De âlde oere

,,It moaiste fyn ik it, as ik dyn klompkes efter hûs hear.” Buurvrouw Doet lacht me toe vanaf de andere kant van de keukentafel. Ze is bij ons op de koffie, voor het eerst sinds we het vissershuisje achter het hare hebben betrokken. De 88-jarige, die in de omgeving bekend staat als ‘De lange van de Oere’, is geboren in Moddergat en woont al vanaf haar veertiende in het huis tegenover de zeedijk.

Anne-Goaitske Breteler.

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Regelmatig steekt haar witte haar boven de schutting uit, en praat ze ons bij over het dorp van vroeger en van nu. We luisteren aandachtig als ze de Oere , de buurt waar we wonen, terugdraait naar haar tijd. Ze toont een verdwenen wandelpad dat eerder door onze tuin slingerde en ze wijst omhoog naar het vergane jaartal in de gevel. Het vakantiehuisje naast ons verandert ze in een druk bezocht kruidenierszaakje waar de pruimtabak in de bedstede bewaard werd.

Ze neemt een slok van haar koffie en kijkt door ons keukenraam naar buiten. Daar, achterdijks, lag het land van de vissers, de zeehondenjagers en de pierendolsters. Er liepen koeien op de zeedijk. Die dijk was toen niet hoger dan waar het Vissersmonument nu staat. Beneden hielden hoge hekken het vee tegen.

De manier waarop ze de beelden in woorden giet, past bij de kleigrond onder onze voeten. Het Wad, noemt ze ‘it Waad’ en de paaltjes die ooit als landwinningswerken dienden, vormden ‘it houten hoofd . Ze spreekt een taal vol van samenhang met de omgeving. Een die wij niet meer zullen beheersen, maar gelukkig nog wel kunnen verstaan.

Voor Doet zijn de restanten van de oude Oere gedenkplaatsen van hoe het vroeger was. Lieux de mémoire, zoals de historicus Pierre Nora ze noemt. Hij deed onderzoek naar plaatsen van herinnering, die fundamenteel verschillen van lieux d’histoire, plaatsen van geschiedenis.

Het grote gedeelde verleden, zo stelt hij, komt pas als de herinnering is vervaagd. Dan wordt het complex, want een reconstructie van dat wat er niet meer is, zal altijd onvolledig zijn. De herinnering daarentegen, is individueel, en mag dus gekleurd zijn. Zelfs tot het magische aan toe, juist omdat het tot doel heeft om te blijven voortbestaan.

Zo’n plaats van herinnering wordt gecreëerd door een samenspel van het eigen geheugen en de geschiedenis. Voor even is het individu zijn eigen historicus, want de persoonlijke ervaringen worden gekoppeld aan een algemene uiting van het verleden.

Doet weet bijvoorbeeld nog haarfijn terug te halen hoe onze tuin er vroeger uitzag; geen bomenwal, geen bebossing, maar een kale vlakte met een dobbe, waar ze het schaatsen leerde. Haar plaatsbepalende verhalen over Moddergat vormen zo evengoed een monument. Zij is de brug tussen het landschap en de herinnering. Die lieux de mémoires worden zo ook de onze.

Na de koffie lopen we met de buurvrouw mee terug. Ik heb mijn blauwe Scherjontjes aangedaan. Op de terugweg bedenk ik dat het geluid van die klompen misschien ook een lieu de mémoire vormt voor Doet. Het hout op de stenen die de klanken van de oude Oere en de nieuwe tijd even laten samenkomen.

Agbreteler@gmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column