Reisverslag van drie oude mannen die fietsen naar het einde van de wereld. Dag 9 van Luuk die in een park denkt aan het Noorderplantsoen. 'Hoe is het mogelijk dat de Fransen hun rommel wél opruimen?'

Sjon Stellinga, Henk Hofstra en Luuk Hajema – alle drie de 60 gepasseerd – op de fiets voor een lange tocht naar Finisterre aan de Atlantische Oceaan. Daar waar de wereld ophoudt. Voor Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant houden ze dagelijks een reisblog bij.

Hoofdfoto: Corné Sparidaens. Carrousel: Reisfoto's van Henk, Sjon en Luuk

Lees meer over
Eropuit

Middenin de nacht word ik wakker, een hoofd vol gedachten over grote en kleine zaken. Een van die gedachten leidt me terug naar gisterenavond. Ik pak m’n mobiele telefoon, log in op de website waar ik deze verslagjes achterlaat en begin te schrijven.

Omdat het zo warm en klam was op mijn hotelkamer middenin de stad, besloot ik m’n stukje voor die dag buiten te schrijven, op een bankje in het parkje dat we ‘s middags hadden gezien. Het liep tegen negen uur, en in het park zou het misschien wat minder warm zijn.

Dat bleek niet echt te kloppen. Een thermometer onderweg gaf 29 graden aan, maar het water in het parkje gaf toch enige verkoeling. En in de buurt van de fonteinen voelde ik soms een vleugje frisheid in m’n gezicht: onzichtbare kleine druppeltjes, die verdampten voor ze de grond konden bereiken.

Ik nestelde me op een bankje en overzag de omgeving. Het parkje was eigenlijk niet meer dan een groene strook langs het kanaaltje, dat Canal du Trévois bleek te heten, en alleen door een verkeersplein wordt gescheiden van de rivier de Seine, die de oude binnenstad van Troyes omvat.

Op de oever van het kanaal zaten plukjes inwoners van Troyes. Overwegend jongeren, een enkele familie. Veel kleine groepjes, maar ook een jongen alleen. Voor mij lagen drie jonge vrouwen in het gras, verwikkeld in een geanimeerd gespek. Vanaf een steigertje klonk zachte muziek, uit een luidsprekertje. Op het pad voor mijn bankje liet een man zijn hond uit. Over een afstand van een paar honderd meter hadden zich misschien 100, of 200 mensen verzameld. Bijna allemaal hadden ze eten en drinken mee: flesjes en bekers en plastic zakken met chips en ander parkvoedsel.

Slagveld

Ik dacht aan het Noorderplantsoen in mijn stad Groningen. Ook daar zitten op een warme dag groepjes jonge mensen. Aan het eind van de dag laten ze een slagveld achter: lege flessen en blikjes, plasticresten en sigarettenpeuken, die de volgende ochtend zonder protesteren worden opgeruimd door medewerkers van de gemeente.

Hier aan de oever van het kanaal was het opmerkelijk schoon. Nergens een leeg flesje of blikje; op het pad geen scherven van een vorige warme avond. Af en toe liep er iemand naar de metalen afvalbak naast mijn bankje, en gooide er een blikje of een stuk plastic in.

Ik stelde vast dat de mensen hier zich anders gedroegen dan thuis. Ik zag niemand die vertrok zonder op te ruimen, en dat was een prettige constatering. Toen deed ik waarvoor ik hier was gekomen. Op het schermpje van mijn mobiele telefoon tikte ik met twee vingers mijn stukje over onze reis door de Champagne, voegde twee foto’s toe en drukte op ‘Verslag plaatsen.’ Wat werkt dat toch wonderlijk goed en snel, anno 2022!

Na gedane zaken liep ik terug naar ons hotel. Henk en Sjon hadden de deur en het raam van hun kamer open gezet om het binnenklimaat enigszins leefbaar te houden. Ze vroegen waar ik vandaan kwam, en ik vertelde over mijn bankje in het schone parkje langs het kanaal.

In het gras bleef het schoon

We besloten er samen opnieuw naar toe te gaan. En we zaten er nog een uurtje heel genoeglijk, tot de schemering inviel. Om ons heen werd het langzaam leger; de Troyees gingen naar huis. En op het pad, en in het gras bleef het schoon. Nergens een blikje, geen enkele lege fles of plastisch zak. In Groningen erger ik me verschrikkelijk aan alle troep die achterblijft na een mooie warme dag. Hoe is het mogelijk dat de Fransen hun rommel wél opruimen?

En die prachtige bakken vol zoet geurende bloemen op de leuningen van de brug over het Canal du Trévois, zouden die een zomernacht in Groningen overleven?

Het is niet allemaal pais en vree in dit land, maar dit doen ze goed, de Fransen.

Nieuws

menu