IJsclub Sneek viert 150 jaar met boek ‘We kenne skaatse!'

Bestuur en medewerkers van de ijsclub. In het midden (met rode sjaal) schrijver van het jubileumboek Willem Altena. Foto: Simon Bleeker.

IJsclub Sneek brengt ter gelegenheid van haar 150-jarig bestaan een jubileumboek uit. De feiten en verhalen in We kenne skaatse! Anderhalve eeuw Sneker ijsbaanplezier zijn opgetekend door Willem Altena, oud-verslaggever van de Leeuwarder Courant en het Sneeker Nieuwsblad.
Lees meer over
Súdwest-Fryslân

IJsclub Sneek is een fusie van twee schaatsverenigingen in de Waterpoortstad: IJsclub Friso (opgericht op 2 januari 1871) en het bijna tien jaar jongere De Friesche Jeugd. De twee vormden in 1969 IJsclub Sneek, dat momenteel circa vierhonderd leden telt.

Sneek, 1962. Een winterse zaterdagmiddag. Germ de Wolf zit met zijn maten Doeke van der Werf, Folkert Poiesz, Louis van der Goot en Guus Bakker bij De Poort van Cleef aan de Marktstraat. De begin-twintigers willen net aan een alcoholische versnapering beginnen, als achterin de kroeg de telefoon rinkelt. De kastelein herkent de stem van Siebe de Wolf aan andere kant van de lijn. De oud-bestuurder van IJsclub Friso wil dringend zijn zoon spreken. Het is aan het vriezen en Germ moet als de sodemieter het ijs meten.

Favoriete anekdote

De ogen van oud-journalist Willem Altena (Leeuwarder Courant, Sneeker Nieuwsblad) fonkelen. Dit is zijn favoriete anekdote in het boek. Het toeval wil dat Altena, op bezoek bij ijsclubvoorzitter Jacob Akkerman, op de praatstoel is gaan zitten. Hij vertelt met een grote glimlach verder.

Altena: ,,Siebe was al lang geen voorzitter meer, maar voelde zich dat nog wel. Hij zit die middag in Leeuwarden bij een vergadering van de Friese Voetbal Bond, en weet waar hij Germ moest vinden. As ut mear dan fijf sentimeter is, must my terugbelle , roept hij door de hoorn tegen Germ. Hij wil het over een half uur weten. Siebe zal de boel wel even in gang zetten. Germ is doodsbenauwd voor zijn vader, niet zonder reden, en pakt zijn jas. Wêr gaastou hene? Dou must earst dyn hassebassie noch opdrinke , zeggen zijn maten.

Anderhalf uur later zit Germ er nog. Telefoon. Pa Siebe: Hoe lykt ut? Germ reageert dankzij de borreltjes nu een stuk stoerder. Nou pa , zegt hij met veel nep-gehijg, ut iis is un blok beton. Dur ken wel un peerd overheen. Beladen en wel. Oké, dan weet ik genoech , klinkt het aan de andere kant.

‘Ut gaat aan’

Siebe de Wolf gaat iedereen bellen. Het Stedelijk Muziekkorps, noem maar op. Ook bij de bestuursleden gaat de telefoon. En zo zien Germ en zijn kornuiten een paar uur later vanuit de kroeg het korps voorbijtrekken. Voorop in de Marktstraat lopen ‘plisiesjef’ Kooistra met z’n bouviers Brutus en Nero, stadsfiguur Freekie en een groep kinderen met schaatsen om de nek. Bertus Poiesz komt aangesjeest met ‘wust’ en warme punch. Iedereen in optocht, vanaf het stadhuis via de Oosterdijk naar de schaatsbaan aan de Leeuwarderweg. De groep vrienden lacht richting Germ. Ut gaat aan, Frynd .”

Tegenover Altena begint ook ijsclubvoorzitter Akkerman te grinniken. De voormalig deurwaarder en oud-bestuurder van zwemclub Neptunia, atletiekvereniging Horror en voetbalclub Woudsend, weet al hoe het verhaal afloopt.

Altena: ,,Op de ijsbaan hebben ze intussen een gekleurd lint opgehangen. Een van de bestuursleden houdt een korte toespraak en knipt hem door. Het sein voor Kooistra om het ijs op te gaan, het korps volgt. Maar als de achterste bespeler van de grote sousafoon het ijs op stapt, gaat het vooraan mis. Nero en Brutus zakken er het eerst doorheen en trekken Kooistra mee. Koppie onder. Daarna de rest: Freekie, de tambour-maître, de trommelaars en blazers. Als het hele zaakje even later afdruipt, wordt een paar kilometer verder nog maar eens ingeschonken!”

