Alléz!

Tijdens de gymlessen op de middelbare school zat ik regelmatig op de tribune toe te kijken. Ik verzon excuses om maar niet mee te hoeven doen aan de teamsporten, die helaas zo vaak op het programma stonden. Het was voor mij ondenkbaar dat anderen het blokuur lichamelijke opvoeding als favoriete moment van de week beschouwden. Dat gevoel is nooit veranderd. Maar de fascinatie van anderen voor teamsport wekt dan wel weer mijn interesse.

Anne-Goaitske Breteler.

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Neem bijvoorbeeld mijn oom en tante in Wâlterswâld. Mijn oom voetbalt al zijn hele leven lang, werd zelfs geselecteerd, en geeft nu trainingen aan mensen met een verstandelijke beperking. Mijn tante kaatste zo’n zestig kransen bij elkaar en slaat nog vaak de jongere garde eruit. De combinatie van die twee leidde onvermijdelijk tot twee even zo fanatieke kinderen: Sytze en Geertje.

Zij zetten de sportieve lijn door. Onder een strak schema welteverstaan; doordeweeks trainen en wedstrijden spelen in het weekend. Het leverde succes op: ook de kinderen blonken uit in voetbal en inmiddels rijdt mijn tante een paar keer per week Franeker op en neer, om Geertje van en naar een van de beste kaatsscholen van Friesland te brengen.

Het vergt behoorlijk wat toewijding en discipline om zoveel sport in het leven te integreren. En nu ik thuis constant wegvlucht voor de EK-wedstrijden op televisie – mijn vriend kijkt dat graag – houdt die ene vraag me misschien nog wel meer bezig. Wat is, naast de fysieke voordelen natuurlijk, de winst die uit teamsport te halen is?

Ik zoek in de antropologiemap van het derde jaar, want ik weet nog dat ik me toen verdiept heb in de theorieën rondom rugby op Fiji. Ik vind een artikel terug over de relatie tussen teamsport en een gevoel van toebehoren aan een bepaalde groep. Sport blijkt een belangrijke identiteitsmarker die aan de ene kant behoorlijk lokaal kan zijn, terwijl die aan de andere kant ook nationaal en zelfs wereldlijk kan worden.

Wat is, naast de fysieke voordelen natuurlijk, de winst die uit teamsport te halen is?

Een identiteitsmarker is een bepalende factor wat betreft het binnen- of buitensluiten van mensen. En hoewel de sport zelf niet per se verandert, verschuift het groepsverband wel constant. Als mijn neefje Sytze bijvoorbeeld voor zijn dorp tegen het buurdorp speelt, dan zal een relatief kleine achterban zich sterk verbonden voelen met een van die twee dorpen. De scheidslijn tussen de twee groepen is dan een duidelijke.

Toch kan dat een volgend moment heel goed veranderen, als er bijvoorbeeld een wedstrijd Cambuur-Ajax gespeeld moet worden, of zelfs op landelijk niveau; een EK of WK. De groep aanhangers vergroot, en daarmee ook het gevoel van toebehoren. Zelfs als ze elkaar niet kunnen zien juichen bij een doelpunt, weten ze tóch dat het gebeurt.

Rondom sport wordt op allerlei manieren aangezet tot sociale interactie en sociale verantwoordelijkheid om dat groepsgevoel nog meer te laten gelden. Tijdens het spel, maar ook in de passen eromheen. Denk aan de derde helft in de kantine, de bijbehorende teamuitjes en de diverse evenementen die door de club georganiseerd worden.

En terwijl ik op de tribune tijdens de gymlessen er alles aan deed om onder die groepsdruk uit te komen, blijkt die groep misschien juist wel de winst te zijn. Want hoewel ik met veel plezier een paar keer per week naar de fitness ga, zal dat nooit te vergelijken zijn met de gedeelde beleving die ver uitstijgt boven het sportveld.

agbreteler@gmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie