Mathey Kamsma, meer dan een winkelier

Mathey Kamsma, wie in Franeker kende hem niet? Als schoenwinkelier, als actief lid van de rooms-katholieke kerk of gewoon als betrokken ‘Frentsjer’ die dagelijks zijn wandeling door de stad maakte.

Mathey Kamsma: 1950 - 2020

Mathey Kamsma: 1950 - 2020

Op 19 juli 1950 werd hij geboren, in een katholiek nest in Harlingen. Net als zijn oudere broers moest Mathey al op jonge leeftijd meehelpen in de schoenenwinkel van zijn vader: schoenen ophalen en na reparatie weer terugbrengen. Maar als puber ging hij veel liever met de vissers mee, het wad op. Op zijn twaalfde ging Mathey naar het seminarie in Haren; de kapelaan had geopperd dat hij wel priester kon worden. Maar na twee jaar gaf hij er de brui aan, het celibaat leek hem maar niks.

Op de mulo in Harlingen ontmoette hij Margreet, zijn toekomstige vrouw. Zij was de ware, en het stel trouwde toen hij 22 en zij 21 was. Intussen had Mathey de detailhandelschool in Leeuwarden gedaan, met het idee om in de voetsporen van zijn vader te treden. Maar dan wel in zijn eigen zaak, samen met zijn echtgenote, die eigenlijk verpleegkundige was.

Dat was het begin van Kamsma Schoenen in Franeker; ze woonden boven de zaak, zodat de zorg voor de twee dochters die er kwamen goed te combineren was met de winkel. Hij had plezier in het ondernemen, kon goed met mensen omgaan en was creatief in het bedenken van speciale acties of reclamecampagnes. De waarden van thuis nam hij mee: op tijd komen, op tijd betalen en je afspraken nakomen. Gericht op samenwerking maar wel gesteld op zijn onafhankelijkheid.

Matheys belangstelling reikte verder dan het ondernemen. Na het werk zat hij vaak tot diep in de nacht te lezen, te tekenen of te schrijven. En de zevende dag van de week was voor de kerk. Bijna een kwart eeuw was hij actief bij de rooms-katholieke parochie; als bestuurslid, koster, koorlid en redacteur van het parochieblad. Niet zozeer vanuit een diep religieus besef, maar om iets bij te dragen aan de gemeenschap.

Ook op tal van andere terreinen was hij actief. Zo zette hij zich onder meer in voor de winkeliersvereniging, was hij betrokken bij de stichting Stadsontwikkeling en medeoprichter van minimuseum het Korendragershuisje. ,,Eigenlijk was de winkel een parttime bezigheid. Hij was veel meer een bestuurder’’, zegt echtgenote Margreet.

Op zijn 55ste verkochten ze de zaak. Een gelukkige timing, want het was nog voor de economische crisis en de opkomst van internetverkoop. Ze kregen tijd voor mooie reizen, onder andere naar Nieuw-Zeeland en Argentinië.

De laatste jaren ging hij langzaam achteruit. In 2015, na jaren zoeken, kwam er een diagnose: frontotemporale dementie. De ziekte drong geleidelijk binnen in zijn geest en maakte van Mathey een ander mens, tot verdriet van zijn omgeving. Maar ook toen het pad mistiger werd, bleven vrienden en kennissen bij hem. Hij genoot van het wandelen en autorijden met hen; vaak niet harder dan 50 kilometer per uur en het liefst over de binnenwegen.

De laatste twee weken verbleef hij in Talma Hûs in Feanwâlden. Hier overleed hij op 4 november op zeventigjarige leeftijd. Op de dag van zijn afscheid streek plots een zwerm zeemeeuwen neer vlakbij het huis van Mathey en Margreet, als een afscheidsgroet uit Harlingen.

‘En nu hij er echt niet meer is, komt hij terug zoals hij was. Een weldenkende, nieuwsgierige, creatieve man’, sprak zijn dochter Martine bij de uitvaart.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Waadhoeke
In memoriam