Theo Altena uit het Belgische Poppel ligt met zijn boot in Eastermar: 'Onvoorstelbaar eigenlijk, soms gaat de brug alleen voor jou open'

Al verhuisde hij al op tweejarige leeftijd met zijn ouders naar elders, Friesland heeft altijd een stevige plek gehouden in het hart van Theo Altena. ,,Het is en blijft mijn geboorteland’’, zegt de inwoner van het Belgische Poppel.

Ria van Rensbergen en Theo Altena op hun zeilboot bij de brug van Eastermar.

Ria van Rensbergen en Theo Altena op hun zeilboot bij de brug van Eastermar. FOTO JAAP SCHAAF

Theo Altena (66) ligt met zijn zeilboot afgemeerd bij de brug van Eastermar. Elk jaar reist hij, samen met zijn partner Ria van Rensbergen, naar Friesland om er te zeilen.

Zijn wortels liggen in Makkum, vertelt hij. Wibren Altena (1917-1987) - in de vorige eeuw bekend als Fries dichter en voordrachtskunstenaar - is zijn vader. Die maakte destijds naam met zijn gedichten en optredens, maar in de jaren vijftig was het lastig werk vinden. Daarom trok het gezin Altena richting Zuid-Holland, Barendrecht om precies te zijn. Wibren Altena kreeg daar een baan in de bedrijfsjournalistiek.

Zoon Theo groeide op in Barendrecht en leerde daar zeilen bij de zeeverkenners, een specialisatie binnen de scouting. Toen hij later op de Antillen woonde, zeilde hij daar ook. En toen hij dertig jaar geleden zijn Ria in een Brussels ziekenhuis - ze waren beiden dermatoloog - leerde kennen, nam hij haar al het eerste jaar mee naar Friesland voor een zeilvakantie. Sindsdien hebben ze dat vrijwel elk jaar gedaan.

Eenvoudige aanpak

In 2020 kon het niet doorgaan, wegens corona, maar deze week zijn ze weer van de partij. Ze houden van een eenvoudige aanpak: ze varen in een bescheiden open boot, een EFSIX van 6 meter lang en slapen aan boord. Dat doen ze in een Quechua, een ‘2-secondentent’, en dan het liefst bij een aanlegsteiger in de natuur. Van Rensbergen vindt het bijzonder dat Friesland zoveel van die plekjes heeft.

Het stel is sowieso te spreken over de omstandigheden voor vaargasten in de provincie. Zo vinden ze bijvoorbeeld dat de bruggen royaal bediend worden. Altena: ,,Onvoorstelbaar eigenlijk, soms gaat de brug alleen voor jou open.’’ Elke dag gaan ze ‘op restaurant’ en ze kunnen via internet goed vinden waar die zijn. De coronapandemie lijkt het aanbod niet echt te beperken. Veel zaken zijn gewoon open. ,,De tafeltjes staan op 1,5 meter.’’

Verschillende talen

Wat wel opvalt, is dat ze dit jaar buitengewoon weinig Duits horen op en rond het water. ,,Het is heel veel Nederlands.’’ En uiteraard komen ze natuurlijk het nodige Fries tegen, ook in geschreven vorm. Dat vinden ze niet hinderlijk, maar juist charmant. Tweetalige bordjes zijn wel makkelijk voor haar als toerist, zegt Van Rensbergen.

Als Belgische is ze gewend dat er verschillende talen naast elkaar bestaan. In Brussel staat ook het Brussels op de borden, vertelt ze. Het is een stadsdialect dat ze beschrijft als Vlaams met Franse woorden er doorheen. ,,Dat zou eigenlijk de taal van België moeten worden,’’ grapt ze met een verwijzing naar de aloude Belgische taalstrijd tussen Nederlands- en Franstaligen.

Familiebezoekje

Hun huidige zeiltocht begon zaterdag op de Hegemer Mar, waar ze met hun boot op de trailer naartoe gereden waren. Ze zijn onder meer al op de Snitser Mar geweest, bij Akkrum, bij Drachten, op De Leien en varen via De Alde Feanen weer terug. Hun stop bij de brug in Eastermar deden ze om een familiebezoekje af te leggen. Altena’s nicht is namelijk de uitbater van Bed & Breakfast ’t Gemaaltje vlak buiten het dorp.

Ze kunnen bijna niks bedenken wat minder goed geregeld is voor bootjesmensen in Friesland, maar na enig piekeren schiet Van Rensbergen toch iets te binnen. ,,Er zouden wel wat meer plekjes mogen zijn waar we onze iPhone kunnen opladen. Dat doen we nu steeds tijdens het eten bij restaurants.’’

Complimenten voor provincie

Altena vindt dat een eventuele investering wel achterwege kan blijven. ,,Volgend jaar nemen we gewoon een zonnecel mee om onze telefoon op te laden.’’

Hoe langer ze over Friesland praten, hoe meer complimenten de provincie krijgt. De mensen zijn er behulpzaam en geduldig, iedereen zegt goedendag, er is ruimte en natuur en, zegt Van Rensbergen, de boerderijen hebben van die mooie zwaantjes op het dak. Ja, de band met Friesland, de provincie met die taal waarin Altena’s vader zo behendig en humoristisch dichtte, blijft onverminderd sterk. Volgend jaar komen ze weer.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Tytsjerksteradiel
Zomerserie
Instagram