Reisverslag van drie oude mannen die fietsen naar het einde van de wereld. Dag 1 van Luuk: 'Toen we wegfietsten dacht ik helemaal niet meer aan ziekte en kanker'

Sjon Stellinga, Henk Hofstra en Luuk Hajema – alle drie de 60 gepasseerd – op de fiets voor een lange tocht naar Finisterre aan de Atlantische Oceaan. Daar waar de wereld ophoudt. Voor Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant houden ze dagelijks een reisblog bij.

Hoofdfoto: Corné Sparidaens. Carrousel: fietsfoto's van Henk, Sjon en Luuk

Hoofdfoto: Corné Sparidaens. Carrousel: fietsfoto's van Henk, Sjon en Luuk

Lees meer over
Eropuit

Zo’n fietstocht vraagt veel voorbereiding. In het najaar van 2021 kwamen we op het idee: samen naar Santiago de Compostela en Finisterre. Eén van was al met pensioen, de tweede ging over een paar maanden. Voor ons alledrie zou een pelgrimstocht misschien helpen een paar levensvragen te beantwoorden. En als dat niet lukte zouden we in elk geval een onvergetelijke reis hebben.

Het idee werd een plan, en aan het eindje van het jaar maakten we de eerste afspraak. In de tweede week van juni zouden we vertrekken. Daarna begon de voorbereiding. Sjon viel tien kilo af en stopte met roken. Henk en ik trainden twee of drie keer per week, de hele winter door. Alles leek onder controle. Wat kon er verkeerd gaan? We hadden vaker een lange fietstocht gemaakt. Naar Spanje, Rome, Hongarije en Berlijn, en nog veel meer. We waren ouder, maar ook wijzer. En aan het materiaal zou het ook niet liggen.

Alles onder controle

Toen kwam corona. En gordelroos. Een wortelkanaalontsteking, en een kroon die afbrak in een broodje kaas en een gapend gat achterliet in m’n gebit. Maar het ergste moest nog komen. Kanker. Eind maart werd ik geopereerd aan m’n endeldarm, na een lange trektocht langs zes medisch specialisten en een hele serie onderzoeken.

Begin april verklaarde de chirurg me genezen. Geen uitzaaiingen, goede bloedwaarden en geen reden voor verdere behandeling. Geen chemokuur, geen bestraling, niets. In mei de eerste controle, in september de tweede; en daarna elk jaar, volgens protocol.

,,Over een week zit je weer op de fiets”, voorspelde hij.

Het werden tien dagen. In mei fietste ik weer voluit en keerden de krachten terug. Alles onder controle!

Toen we vanochtend wegfietsten, uitgezwaaid door onze dierbaren, dacht ik helemaal niet meer aan ziekte en kanker.

‘Maar ik ben genezen’

De droom duurde twee uur. Om elf uur ging de telefoon. We zaten net aan de koffie, in Assen, aan het Koopmansplein.

Het was één van de vijf andere specialisten die ik in februari en maart had bezocht. De tweede in de rij.

Hij wilde nog eens kijken naar de lymfeklieren die in februari vol vreemde activiteit hadden gezeten.

‘Maar ik ben genezen verklaard,’ zei ik, vanachter m’n koffie. ‘En nu ben ik onderweg naar Santiago de Compostela. Op de fiets.’

Het was puur routine, zei hij, bedoeld om uit te sluiten dat er iets kwaadaardigs was blijven zitten. Ter controle. Het kon ook na terugkeer. ‘Weet je trouwens dat Ronaldo ook naar Santiago de Compostela aan het fietsen is? Die oud-voetballer van PSV, uit Brazilië.’

En daarna de zomer

Ik had het gelezen, ergens. Maar het duurde tot Diever voor ik weer aan iets anders dan kanker kon denken.

En nu zitten we in Hasselt, Overijssel. Het plenst van de regen. Morgen wordt beter weer voorspeld. Warmer, wat meer zon, en alleen in de ochtend een paar druppels regen. En daarna wordt het écht zomer.

menu