Restaureren is een vak apart: een kijkje bij het herstellen van het beeld van Vrouwe Justitia op het voormalige stadhuis van Bolsward

Het wemelt in Noord-Nederland van de unieke historische gebouwen. Die restaureren is een vak apart. We nemen een kijkje bij zes bijzondere projecten in Drenthe, Groningen en Friesland, en spreken de ambachtslieden die eraan werken. Aflevering 1: de restauratie van het beeld van Justitia op het voormalige stadhuis van Bolsward.

Stadhuis Bolsward.

Stadhuis Bolsward. Norma van der Horst

Wie heeft er niet eens met zijn hoofd in zijn nek voor een oud gebouw gestaan, starend naar de beelden en ornamenten aan de gevel? De meesten van ons zullen die nooit van dichtbij zien. Maar dat is anders voor steenhouwer Arnold Heida van steenhouwerij de Vries Buitenpost. Met zijn collega Ljibbe van der Let werkte hij afgelopen maand aan een beeld van Vrouwe Justitia. Samen met de figuren Geloof, Hoop en Liefde houdt zij al meer dan vier eeuwen de wacht boven de ingang van het voormalige stadhuis in Bolsward. „De zandstenen beelden zijn vastgezet en verstevigd met ijzer”, zegt hij. „In de loop van de tijd zet dat uit. Daardoor ontstaan er barsten en scheuren in het steen en kunnen er stukken afbreken.”

Een nieuw project begint met een inventarisatie

De restauratie van Justitia is het slotstuk van een megaklus voor de Friese steenhouwers. Al ruim anderhalf jaar zijn ze — af en aan — bezig met het herstel van de gevel van het rijkversierde pand. „Een nieuw project begint altijd met een inventarisatie”, vertelt Heida vanaf een 20 meter hoge bouwsteiger, van waaraf we uitkijken over de Marktstraat en de Appelmarkt. „Alle decoraties hebben we stuk voor stuk gecheckt. Kunnen ze nog een paar decennia mee of is er restauratie nodig? Hetzelfde geldt voor de voegen. Toen we daar een goed overzicht van hadden, zijn we aan de slag gegaan.”

De tekst gaat verder onder de foto.

 

In het geval van Justitia betekende dat onder andere: het ijzeren anker waarmee ze aan de gevel is bevestigd vervangen door een nieuw exemplaar van roestvrijstaal, en het repareren van een grote scheur in de nis waarin het beeld staat. Gaandeweg kwam er onverwacht extra werk bij. Tijdens de werkzaamheden viel de arm van vrouw Justitia namelijk op de stijger en brak in drieën. „Gelukkig konden we die met pennen bijna onzichtbaar aan elkaar maken.”

Steenboor en ankermortel

Vandaag bevestigen Heida en zijn collega de herstelde arm weer aan de romp. Dat gebeurt ter plaatse, bovenop de stijger. „Justitia weegt zo’n 135 kilo”, verklaart hij. „Als het even kan, restaureren we dit soort grote objecten op locatie.”

Voorzichtig opent hij een kartonnen doos die naast hem staat. Op een bedje van isolatiemateriaal ligt daarin de honderden jaren oude arm, die Van der Let in de werkplaats heeft gerestaureerd. Vervolgens haalt Heida een enorme steenboor te verschijn. Terwijl zijn collega de arm vasthoudt, boort hij er aan de korte kant in opperste concentratie een gat in. Daarna doet hij hetzelfde in de schouder van het beeld. Het lijkt doodeng, met zo’n modern apparaat een stokoud kunstwerk te lijf gaan. Maar bij Heida veroorzaakt het geen stress. „Het materiaal kan het hebben.”

Dan gaat er een pen in de arm, die met speciale ankermortel (een vorm van snelwerkend cement) in de schouder wordt bevestigd. De laatste stap is om de het beeld met behulp van een takel terug te plaatsen in de nis, te verankeren en ‘aan te lijmen’. Als het goed is, kan Justitia nu weer jaren mee.

 

Dezelfde gereedschappen als een paar eeuwen geleden

Enkele dagen later ontmoeten we Arnold Heida opnieuw, nu in de werkplaats van steenhouwerij de Vries in Buitenpost. Daar is hij bezig met beeldhouwwerk aan een gevelsteen met acanthus-bloemmotief, ook bedoeld voor de gevel van het Bolswardse stadhuis. De steen in kwestie — 50 cm lang, 45 cm breed en 17 cm dik — was zo beschadigd, dat herstel niet meer mogelijk bleek. Dus haalde Heida hem uit de gevel en hakt hij nu met de hand een precieze kopie uit een nieuw blok zandsteen. Een arbeidsintensieve klus: hij is er minstens vier dagen mee zoet. Toch is dit wat hij het liefste doet. „Er is niets zo mooi als het ambachtelijke handwerk, waarbij je de vorm onder je handen ziet groeien.” Dat leerde hij in zijn opleiding tot steenhouwer, maar vooral in praktijk; na dertig jaar steenhouwen is er bijna niets wat hij niet kan maken.

 

Om zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven, doet hij veel research. Zeker als, zoals nu, een deel van de originele steen door de tand des tijds is vergaan. „Ik kijk dan naar vergelijkbare stenen in de gevel van het pand, maar ook uit dezelfde periode op andere gebouwen. Aan de hand daarvan vul ik de missende onderdelen zelf in.”

Voor het uithakken gebruikt hij wel tien verschillende beitels, van vlak tot puntig en alles er tussenin. „In de basis zijn mijn gereedschappen niet anders dan die mijn voorgangers een paar eeuwen geleden gebruikten. Bijzonder, toch? Alleen heb ik de luxe van een mechanische hamer, zodat ik niets steeds zelf op de beitels hoef te slaan.”

Trots op zijn werk

Ook al doet hij al jaren restauratiewerk, hij vindt het nog iedere keer speciaal om zo’n oud stuk — het gehavende historische voorbeeld ligt naast de nieuwe kopie — in handen te hebben. „Als ik bezig ben, voel ik een directe link met de maker van toen. Ik kijk vooral naar de technieken die hij gebruikte. Zou hij dit op dezelfde manier hebben aangepakt als ik nu, vraag ik me dan af.”

Als het stuk straks klaar is, beitelt hij er tot slot zijn initialen en het jaartal 2021 in, ook een eeuwenoude traditie. „Iedere steenhouwer is trots op zijn werk. Dus tekenen we dat, net als een schilder dat bij een schilderij doet.” Grote kans kortom, dat een nieuwe steenhouwer bij de volgende restauratie ooit de initialen A.H. aantreft. Zo leeft ook het werk van Arnold Heida en zijn collega’s hopelijk weer honderden jaren voort.

 

Je kunt deze onderwerpen volgen
Súdwest-Fryslân
Fotoserie
Instagram
Een vak apart