Deltaplan: meer onderbouwing, minder propaganda

‘Leer van de kritiek ten aanzien van grote infrastructuurprojecten.’ FOTO ARCHIEF LC Foto: niels de vries

Willen de hernieuwde plannen voor een snelle spoorlijn kans maken, dan is er inspraak en gedegen onderzoek nodig. Trek lessen uit de geschiedenis met de Zuiderzeelijn.

Decennialang heeft het Noorden gelobbyd voor een snellere spoorverbinding van Groningen via Drachten, Heerenveen en Lelystad met de Randstad. In 1997 adviseerde de commissie-Langman het eerste kabinet-Kok de mogelijkheden van een Zuiderzeelijn te onderzoeken en maakte de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Jorritsma bijna 3 miljard euro vrij voor de aanleg. Volgens haar zou daarmee vóór 2010 kunnen worden begonnen.

Verschillende varianten van de Zuiderzeespoorlijn werden ontwikkeld, waaronder een magneetzweeftrein. Al in 2006 bleek dat de kosten veel hoger zouden uitvallen dan de gereserveerde 2,73 miljard euro. Ook wees onderzoek uit dat de economische impuls voor Noord-Nederland veel geringer zou zijn dan verwacht.

Bovendien uitte de Tweede Kamercommissie-Duijvestein scherpe kritiek op de besluitvorming ten aanzien van grote infrastructurele projecten en adviseerde zij de lopende procedure voor de Zuiderzeelijn op te schorten.

Uiteindelijk besloot het kabinet in 2007 op basis van de Structuurvisie Zuiderzeespoorlijn de plannen af te blazen, omdat de versterking van de economische structuur en de werkgelegenheidseffecten niet zouden opwegen tegen de kosten van de investeringen. Ter compensatie kreeg het Noorden twee miljard euro voor verbetering van meerdere spoor- en wegverbindingen, waaronder de Haak om Leeuwarden en de verbetering van het knooppunt Joure.

In 2018 werden de plannen nieuw leven ingeblazen, nu onder de naam Lelylijn. Het grote verschil met de Zuiderzeelijn is dat de Noordelijke provincies en de provincie Flevoland ditmaal niet alleen om geld bedelen, maar ook iets aanbieden. Het is de bestuurders in deze provincies namelijk niet ontgaan dat de Randstad te kampen heeft met een nijpend tekort aan woningen. Ze bieden aan om in hun provincies 220.000 woningen extra te bouwen, waarvan 45.000 in Friesland.

De provincie Fryslân laat zich in de Telegraaf van 24 juni monde van gedeputeerde Fokkens uiteraard lovend uit over de plannen en ziet alleen maar voordelen, zoals uren [sic!] minder reistijd naar de Randstad, woningen en werk voor de jeugd, bestrijding van de krimp en een aantrekkelijk leefgebied om Friezen om utens te verleiden terug te keren naar it Heitelân . Ook VNO-NCW Noord en MKB Noord-Nederland zien alleen maar positieve effecten, met name voor het bedrijfsleven.

Aan de uitkomsten van alle eerdere onderzoeken naar de kosten en baten van de Zuiderzeelijn en aan de scherpe kritiek van de commissie-Duijvestein op de besluitvorming van destijds wordt voorbijgegaan. Sterker nog: de plannen van de provinciale bestuurders zijn zonder diepgaand onderzoek en inspraak gelanceerd.

Welke stappen zijn nodig voor de presentatie van plannen met zulke ingrijpende gevolgen voor de sociaaleconomische en ruimtelijke ontwikkelingen van Noord-Nederland en Flevoland?

Leer van de kritiek van de commissie-Duijvestein op de besluitvorming ten aanzien van grote infrastructuurprojecten. Ontwerp een democratisch besluitvormingsmodel dat ook de mienskip betrekt bij het opstellen van plannen voor een spoorverbinding en de bouw van extra woningen bovenop de reguliere plannen.

Geef opdracht aan onpartijdige deskundigen, zoals het Centraal Planbureau, de Structuurvisie Zuiderzeespoorlijn te actualiseren en de sociaaleconomische effecten van de bouw van 45.000 extra woningen in beeld te brengen.

Schenk daarbij aandacht aan mogelijke bedreigingen van de pluspunten van Leeuwarden, Drachten, Heerenveen, Joure en Lemmer, waar een groot gedeelte van de geplande 45.000 woningen naar alle waarschijnlijkheid terecht zal komen. Deze plaatsen hebben een aantrekkelijke woonomgeving met schone lucht, aangrenzende natuurgebieden, vele recreatiemogelijkheden en, vergeleken met de Randstad, redelijke woningprijzen.

Wat betekent de bouw van zoveel extra woningen voor de aantrekkelijkheid van het woon- en economische klimaat van deze plaatsen? Wat betekent het voor de krimpregio’s in Noord-Fryslân? Zullen bedrijven uit de krimpregio’s bezwijken onder de zuigkracht van de kernen gelegen aan de nieuwe spoorlijn? Onderzoek ook of mensen in het westen wel bereid zijn te verhuizen. Weegt een betaalbare woning in het Noorden op tegen alles wat men achterlaat bij vertrek uit de Randstad?

Met de ondoordachte plannen waarmee gedeputeerde Fokkens en haar collega’s nu aan het lobbyen zijn in Den Haag, lopen het Noorden en Flevoland het risico dat de ondertitel van de brochure van VNO-NCW-MKB, ‘Als we doen wat we deden, dan krijgen we wat we kregen’ bewaarheid wordt.

Henk Folmer en Jeltsje van der Meer-Kooistra zijn respectievelijk hoogleraar ruimtelijke economie en financieel management aan de Rijksuniversiteit Groningen

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Opinie
Lelylijn