De wachtlijsten van de Engelse gezondheidszorg | column Niele Posthumus, onze man in Manchester

Niels Posthumus, Onze Man in Manchester.

Ik ontmoet Laura in een pub niet ver van mijn huis. Zij blijkt als verpleegkundige te werken in een groot publiek ziekenhuis in Manchester. Ze ziet er moe uit. Ze heeft er dan ook net vier lange nachtdiensten op de eerste hulp op zitten. Ze drinkt wodka-lemon, met een rietje.

Ze is niet meer gelukkig meer op haar werk. ,,Het is zwaar”, zegt ze. Acht jaar doet ze het werk nu. In principe met plezier. Maar vooral sinds de coronacrisis is het tekort aan personeel enorm. Ze vertelt dat de werkdruk intussen echt ondraaglijk is geworden. Dus zoeken steeds meer van haar collega’s een andere werkplek. Vaak in een beter betalende en rustiger privékliniek. Of in een heel andere sector. En dat doet de werkdruk voor wie achterblijft alleen maar nóg weer verder stijgen.

Iedereen betaalt er belasting voor

,,Patiënten die bij ons op de eerste hulp binnenkomen en van wie de aandoening niet direct levensbedreigend is, moeten meestal wel een uur of dertien wachten tot zij een arts zien”, zegt ze. ,,Dat is niet fijn hoor, op zo’n ijzeren ziekenhuisstoeltje.” Het maakt de mensen boos. Ze reageren zich af op het verplegend personeel. Laura begrijpt dat wel. ,,Ik schaam mij soms echt voor het ziekenhuis.”

Alle Britse publieke zorg is ondergebracht in de National Health Service (NHS). En de zorg die de NHS biedt, is gratis. Nou ja, iedereen die werkt betaalt er belasting voor. Maar bij de doktor of het ziekenhuis hoef je nooit af te rekenen. Een verzekering is evenmin nodig. Tenzij je naar een privékliniek wil.

Het klinkt als een mooi systeem: toegankelijke zorg voor iedereen. De NHS, met 1,3 miljoen mensen in dienst de grootste werkgever van het Verenigd Koninkrijk, is van oudsher dan ook geliefd. In een peiling in 2018 noemde 54 procent van alle ondervraagden de NHS een van de typisch ‘Britse dingen’ waarop zij het meest trots waren. De NHS scoorde daarmee hoger dan het Britse koningshuis.

300.000 mensen wachten langer dan een jaar

Het probleem is alleen dat zulke trots niet betekent dat Britten ook massaal voor de NHS willen werken. Zelfs al voor de coronapandemie stonden er in Engeland bijna 100.000 NHS-vacatures open. Er bestaat vooral een tekort aan verplegers. Al is ook aan doktoren een schrijnend gebrek. Volgens de medische denktank The Health Foundation werken er nog geen vier ziekenhuisartsen per 100.000 inwoners in het VK. Dat is het laagste aantal in Europa. Ook is er te weinig medische apparatuur beschikbaar: machines zoals CT- en MRI-scanners. Dat gaat ten koste van de efficiëntie.

Het kan tot gevaarlijke situaties leiden. Het Royal College of Physicians vroeg vier jaar geleden 1500 NHS-doktoren in Engeland, Wales en Noord-Ierland naar hun ervaringen. Tweederde gaf aan dat de patiëntenveiligheid aan het afnemen was. En bijna 7 miljoen Engelse patiënten staan inmiddels op een wachtlijst voor een niet-levensreddende operatie – bijvoorbeeld aan heup of knie. De BBC berichtte begin dit jaar dat 300.000 patiënten zelfs langer dan een jaar op zo’n ingreep wachten. Dat is erg naar. Want zij mogen dan niet aan hun aandoening sterven, ze hebben vaak wel enorme pijn.

Laura gaat ook stoppen

De problemen bij de NHS zijn het gevolg van jarenlange bezuinigingen. Sinds 1948, het jaar waarin de NHS werd opgericht, steeg haar budget jaarlijks met zo’n 4 procent. Maar tussen 2010 en 2020 nam die stijging af tot slechts 1 à 2 procent per jaar. Ook werden er in die periode te weinig verplegers en artsen opgeleid. Daar komt bij dat het aantal zorgwerkers dat de NHS in het buitenland rekruteerde eveneens afnam. De brexit zal dit in de toekomst nog ingewikkelder maken. Terwijl de vergrijzing ook in het Verenigd Koninkrijk er juist toe leidt dat er steeds meer zorgverleners nodig zijn.

Tot overmaat van ramp hoor ik in de pub dat binnenkort ook Laura zelf gaat stoppen. Ze heeft haar baan in het ziekenhuis al opgezegd. Ze klinkt opgelucht. Na de Kerst, vertelt ze, gaat ze op een luxe cruiseschip werken: lekker de hele wereld overvaren en intussen verplegen in de kliniek aan boord. Ook dat kan best druk zijn, vermoedt ze. Logisch ook wel, want er varen nogal wat ouderen mee op zo’n boot. ,,Maar er schijnen ook dagen tussen zitten waarop je maar vier uur hoeft te werken.”

Plotseling kijkt ze me vragend aan. ,,Vind je het stom dat ik die keuze heb gemaakt? Veroordeel je me erom?” Ik lach en schud mijn hoofd. ,,Nee, natuurlijk niet”, antwoord ik. Hoe zou ik kunnen. Ze heeft me nota bene net verteld dat ze in het ziekenhuis vaak diensten draait van wel 14 uur.

Onze man in Manchester

Niels Posthumus (Zuidhorn, 3 februari 1981) studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, werkte voor de gratis krant DAG, The Star in Johannesburg en als correspondent in Zuid-Afrika voor Trouw en Het Financieele Dagblad. Hij is nu correspondent in het Verenigd Koninkrijk voor onder andere Trouw en woont in Manchester.

Nieuws

menu