onrechtvaardig.

Ten derde ligt de nadruk in het nu gepresenteerde beleid veel te veel op saneren. Wat heeft de overheid de duurzame boeren van de toekomst te bieden? Welke landbouw wil ze in Nederland nastreven?

Geen basis om op te bouwen

Ik hoop dat de provincies en de Tweede Kamer de ministers terugsturen naar de tekentafel. En dat ze daarna terugkomen met realistische doelen en langere termijnen. Een langere termijn biedt mogelijkheden om het geld veel gerichter en daarmee effectiever in te zetten voor biodiversiteit, klimaat, milieu én voor een toekomstbestendige veehouderij en zuivel. Met vervolgens niet alleen een pakket van uitkoop en eisen om de stikstofemissie te verlagen, maar ook concrete handvatten om te extensiveren en boeren te stimuleren zelf biodiversiteit te realiseren. Er wordt wel gesproken over een perspectief voor grondgebonden veehouderij en faciliterend beleid, het is echter (opnieuw) niet uitgewerkt en er is dus geen basis om op te bouwen.

Met een realistischer en concreter plan van aanpak bied je de boeren keuzes en perspectief, in plaats van dat je ze alleen maar de nek omdraait. Draagvlak creëren onder en met de boeren in het landelijk gebied leidt bovendien tot een veel effectievere besteding van middelen.

In de kern wil de overheid – en ook wij en met ons veel boeren – naar een extensieve en natuurinclusieve melkveehouderij in Nederland toe. Er is echter altijd onvoldoende op gestuurd. Intensiveren bleef hiermee de meest logische economische keus voor boeren. Met als gevolg te intensieve varkens-, kippen- en melkveebedrijven die te afhankelijk zijn van voerimporten, de belangrijkste bron van het stikstofoverschot.

Ook nu kiest de overheid, waarschijnlijk vanuit juridisch oogpunt, voor een ‘eenvoudige’ maatregel van uitkopen, maar werkt daarmee langs en niet mét de realiteit. Intensieve bedrijven kunnen nog steeds blijven bestaan inclusief alle import van veevoer. Het probleem wordt dus niet opgelost en niet neergelegd waar het hoort.

Het levert pas echt eenvoud op als de overheid gaat focussen op grond met maximale stikstofemissies per hectare in plaats van gebouwen en locaties. Het is eerlijker voor extensieve bedrijven die al duurzaam zijn en in grond hebben geïnvesteerd, het geeft voor alle boeren eindelijk richting aan een grondgebonden melkveehouderij (maximaal zoveel vee per hectare).

Extensivering levert zoveel meer op, veel meer dan velen verwachten. Als eerste is er minder import van veevoer, er zal minder kunstmest nodig zijn. Op het melkveebedrijf zelf ontstaat een kleinere stikstofkringloop met minder emissies, doordat de stikstof- (of eiwit-)concentraties en emissies van gras tot koe omlaag gaan. De ‘grondgebondenheid’ is tegelijk positief voor klimaat, water en biodiversiteit.

Meer grond, minder uitspoeling van stikstof

Wat voorbeelden. Meer grond betekent minder vraag naar kunstmest om toch nog voldoende gras te produceren. Klavers en kruiden krijgen meer kans, er is minder energie nodig voor de productie van kunstmest. Ook leidt dit tot een omschakeling van mais naar gras. Dit zorgt voor minder uitspoeling van stikstof en is goed voor landschap, biodiversiteit en opslag van koolstof (en zo het klimaat).

Koeien zullen langer kunnen weiden en er komt er ruimte voor andere gewassen, al dan niet in samenwerking met akkerbouwers. Dit levert bijproducten als energie- en eiwitbronnen voor koeien. We zetten hiermee stappen naar regionale voedervoorziening en verminderen het voer via de Rotterdamse haven, een belangrijke veroorzaker van aantasting van biodiversiteit elders (kap van regenwouden ten behoeve van sojateelt).

De extensivering gaat niet vanzelf. Duidelijkheid in regelgeving met stapsgewijze aanscherping in bijvoorbeeld vijftien jaar zet neuzen dezelfde kant op voor de langere termijn en geeft boeren tijd. Doordat er minder mag op grond, kan de grondprijs best eens gaan dalen en werkt het beleid nivellerend. Anders gezegd: de grond is nu wel eens te duur omdat er te veel op mag.

