Reisverslag van drie oude mannen die fietsen naar het einde van de wereld. Dag 6 van Sjon: 'Morgen zet ik mijn fiets weer gewoon in een schuurtje. En dat is eigenlijk wel jammer'

Sjon Stellinga, Henk Hofstra en Luuk Hajema – alle drie de 60 gepasseerd – op de fiets voor een lange tocht naar Finisterre aan de Atlantische Oceaan. Daar waar de wereld ophoudt. Voor Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant houden ze dagelijks een reisblog bij.

Fietsen naar het einde van de wereld, dag 6.

Fietsen naar het einde van de wereld, dag 6. Hoofdfoto: Corné Sparidaens. Reisfoto's van Henk, Sjon en Luuk

Lees meer over
Eropuit

Eén van mijn kinderen woont in de Randstad. Hij heeft een racefiets, een mooie, hij is er zuinig op. En dus sjouwt hij hem elke keer na gebruik een stuk of wat trappen op naar zijn appartement op de zolder van het grachtenpand waar hij woont. Hijzelf vindt dat absoluut niet bezwaarlijk want, zo vertelde hij mij ooit, ‘mijn fiets is ook erg mooi om naar te kijken’.

Ze staan in de weg, maar dat geeft niet

Vandaag begreep ik hem. We hadden 120 kilometer gefietst en arriveerden bij het door ons gehuurde huisje in Bogny-Sur-Meuse (we zijn dus inmiddels in Frankrijk). Een prachtig huisje, middenin het centrum maar zonder tuin of schuurtje. Onze fietsen zouden dus op straat moeten overnachten. We hebben er even over nagedacht, maar we durfden het niet aan. Daarom zette Luuk ze alle drie in de woonkamer neer. Daar staan ze in de weg, maar dat geeft niet.

Want toen Luuk ging douchen en Henk z‘n shirt en broek ging wassen heb ik een poosje op de bank gezeten en naar mijn fiets gekeken. En mijn zoon had gelijk, hij is ook mooi om naar te kijken. Dat stuur, waarop allerlei houdertjes voor diverse soorten elektronica zijn geschroefd, het pompje, de bidonhouders.

Maar vooral dat dunne laagje stof waaraan je ziet dat hij gebruikt is, dat hij onderweg is, dat hij z’n werk doet. Geen glimmend apparaat uit een etalage maar een gebruiksvoorwerp waar ik sinds jaar en dag elke zomer mee op pad ga. Naar Wales en Berlijn, Spanje en Italië, Normandië en Praag. Inmiddels kraakt het bracket misschien een beetje, maar nog nooit liet mijn fiets mij in de steek.

Een wonder van techniek

En kijk ‘ns naar zo’n derailleur. Een wonder van techniek. Het principe is zo eenvoudig, hoe groter het tandwiel voor, hoe kleiner achter, hoe meer meters je per pedaalomwenteling je maakt. Maar bedenk daar maar ‘ns een systeem voor. En dat is dus gelukt. Zo mooi, zo elegant dat het eigenlijk vanzelfsprekend is dat er geen plastic of metalen kast omheen zit. Weliswaar maakt dat de kans op beschadiging groter, het zal daardoor ook gemakkelijker vuil en modder verzamelen, maar je kunt het ook beter zien. Alsof de fabrikant er trots op was. En inderdaad, het mag gezien worden, zo’n derailleur.

Morgen gaan we weer verder. Hoogstwaarschijnlijk zet ik m’n fiets morgen weer ‘gewoon’ in een schuur of berging neer. En dat is eigenlijk wel jammer. Want mijn fiets is echt ontzettend mooi om naar te kijken.

menu