‘Willem brengt het prachtig’

Akkerman: ,,Willem brengt het allemaal prachtig. Ik ben dan ook bijzonder trots op het boek. Veel wat erin staat, wist ik zelfs niet. Bijvoorbeeld dat prins Alexander onze beschermheer is geweest. Het boek geeft ook een beeld van Sneek. Er staan dingen in die veel Snekers niet zullen weten.”

Altena: ,,Ik vond het al schitterend om een eeuwenoude brief van prins Alexander uit de envelop te halen, het Sneker element maakte het schrijven extra leuk.”

Akkerman vroeg Altena in de zomer van 2019 om het speciale boek te maken. De twee kennen elkaar van de ijsbaan. Altena is tegenwoordig imker en beheert op het terrein enkele bijenkasten.

Akkerman: ,,Het bestuur vond een jubileumboek een goed idee en ik wist dat Willem voor de Sneeker en de Leeuwarder Courant heeft geschreven.”

Geromantiseerd

Altena: ,,Toegegeven, af en toe heb ik wel wat geromantiseerd. Bijvoorbeeld de anekdote over keurmeester Kees Vrolijk, die in 1925 bij de jaarvergadering op een rieten stoel ging zitten. Hij had de rechtopstaande speld niet gezien. Die man slaakte een ijselijke kreet, dat kán niet anders. Ik heb dit met enige dichterlijke vrijheid beschreven. Maar myn klokkespel is gelukkech nog heel heeft hij echt gezegd.”

Akkerman: ,,Willem kan het smeuïg vertellen. Dat mag, het moet ook lekker lezen. De verhalen die aan de historie kleven, maken het boek zo mooi. Bijvoorbeeld over het stel dat elkaar op onze ijsbaan heeft ontmoet. Na beider overlijden moest de as worden uitgestrooid op ons terrein, zo stond in hun testament. Dit heeft de familie in 2010 ook gedaan.”

Maandenlang repte Altena zich elke woensdagmiddag naar het Fries Scheepvaart Museum of de biebkelder van de Vereniging Historisch Sneek om te graven in de geschiedenis van de ijsclub.

Ontstaansgeschiedenis

Altena: ,,Er was meer dan ik had verwacht. Dozen vol mappen met strikjes eromheen. Met daarin weer oude brieven. Sommige paperassen waren meer dan een eeuw ongelezen gebleven. Ik heb erg gelachen om al die notulen; wat een leuke sfeer spreekt daaruit. Zo ging de fusie tussen IJsclub Friso en De Friesche Jeugd tot IJsclub Sneek gepaard met veel gehannes. Friso schoof de samensmelting telkens op de lange baan, maar wel zo handig dat De Friesche Jeugd de schuld kreeg. De ontstaansgeschiedenis van Friso is ook interessant. De club werd opgericht door jongemannen die zich ergerden aan de in hun ogen luie IJsvereeniging Sneek, die al sinds 1859 bestond. Volgens hen zaten hier vooral notabelen. Zij konden een bolknak aansteken, maar handjes aan het ijs? Nee. Ook vonden de jongens de club veel te duur. Wat must nou met sukken , zeiden ze. De oprichters van Friso waren trouwens jongens met een goede achtergrond. Zonen van een middenstander, dat soort lui.”

Akkerman: ,,Maar wel heel sociaal en betrokken bij de gewone man. Zo werden bij Friso geregeld wedstrijden gehouden, puur om de maag te spekken. De winnaar kreeg een stuk vlees of een brood van de bakker. Maar de verliezer kreeg ook wat.”

Markante figuren

Een reeks markante figuren passeert in het boek de revue. Zoals Dinie van Amersfoort, Ulbe van Dijk, Jans Groothuis, Klaas Haringa en oud-bestuurslid Dicky van der Werf, naar wie het huidige ijsbaanterrein is vernoemd.

Altena: ,,Een van de eersten op wie ik stuitte, was Peter Londema. Hij was een jaar of twintig toen hij in 1970 aan een wedstrijd wilde meedoen en zijn nagelnieuwe suède jas aan het hek hing. Na afloop was ‘ie weg natuurlijk. Toen ik hem hieraan herinnerde, viel hij stil. Ik ken dur se wear fan gulen gaan , zei Londema.

