Zo bereidden horecaondernemers op de Waddeneilanden zich voor op een seizoen dat nooit kwam

Vijf Waddeneilanden, vijf strandpaviljoens, één crisis: de coronapandemie. Nu steeds meer coronamaatregelen verleden tijd zijn, is het tijd om met de eigenaren terug te blikken. Hoe hebben zij de coronacrisis tot dusver ervaren? Vandaag de vierde en tevens laatste aflevering van deze serie: de afwijkende aanloop naar het nieuwe seizoen.

Drukte bij Heartbreak Hotel op Terschelling.

Drukte bij Heartbreak Hotel op Terschelling. Foto: Neeke Smit

Een langdurige periode waarin de horeca niet open mocht en waarin onduidelijk was wanneer dat zou veranderen. De tweede lockdown heeft voor horeca-ondernemers een najaar en winter gebracht die onvergelijkbaar waren met die van voorgaande jaren. Dat blijkt ook bij de verschillende paviljoenhouders op de Waddeneilanden. De voorbereiding op het nieuwe seizoen verliep in veel gevallen anders dan anders. Saaier, als je het Emmeke Ran vraagt. Ze is manager bij Paal 17 op Texel.

Paal 17 bestaat uit twee paviljoens: Aan Zee en Zomers. Ze flankeren het betonnen pad dat uitkomt op het strand. Het is medio mei, vroeg op de maandagochtend, wanneer Emmeke haar verhaal doet op de eerste etage van Aan Zee. In een restaurantgedeelte waar sinds zeven maanden geen gast meer heeft mogen zitten.

,,Ons seizoen loopt van de voorjaarsvakantie tot en met de herfstvakantie”, vertelt Emmeke. ,,Normaal gesproken hebben we in de winter een heel korte periode om op adem te komen en om ons voor te bereiden op het nieuwe seizoen. In die periode zoeken we naar nieuw personeel als dat nodig is, gaan we na of er dingen zijn die we willen veranderen bij onze paviljoens en vragen we vergunningen aan voor de evenementen die we organiseren. Je rolt bijna in één keer door naar het volgende seizoen.”

Maar personeel zoeken als je niet zeker weet wanneer je meer open mag is lastig, vertelt ze. En evenementen organiseren? Het is tot laat in de lente onduidelijk geweest of er überhaupt evenementen mogen plaatsvinden dit jaar - en door de meest recente ontwikkelingen is het inmiddels opnieuw de vraag of ze evenementen mogen organiseren. Qua organisatie was het dus niet druk.

Van de twee paviljoens is Zomers in de winter steevast gesloten. Aan Zee is normaal gesproken wel het hele jaar geopend en levert daarmee de nodige werkzaamheden op. Afgelopen winter was het daar ook stil. ,,Je merkte dat iedereen er een beetje lamlendig van werd omdat er zoveel minder te doen was”, blikt ze terug. ,,We bezorgden maaltijden tussen vijf en acht uur ‘s avonds. Daarvoor hoefde je niet al om negen uur ‘s ochtends aanwezig te zijn. Verder ging de telefoon weleens en boden we de mogelijkheid tot afhalen, maar niemand maakte zijn uren. Iedereen was blij toen in ieder geval het terras weer een aantal uren open mocht.”

Bij Heartbreak Hotel op Terschelling was het naseizoen ook rustiger dan ooit. Zo vrolijk en up-tempo de rock-‘n-roll muziek is die er uit de speakers komt, zo timide en kleurloos was de winter. Het paviljoen is gewoonlijk het hele jaar geopend. Tijdens de korte dagen van het jaar is het altijd rustiger, maar afgelopen winter spande de kroon. ,,We verzorgden alleen takeaway tijdens de tweede lockdown”, vertelt eigenaar Cedric Hartendorp. ,,Dat was financieel niet heel aantrekkelijk, maar zo houd je toch je mensen verbonden. Verder maakten we, zoals altijd, de boel weer klaar voor het nieuwe seizoen. Daar hadden we nu veel meer tijd voor.”