De overheid kan de boeren met een deel van het ‘saneringsgeld’ helpen om te extensiveren door boerennatuur (vergoeding voor natuurmaatregelen, zoals weidevogelbeheer en vernatting) en het ontwikkelen van ‘landschapsgrond’ (permanente omzetting van landbouw naar boerennatuur). Want wat zou het mooi zijn voor het landschap en de biodiversiteit als elke boer 20 procent van zijn grond zou omzetten naar natuur voor weidevogels of invult met landschapselementen, verschraling en vernatting. Als de overheid hierin investeert, slaat ze twee vliegen in een klap: ondersteuning bij extensivering met minder emissies en realiseren van meer biodiversiteit.

De Nederlandse overheid moet wel meer, maar hoeft het niet alleen te doen. Brussel betaalt nu al mee met natuurmaatregelen en de overheid kan andere Europese middelen beter en gerichter inzetten voor dit doel. Laten we stoppen met het uitsmeren van Europese middelen over alle boeren onder het mom van inkomensondersteuning. En laten we dit gerichter gebruiken voor boeren die investeren in maatschappelijke doelen zoals biodiversiteit.

Beslissers in keten: van woorden naar daden

Ook particulieren willen meedoen, zoals nieuwe initiatieven laten zien. Mooie voorbeelden zijn Land van Ons en het recente Friese initiatief, grondcoöperatie Rijkdom van boer Pieter van der Valk, waarbij particulieren investeren in ‘landschapsgrond’. Deze ontwikkeling lijkt klein, maar kan wel eens heel groot worden. Veel burgers zijn er ‘klaar’ mee en willen met eigen investeringen invloed uitoefenen.

Landbouworganisaties willen graag inzetten op behoud van de veestapel en de uitdagingen die er zijn oplossen met technologie. Ik geloof daar niet in, omdat de totale kringloop niet klopt met veel inbreng van veevoer uit Zuid-Amerika en kunstmest. Wel kan technologie op bedrijfsniveau tot extra besparingen leiden, bijvoorbeeld door het opvangen van stikstof en dit vervolgens zelf te gebruiken als meststof. Een financiële stimulans voor deze ontwikkeling kan wel eens meer opleveren dan velen denken, maar is desondanks geen oplossing voor een te intensieve veehouderij.

Voor ons is dit denken niet nieuw. Met onze kaas, De Fryske, werken we al zo. De Fryske wordt gemaakt van de melk van momenteel vier Friese melkveehouders. Deze vier boeren waren zo stoer om anders te gaan maaien, anders te gaan bemesten, anders te gaan voeren en anders met de weidevogels om te gaan. Ze namen afscheid van hun traditionele zuivelcoöperatie om aan ons melk te gaan leveren. Nu worden ze beloond met een meerprijs uit de markt.

De vraag naar onze kaas groeit snel en we zullen binnenkort meer boeren nodig hebben. Het is een signaal dat de markt verandert en beslissers in de keten (inkopers, winkeliers, consumenten) van woorden naar daden gaan.

Stel realistische doelen en termijn

We willen de zuivelwereld laten zien dat er wel degelijk een alternatief is. Hoe het met een goed verdienmodel eerlijker kan voor de natuur en de boer. Dat je de biodiversiteit kunt herstellen. Dat het dode grasland weer kruidenrijk wordt. En hoe de grutto weer kan terugkeren in de Friese weilanden.

We zijn pas écht geslaagd als de traditionele zuivelreuzen ons voorbeeld volgen. Zich achter de oren krabben en denken: het is slimmer om het ook anders te gaan doen. Het resultaat kan zijn dat we met Nederlandse kaas het duurzame verschil maken in West-Europa en over de hele wereld. Dit biedt grote marktkansen en is goed voor de reputatie van de Nederlandse zuivel.

Afsluitend: ik ben blij dat de regering nu eindelijk doorpakt met de hervorming van de landbouw in Nederland. De ingezette lijn is echter paniekerig, niet opbouwend, scheert alle boeren over één kam en is respectloos. Juridische haalbaarheid is leidend, het houdt geen rekening met de mogelijkheden in de praktijk voor zowel boer als biodiversiteit.

Door het meer tijd te geven, komt er lucht om betere oplossingen in praktijk te brengen. Vee verplicht koppelen aan grond is de juiste richting, creëert duidelijkheid voor de toekomst en levert dubbel zo veel op voor de biodiversiteit.

Daarom: terug naar de tekentafel, terug naar realisme in doelen en tijd. En veel meer focus én middelen op robuuste en natuur-inclusieve ontwikkeling van de melkveehouderij in Nederland.

Catharinus Wierda is ondernemer en oprichter van De Fryske-kaas in Oudemirdum.

Nieuws

menu