Akkerman: ,,Dicky komt natuurlijk uitvoerig aan bod in het boek. Ook toen hij niet meer in het bestuur zat, had hij nog een dikke vinger in de pap. Als het vroor en het ijs was nog niet gemeten, belde hij mij op. Direkteur, ken de iisbaan ok open? Als ik niet kwam om te meten, deed hij zelf de stok erin. Dus ging ik maar. Want Dicky mat vooraan bij het gebouw, niet achterin waar het ijs altijd dunner was.”

Nieuw clubgebouw

Altena: ,,Dicky was eigenwijs en had altijd een weerwoord. Je sprak hem niet tegen. Maar je kon nooit lang boos op hem zijn. Dicky had hart voor de ijsclub. Eigenlijk voor heel Sneek. De stad was zijn leven. Toen hij als 15-jarige begon bij een lederwarenzaak aan de Wijde Burgstraat, maakten ze er grapjes over zijn lengte. Dan must mij mar een skop onder de kont geve , zei hij tegen de baas. Nog geen vijf jaar later was Dicky eigenaar van de zaak. Hij was later overal voorzitter of bestuurslid. Toen Dicky in 2004 overleed, liet hij anderhalf miljoen euro na aan ruim dertig verenigingen en stichtingen, voornamelijk uit Sneek. De ijsclub kreeg 280.000 euro. Met dit geld kwam er in 2008 een nieuw clubgebouw.”

Akkerman: ,,Ons oude gebouw was ook echt een krot. Dat het schaatsen bij ons overdag gratis is voor de kinderen, komt trouwens ook uit de koker van Dicky. Een andere traditie die er dankzij Dicky is gekomen, is het aandoen van de lichten van de ijsbaan op de dag van een Elfstedentocht.”

Leeuwarderweg

Tot 1930 werd er geschaatst op het Veemarktplein. Het ‘Geeuwdal’, was toen nog een grasveld van 30.000 vierkante meter. Tegenwoordig worden de ijzers ondergebonden tussen de Leeuwarderweg en de Zwette. Als het weer eens vriest tenminste.

Altena: ,,De baan wordt sowieso half november onder water gezet door een man of tien, altijd met een berenburgje. Het huidige terrein was vroeger zo lek als een zeef. De vereniging probeerde van alles, terwijl al werd geschaatst op de Brekken en Houkesloot. De iisbaan gaat ok open. reken dan mar op dooi , werd een gevleugelde uitspraak in Sneek.”

Akkerman: ,,De gemeente heeft het terrein jaren geleden gerenoveerd. We kunnen nu binnen 48 uur open. Maar veiligheid boven alles! We hebben vaak te maken met honderden kinderen tegelijk op de baan. Voor de jeugd geldt zes centimeter ijs als minimum, acht voor volwassenen.”

‘De mannen weten precies welke invloed een blad heeft op ijsvorming’

Altena: ,,Het is dankzij al die vrijwilligers dat de baan open kan. De harde kern, een man of zeven, komt elke maandagochtend bij de baan samen. Het hele jaar door. Het terrein is van de gemeente, maar het onderhoud voor de ijsclub. De heren beginnen om 9 uur met een bakje koffie, daarna is er van alles te verhapstukken. Ze hebben overal een theorie over. Neem de blaadjes van de bomen rond de baan. Daar zijn professoren op afgestudeerd. De mannen weten precies welke invloed een blad heeft op ijsvorming.”

Akkerman: ,,Er is ook een ‘slapende lijst’ met vrijwilligers. Als we weer kunnen schaatsen, zijn er extra handen nodig. Bijvoorbeeld voor het vegen van de baan, de keuken en het schoonmaken van toiletten. En natuurlijk voor het loket. Diegene moest vroeger altijd goed opletten. Er zijn heel wat Snekers voorbij geglipt, om maar niet die ene gulden te hoeven betalen. Dat zal ze nu niet meer lukken!”

Boekpresentatie

We kenne skaatse! Anderhalve eeuw Sneker ijsbaanplezier wordt, als de COVID-19-maatregelen het toelaten, vrijdag 22 januari gepresenteerd in het Fries Scheepvaart Museum in Sneek. Hier bevindt zich een groot deel van het archief van de club. Altena werkte twee jaar aan het boek.

Het honderd pagina’s tellende boek, vormgegeven door Jeroen Deen, is niet verkrijgbaar in de boekhandel. Het kan worden besteld via de website van IJsclub Sneek. De oplage bedraagt vijfhonderd stuks.

Nieuws

Meest gelezen