De zilte zeelucht maakt dat in de winter altijd wel onderhoud nodig is. Het zout vreet na verloop van tijd het schilderwerk aan. ,,Ik bedacht allerlei klussen om iedereen aan het werk te houden. Maar dat waren geen klussen waarvoor ik ze heb aangenomen.” Daarnaast was de to-dolijst al snel afgestreept. ,,En je gaat niet twee keer alles schilderen.” De vreugde was groot toen in mei de terrassen weer een aantal uren open konden. ,,Iedereen was blij. We hadden de terrassen meteen vol, de keuken draaide op volle toeren, de dagen werden weer wat normaal. Ook met slecht weer zaten mensen hier gewoon op het terras.”

Strandpaviljoen Oost op Vlieland is een soort rechthoekige, glazen kubus. De hoge ramen moeten het gevoel van vrijheid versterken en bovendien de natuur centraal stellen. Het is een gebouw dat relatief makkelijk uit elkaar te halen is, wat onder normale omstandigheden elk jaar gebeurt. Dan komt een kraan van de wal die de componenten op een vrachtwagen laadt. De vrachtwagen voert alles af naar een loods in de haven. In het voorjaar komt de kraan weer, maar dan voor de opbouw.

Mede-eigenaar Joanke Otten: ,,Maar eerst moet het zand glad geschoven worden. Daar zit een paar dagen werk in. ,,Is dat gebeurd en staat het paviljoen, dan zit de nodige tijd in de aankleding en het plaatsen van meubels en servies. ,,We laten dan altijd nog iemand komen die alle apparatuur naloopt en bijvoorbeeld het koffieapparaat opnieuw instelt’’, vertelt Joanke. ,,Verder laten we het terras plaatsen. ,,Het is een hele operatie. Een kostbare operatie, ook. Willem Otten, die samen met Joanke Oost runt: ,,Dan spreek je over minstens dertigduizend euro. Het is onze redding geweest dat we het paviljoen mochten laten staan.’’

Vanwege de coronamaatregelen hoefden strandtenthouders afgelopen winter hun paviljoen niet af te breken. Dit besluit is genomen om ondernemers tegemoet te komen. Omdat het paviljoen gevestigd is aan de oostkant, niet de drukste plek van het eiland, hebben Joanke en Willem er wel voor gezorgd dat het paviljoen goed kon ‘overwinteren’. Joanke: ,,We hebben alle raampartijen dichtgeschroefd met grote platen en het terrein afgezet met hekken. Ook hebben we wat spullen uit het restaurant opgeslagen in de loods. Er is niemand die hier toezicht houdt en je wilt toch het zekere voor het onzekere nemen.’’

Dat het paviljoen mocht blijven staan, was ook op een ander vlak een meevaller. ,,We konden daardoor nog wat onderhoudswerk verrichten en bezig blijven”, vertelt Willem. ,,Dat is goed voor je bovenkamer. Op de bank zitten en afwachten is in ieder geval niet goed voor mij.” Aan de andere kant ontbrak dit voorjaar wel een soort ritueel. Willem: ,,Het opbouwen is een paar dagen heel hard werken met het hele team. Soms met storm en regen. Maar het is altijd wel een heel bijzondere periode, die meteen zorgt voor een band binnen het team.’’

Wat Joanke en Willem elke winter doen, is de zon opzoeken. Tot hun geluk kon dat afgelopen winter ook; voor het Canarische eiland waar ze naartoe gingen gold code geel. De vakantie was misschien wel meer welkom dan ooit. ,,Je moet de batterij toch even opladen, met namelijk geestelijk na zo’n jaar als dit”, is de ervaring van Willem. ,,Onze hobby is duiken. Het is onder water een fascinerende, prachtige wereld. Je moet even de rust vinden om ervan te genieten, maar het zorgt er wel voor dat je je hoofd leeg kunt maken.” Na terugkomst en tot de versoepelingen in mei en juni kon hij daarop teren, zegt hij. ,,We hebben veel onderwaterfilmpjes gemaakt, maar die films zitten ook in mijn hoofd. Voor mij was het een manier om aan iets moois te denken tijdens de lockdown.”

Voor deze reeks artikelen zijn vijf mensen geïnterviewd: Emmeke Ran, manager Paal 17(Texel), Willem Joosse en Joanke Otten van Oost (Vlieland), Cedric Hartendorp van Heartbreak Hotel (Terschelling), Eele Jan Bergsma van Strandpaviljoen Ballum (Ameland)en Simon Adler van De Marlijn (Schiermonnikoog). Ze komen in wisselende samenstellingen aan het woord.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Terschelling
Horeca
Coronavirus
Waddengebied
Podcast
LC Podcast