De wegenbouwers en de Indianen | opinie

‘Er zijn 1700 enorme zandzakken in de tunnel gelegd om de wanden te stutten.’ FOTO ANTON KAPPERS

Ben ik even blij dat ik wandel. Het aquaduct in de A7 tussen Joure en Sneek is al een tijdje buiten werking, dus alle autoverkeer wordt daar omgeleid.

Oorzaak is een betonnen tunnelsegment dat is losgeraakt; normaal gesproken houden ankers zo’n tunnelsegment op zijn plaats. Zeker in veengrond is dat belangrijk. Elk segment telt liefst veertig stalen ankers van 11 tot 15 meter lengte en 15 centimeter diameter. Maar een aantal heeft het begeven.

Daarom zijn er nu 1700 enorme zandzakken in de tunnel gelegd om de wanden te stutten, want grondwater stuwt het gewraakte tunneldeel omhoog. Al dat zand zorgt voor een tegendruk die vier keer zo hoog is als die van het grondwater.

Het aquaduct stamt uit 1976 en is pas 46 jaar oud. Het is overigens de oudste tunnel van Noord-Nederland. Voor Rijkswaterstaat is het nog altijd een raadsel hoe dit kon gebeuren.

Grondverzakkingen 1976

Niet dat ik het wel weet, maar een krantenknipsel van 17 juni 1976 doet de nodige vermoedens rijzen. Toen berichtte het Nieuwsblad van het Noorden over enorme grondverzakkingen als gevolg van de onttrekking van grondwater voor de bouw van uitgerekend de tunnel in het A7-tracé. In plaats van de vergunde 1,5 miljoen kubieke meter werd door de aannemer het tienvoudige weggepompt. Bij Uitwellingerga werden vloeren van huizen onveilig en gingen muren scheuren. Een aantal botenloodsen stortte in. Dat was toen.

Het geval deed me denken aan een essay van de in 1934 geboren Amerikaanse boer en dichter Wendell Berry. In A Native Hill (1968) beschrijft hij hoe de wegenbouwers in Kentucky met veel geweld en zonder al te veel kennis van de ondergrond hun wegen door de Amerikaanse staat aanlegden. Daartegenover stelde hij de Indianen die voorzichtig waren, de eigenaardigheden van de bodem en het lokale klimaat doorgrondden omdat ze er al generaties waren gevestigd. Lokale, eeuwenoude wijsheid stelde hij tegenover brute kracht.

Berry: ,,De wegenbouwers daarentegen waren niet verankerd, plaatsloos. Daarom bezaten ze maar weinig kennis.’’

Niet meer dan een voetpad

De oudste weg door het gebied waar Berry zijn gewassen verbouwde, was een Indiaans pad door de wildernis. Die toestand bleef eeuwen ongewijzigd.

Berry: ,,De Indianen, die de wijsheid en de gratie hadden om misschien wel tienduizend jaar in dit land te leven zonder iets ervan te vernietigen of te beschadigen, hadden voor hun reizen niet meer nodig dan een voetpad. Maar hun opvolgers, die in tijdsbestek van anderhalve eeuw zeker de helft van de vruchtbare bodem plunderden en vrijwel alle bossen rooiden, vonden maar meteen dat ze een weg moesten hebben.’’

Of die snelweg nu noodzakelijk was of niet, voor Berry typeerde dat asfalt de relatie van de nieuwkomers met hun land en hun landschap. Dat geldt natuurlijk ook voor de eigentijdse Friezen met hun snelwegen.

Zef Hemel is planoloog en bezetter van de Abe Bonnema leerstoel aan de Rijksuniversiteit Groningen en de TU Delft.

Nieuws

menu