Als veldonderzoekers krijgen de gebroeders Van Malsum meer vissen dan ooit door de handen

Zelf vangen ze niet veel meer. Toch krijgen de gebroeders Van Malsen uit Makkum meer vissen dan ooit door de handen. Nu als veldonderzoekers te water.

.

. FOTO NIELS DE VRIES

Een kotter als laboratorium. De Sietske-Klaas (WON1) van de vissermannen Tjerk (67) en Marinus (65) van Malsen uit Makkum is evengoed een vissersschip als een werkplaats voor wetenschappelijk onderzoek. Zeker twintig Noordzeekotters uit het hele land staan regelmatig een deel van hun ondermaatse vangst af aan de gebroeders. Zeesterren, krabben, schelpen, schar, tong en tarbot: alle zeesoorten worden hier, in de haven van het Makkumer Djip, nauwkeurig gemeten, gewogen en bemonsterd.

,,Wat overboord gaat omdat het te klein is of ongeschikt voor consumptie, komt bij ons’’, zegt Marinus van Malsen. Met een pincet peutert zijn broer secuur net het gehoorsteentje uit het binnenoor van een schol. Kilo’s platvis gaan de mannen hier door de handen. Eén voor één halen ze het benige mini-onderdeeltje eruit om dat vervolgens in een zakje te stoppen. Wageningen University & Research (WUR) - voor wie de Van Malsens het visonderzoek uitvoeren- kan hier veel nuttige data aan onttrekken.

De gebroeders vissen al vijftig jaar op het IJsselmeer en het Wad. Eens tilde het water op van de snoekbaars, paling en spiering, zegt Marinus. Ze hebben in de loop der tijd vele soorten zien verdwijnen, al ontdekken ze tot hun verrassing ook ,,een opgaande lijn’’. Opgewekt: ,,Het gaat weer beter met de snoekbaars - ik heb er nog nooit zoveel gezien. Paling net zo trouwens. En de zeedonderpad! Al is dat geen commerciële vis. We zien ook nieuwe soorten, zoals de zwartbekgrondel. Die had je vroeger niet.’’

De ondermaatse vangst van anderen is tegenwoordig de specialiteit van de Makkumer broers. Ze hebben hun activiteiten vrijwel geheel verschoven van het vissen naar de betaalde onderzoeksopdrachten van de WUR. Hun motief is economisch: ,,We hebben de laatste jaren veel beperkingen gekregen. De visstand wordt minder. Het is steeds moeilijker om een paar centen te verdienen met de visserij.’’

Van Malsen geeft een voorbeeldje. Met de aanleg van de vismigratierivier aan de Afsluitdijk - een verbinding tussen Waddenzee en IJsselmeer- moet hij zijn fuiken langs de Afsluitdijk opruimen. Binnen een straal van een kilometer rond die passage zijn beroepsvissers niet langer welkom. ,,Daardoor zijn wij straks 90 procent van onze visbestanden kwijt.’’

Wat zegt een gehoorsteentje?

Analisten in het otolietenlaboratorium van de WUR bepalen jaarlijks van zo’n 30.000 tot 40.000 zeevissen de leeftijd. Dit doen zij door heel precies de jaarringen in de gehoorsteentjes (otolieten) te tellen. Veldwerkers zoals de vissers Van Malsen peuteren die met een pincet uit platvissen. Anders dan bij een boom zijn deze ringen meer een soort bollen die over elkaar heen groeien. De minuscule stukjes kalkstructuur worden in het lab doormidden gezaagd en onder de microscoop gelegd. Schippers werken in de regel graag mee aan wetenschappelijk onderzoek. Het belang - een duurzame toekomst voor de visserij- is immers groot.

Vandaar dus dit kotterlaboratorium. Praktisch: ,,We zijn toch altijd op het water. Dan kunnen we net zo goed gaan tellen, wegen en meten.’’ Zo monitoren ze voor de Provincie Fryslân bijvoorbeeld glasalen, leggen ze een keer per twee weken een partij Noorse kreeften langs de liniaal en hebben de mannen zich al aangemeld voor een nieuw onderzoek naar zeeforellen bij de spuisluizen. Soms halen ze de vrachtjes uit de Noordzee zelf op in Urk of Den Oever, meestal brengt de WUR de kisten langs.

Wageningen Marine Research in IJmuiden (het WUR-onderzoeksinstituut) verzamelt al sinds de jaren zeventig data over het leven in de Waddenzee, de Noordzee en de zoete wateren. Veel van dat werk is wettelijk verplicht en in opdracht van het Ministerie van LNV.

Het is WUR-visserijonderzoeker Michiel Dammers die op vrijdag gewoonlijk zijn wagen in de Makkumer haven parkeert en de verse, te onderzoeken buit naar de Van Malsen brengt. Enthousiast: ,,Het zijn nog steeds vissers in hart en nieren maar ze zijn ook een mooi voorbeeld van jongens die zich steeds meer toeleggen op onderzoek. Dit is ook een self sampling project , waarbij vissers hun eigen monsters nemen. ’’

De oogst van het onderzoeksmateriaal komt precies. Dammers legt het uit. Als een schip zijn netten over de bodem sleept en weer ophaalt, houdt de bemanning 80 kilo van de ongewenste bijvangst apart. Dit gebeurt twee keer per reis; één keer overdag en één keer in het donker. De commerciële vis is er op de lopende band al uit gefilterd. Voor ondermaatse schol en tong geldt al lang een aanlandplicht: vissers mogen ze niet zomaar meer overboord kieperen.

,,De vangst komt in gelabelde zakken. We willen exact weten waar en wanneer ze bemonsterd zijn. We letten op de datum, tijd, locatie, diepte, windkracht en windrichting.’’ De gebroeders Van Malsen registreren niet alleen grootte en gewicht, maar snijden soorten zoals schol, tong, schar en kabeljauw ook open om het geslacht en de rijpheid van hom en kuit te bepalen.

Marinus van Malsen, aan boord van de Sietske-Klaas: ,,Wij leveren alle gegevens aan Wageningen, maar wat er verder precies mee gebeurt...?’’

De resultaten uit verschillende langlopende studies van visbestanden, ook in andere landen, vormen de basis voor het vaststellen van de Europese vangstquota. ,,Nou ja, en dan begint in Brussel het hele getouwtrek over wie wat krijgt’’, zegt Dammers. ,,Samen dragen we bij aan het beheer van de visserij.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Súdwest-Fryslân
Dieren
Instagram