De pensioenwachtkamer

Wie 65 wordt, moet kunnen stoppen met werken. Dit streven werd al in 1919 door de Nederlandse regering uitgedragen in de Ouderdomswet. Je moest toen nog wel zelf sparen voor zo’n pensioentje, dus armoedige Nederlanders hadden er weinig aan.

FOTO

FOTO ANP

Dit veranderde toen PvdA-minister Willem Drees in 1946 een een brede ouderdomsvoorziening voor iedereen oprichtte. Zijn opstapje naar de latere AOW maakte de leeftijdsgrens tot iets heiligs: wie na zijn 65ste nog werkte, deed dit voortaan uit eigen keuze.

Later zou de gemiddelde pensioenleeftijd nog fors verder dalen. Dankzij de VUT-regeling stopten veel mensen in de jaren tachtig al met 61 jaar en soms zelfs nog vroeger.

Dat is nu ondenkbaar: de pensioenleeftijd stijgt al jaren weer. Vorig jaar werd een grote mijlpaal bereikt, zo blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze week publiceerde. De gemiddelde leeftijd waarop ouderen ,,met pensioen gaan’’ steeg in 2019 namelijk tot iets boven de 65 jaar. Hoofdoorzaak is de verhoogde leeftijdsgrens van de AOW.

Scheve arbeidsmarkt met financiële risico’s

De rijksoverheid doet al ruim twintig jaar verwoede pogingen om mensen langer aan het werk te houden. Reden: het aantal ouderen groeit pijlsnel, terwijl hun AOW moet worden opgebracht door een slinkende groep jongeren. Dat leidt tot een scheve arbeidsmarkt en financiële risico’s. Daarom wordt de AOW-leeftijd stap voor stap verhoogd naar 67 jaar in 2024.

Hoe bevalt die hogere pensioenleeftijd nu eigenlijk? Het blijkt bijzonder moeilijk om hier een goed antwoord op te vinden. Zet vijf zestigers naast elkaar en je hoort vijf zeer verschillende ervaringen. De een werkt fluitend door tot op hoge leeftijd, de ander baalt.

Voor bijstandsgerechtigden, maar ook een deel van de ondernemers en werknemers met zwaar werk is de hogere leeftijd een vloek. Anderen voelen zich juist langer nuttig in de samenleving. Sommige werkgevers blijken gul met afscheidsregelingen voor zestigers die vervroegd willen opstappen. Talrijke mensen met zo’n overbrugging waren de afgelopen jaren schijnwerkloos: ze solliciteerden wel, maar voelden zich al pensionado.

Enige geruststelling

De rijksoverheid liet bureau SEO vorig jaar uitzoeken hoe de veranderingen uitpakken. Dit leidde tot een neutrale conclusie: de gemiddelde zestiger is financieel niet veel beter of slechter af dan een paar jaar geleden. De werkloosheid en ontevredenheid onder jonge zestigers nam ook niet opvallend toe. Ze zijn nog even gezond en voelen zich meer gewaardeerd dan vroeger, want werkgevers bieden oudere werknemers tegenwoordig meer cursussen en opleidingen aan dan voorheen.

Dat biedt enige geruststelling. Toch is het enorm belangrijk dat politieke partijen en vakbonden scherp blijven toezien op de ervaringen van zestigers. Hoe hoger de AOW-leeftijd, des te groter de kans dat kwetsbare groepen tussen wal en schip vallen. De groeiende wachtkamer voor de AOW moet niet een strafbankje worden voor mensen die na een lang werkzaam leven geen puf en perspectief meer hebben op de arbeidsmarkt.

commentaar@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Commentaar