De kaalslag

Als we vroeger vanuit Nes naar de basisschool in Oosternijkerk fietsten, dan wisselden we ,,de brechjes’’ en ,,it boskje’’ af. De ene route ging dwars door het dorpsbos, de andere er omheen. Jaren later, toen ik daar weer wandelde, maakte ik nog steeds diezelfde keuze in mijn hoofd. Op de heenweg passeerde ik de essen en de meidoorns, op de terugweg liep ik langs de vaart, waar we ’s winters soms schaatsten. Maar sinds kort zijn er alleen nog ,,de brechjes’’ om te kiezen, want ,,it boskje’’ bestaat niet meer.

Anne-Goaitske Breteler.

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Het lijkt alsof er een veldslag heeft plaatsgevonden. De sporen van zware machines wisselen zich af met stukken stamhout. De opgehoogde modder lijkt het enige reliëf in een gebied dat voorheen zoveel mooie verstopplekjes kende. Een groot verlies voor alle kinderen, dieren en volwassenen die er zo graag kwamen. En niet alleen die van Oosternijkerk, andere nabije dorpen in Noordoost Friesland hebben met hetzelfde te maken. Verschillende dorpsbelangen en particulieren protesteren daarom tegen de aantasting van hun leefgebied.

Om een beter beeld te krijgen van wat er precies heeft plaatsgevonden, zocht ik contact met een aantal bezwaarmakers, Staatsbosbeheer en een bomenverzorger in opleiding. Het lijkt erop dat de kaalslag onvermijdelijk was, want door de essentaksterfte – een besmettelijke schimmelziekte – wordt de situatie te gevaarlijk. En aangezien we in Nederland een ordelijke traditie kennen, ook wat betreft het planten van bomen, zijn er veel van dezelfde soorten dicht op elkaar gezet. Dat maakt het effect van zo’n kap gigantisch.

Toch keurt Gijs, de bomenrooier en -verzorger, sterk af hoe er bij de dorpsranden te werk gegaan is: ,,It docht my echt sear. It is der no ien grutte bende’’, want er is weinig rekening gehouden met de beperking van bodemdruk – de machines zijn via verschillende kanten de bossen ingereden – en ook andere bebossing, zoals de meidoorns, hazelaars en esdoorns zijn niet ontzien in de fanatieke kap. ,,Hie it dan yn fases dien, mei oandacht foar it bodembehear.’’

De dorpelingen hebben de afbraak met lede ogen aangekeken en betreuren het gebrek aan communicatie door Staatsbosbeheer. Voorheen hadden ze zelf een succesvolle groencommissie, waarbij een aantal bewoners het bos vrijwillig onderhielden; het zieke hout mocht meegenomen worden voor de houtkachel thuis. Door een dodelijk ongeval met een van die vrijwilligers in Drenthe besloot Staatsbosbeheer aan dat systeem een einde te maken.

Alleen gediplomeerde bomenrooiers mochten nog helpen, maar moesten wel betalen voor het hout dat ze uit het bos haalden. Logisch dat het enthousiasme uit de dorpen snel afnam. Zo bleef het consequente onderhoud steeds langer uit en verslechterde de conditie van de dorpsbossen.

Logisch dat het enthousiasme uit de dorpen snel afnam

Een van de bezwaarmakers uit het dorp wees me op een aflevering van Radar, waarbij tot mijn grote schrik vermeld werd dat Nederland wereldwijd op nummer twee staat – net na het Amazonegebied in Brazilië – als het gaat om de bomenkap, die voornamelijk plaatsvindt voor economisch gewin. Hoewel de regel geldt dat er nieuwe aanwas geplant moet worden, zijn de ecologische effecten ronduit kwalijk.

Staatbosbeheer begint in Oosternijkerk pas eind volgend jaar met herplanten, waarna het nog wel vijftien jaar kan duren voordat het weer op een bos lijkt. En nog eens vijftien, voordat het een gunstige CO2-opname bewerkstelligt. Dat duurt een hele generatie opgroeiende kinderen lang. Het is dwaas te hopen dat zij beter zullen passen op de bomen, de struiken en al het leven dat zich daar voltrekt, als wij niet eens een voorbeeld kunnen achterlaten.

gbreteler@gmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column