Portretten op veertien plekken in Friesland waar in de oorlog Joodse kinderen ondergedoken zaten

Fred van Vliet (1943), deelnemer aan het project ‘De Terugkeer van de Joodse Kinderen’, zat als baby van vijf maanden in dit pand ondergedoken bij het echtpaar Marten en Helene van Vliet. FOTO HOGE NOORDEN/JACOB VAN ESSEN

Veertien portretten van onderduikkinderen op evenzoveel plekken in Friesland moeten de herinnering levend houden aan deze oorlogsgeschiedenis. Fred van Vliet (77): ,,Dit is een eerbetoon aan mijn vier ouders.”
Lees meer over
Súdwest-Fryslân

,,Vroeger liep ik heel snel door dit steegje. In het donker vond ik het maar niks.” Fred van Vliet (1943) staat in de Lange Pijpsteeg op de hoek van de Singel in Sneek. Hij heeft net zijn eigen meer dan levensgrote portret op de zijgevel van Singel 29 onthuld, samen met burgemeester Jannewietske de Vries van Súdwest-Fryslân.

Het is de openingshandeling van de openluchttentoonstelling ‘Wy koene der noch wol ien by ha’. Op veertien plekken in Friesland zijn dergelijke portretten aangebracht op plekken waar in de oorlog Joodse kinderen ondergedoken zaten. Via een QR-code onder de portretten kunnen de achterliggende verhalen op de mobiele telefoon tevoorschijn gehaald worden.

Ondergedoken

Van Vliet zat in dit pand ondergedoken bij het echtpaar Marten en Helene van Vliet. In november 1943 was hij als baby van vijf maanden door studente Iet van Dijk naar Friesland gesmokkeld en door de doopsgezinde predikant Willem Mesdag bij het echtpaar Van Vliet ondergebracht. ,,Kijk, daar helemaal boven was mijn kamertje”, wijst hij. Het souterrain was vroeger het magazijn van ‘M. van Vliet Groente & Fruit en gros’, zoals het op het gevelbord stond. Dat bord hangt nu boven de garage van Fred en Trees van Vliet in Harlingen.

Het historische pand is voor het overgrote deel hetzelfde. Bewoonster Sharon Keet (40) heeft achter de originele raampjes een aantal WO II-spulletjes uitgestald: een soldatenhelm, een zaklamp, een knevelketting, wat boeken over de Sjoa. ,,Geleend van mijn collega Jan Arend Boer, die verzamelaar is.”

Politieagent

Er staat ook een foto van een politieagent. ,,Mijn opa Adrianus Keet, die agent was in de oorlog. Hij ging ’s avonds wel eens in uniform wandelingetjes maken met onderduikers. Als de Duitsers hem dan aanspraken zei hij dat het zijn arrestanten waren en mochten ze door. Aan het eind van zijn leven, in de jaren negentig, kreeg hij alzheimer. Elke avond zei hij weer: vanavond ga ik met de kinderen wandelen.”

De andere dertien meer dan levensgrote portretten zijn aangebracht in Blije, Bolsward, Burgwerd, Drachtstercompagnie, Ferwert, Holwerd, Joure, Leeuwarden, Raerd, Scharnegoutum, Sneek (drie). ,,De titel ‘Wy koene der noch wol ien by ha’ wiist op de drege omstannichheden wêr’t gesinnen yn sieten en der noch ien by nommen, nóch in mûle te fieden”, zegt Gerard van der Veer van Stichting De Verhalen, initiator van de expositie.

'No is it ferhaal sichtber'

De aftrap in Sneek kan niet met publiek plaatsvinden. Voor deze gelegenheid zijn de bewoners van de Singel per brief gevraagd om in de deuropening te gaan staan. Daar hebben ze vrijwel allemaal gehoor aan gegeven. De doopsgezinde vermaning is recht tegenover Van Vliets onderduikadres.

Kapelaan Gérard Jansen van de rooms-katholieke kerk was ook een belangrijke spil in het onderbrengen van de gesmokkelde kinderen, net als de hervormde hulppredikant Mia Coelingh, en het doktersechtpaar Gerritsma in het witte huis op nummer 38. ,,De Singel is it sintrum fan dizze oarlochs-skiednis”, zegt Van der Veer. ,,Mei dizze grutte foto’s yn ’e iepenbiere romte kin eltsenien de bern fan fier ôf sjen, op it plak wêr’t se yn de oarloch fuortstopt wiene.”

,,No is it ferhaal sichtber”, beaamt burgemeester De Vries. ,,Yn fryheid en iepenbierheid kinne wy sjen hoe’t dizze bern mei leafde en respekt fersoarge binne.”

Eerbetoon

Dat is wat Van Vliet ook benadrukt. ,,Dit is een eerbetoon aan mijn vier ouders. Mijn Joodse ouders Salomon en Rachel Schachner hebben mij afgestaan toen ik vijf maanden was, terwijl ze wisten dat ze me nooit meer zouden terugzien. Daar is moed voor nodig. Ze zijn vergast in Auschwitz. Marten en Helene van Vliet noem ik niet mijn pleegouders of adoptieouders, zij zijn mijn ouders. Zij hadden de moed mij op te voeden, en hebben dat ontzettend liefdevol gedaan. Men vraagt mij wel eens: wat zou jij doen? Heel eerlijk: ik weet niet of ik mijn gezin in oorlogstijd in gevaar zou brengen door een onderduiker op te nemen. Ik ben in 1968 naar Harlingen verhuisd, maar mijn vader heeft hier tot 1992 gewoond. Ik ben vaak teruggeweest en dit is altijd mijn thuis gebleven.”

www.joodsekinderen.nl

Nieuws