Ben ik een Wappie?

Froukje is vijfenvijftig jaar en werkzaam als P&O-adviseur bij een overheidsinstelling. Ze heeft een zoon met het syndroom van Down en een echtgenoot met dementie. Beide mannen zijn op dit moment veel meer thuis dan in de periode voor corona, de dagbesteding is minimaal.

Irma van Steijn.

Irma van Steijn.

Haar man Kees heeft geen gezellige vorm van dementie, hij moppert veel en denkt ook voortdurend dat hij bestolen is als hij weer eens wat kwijt is. Ook hebben vader en zoon steeds vaker slaande ruzie.

Ik zie Froukje eens per maand, we hebben het over manieren om staande te blijven en niet te bezwijken onder de doorlopende zorgtaken. Haar werk op kantoor was hierbij altijd een belangrijk middel, daar voelde ze zich gelijkwaardig collega in een fijn en professioneel team. Maar nu werkt ze thuis, vanachter haar laptop, met haar twee mannen op de achtergrond.

Het is niet goed te doen, Froukje verlangt naar haar collega’s in het nu leegstaande kantoor en naar iemand die de zorg voor haar mannen af en toe kan overnemen. Binnenkort spreekt ze met de huisarts, wellicht wordt het tijd voor een permanente opvang, zo heeft hij al eerder geopperd. Froukje schaamt zich, ze voelt zich ‘een slecht mens’. Ik probeer te achterhalen wat ze precies bedoelt.

,,Weet je Irma, misschien vind je mij wel heel stom. Maar al die maatregelen zijn nu echt ziekmakend. De stress bij ons alle drie loopt enorm op, we redden het niet goed thuis, ik ben bang. Niet voor corona, maar voor de onmacht van mijn twee mannen, ze worden agressief. Soms denk ik dat Kees maar beter corona kan krijgen en overlijden, dat bespaart een hoop leed. Laat dat vaccin dan maar zitten. Maar als ik dat denk, dan stijgt het schaamrood naar mijn wangen. Het is toch slecht om zo te denken? Ben ik nou een Wappie?’’

Maar al die maatregelen zijn nu echt ziekmakend

De manier waarop ze die laatste vraag stelt is hartveroverend. Eigenlijk is Wappie best een lief woord, vind ik. Meer een naam voor een knuffeldiertje.

Maar wat Froukje zo mooi verwoordt, is precies wat er speelt. En het is ook precies wat het zo ingewikkeld maakt. Haar perspectief is invoelbaar: voor Froukje zou de opvang weer open moeten en zou ze weer naar haar werk moeten kunnen. Maar hetzelfde geldt ook voor het perspectief van vele anderen. Ook daar kunnen we in meegaan: studenten die gevoelig zijn voor depressie en suïcide moeten weer naar school of de universiteit kunnen.

Ondernemers die hun spaar- en pensioengeld zien verdampen moeten weer aan de slag. En het perspectief van de viroloog is weer anders, die doet er alles aan het virus te bestrijden en zet zijn persoonlijke leven juist ‘on hold’. En intussen vecht het virus zelf terug door te muteren.

De beste oplossingen worden over het algemeen gevonden door meerdere perspectieven te wegen en niet eentje bovenliggend te maken voor iedereen. Wat zou het fijn zijn als dat op dit moment ook zou kunnen. Verschillende oplossingen bieden en niet iedereen dezelfde regels opleggen. Tja, nu klink ik waarschijnlijk ook als een Wappie.

i.vansteijn@maarsinghenvansteijn.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie