Teunis Spits uit Drachten is signpainter en pinstriper: ‘Mensen brengen hun auto bij mij om hem oud te maken. Zó lelijk, dat het mooi is’

Hij is dol op roest, schildert graag dingen ‘lelijk’ die ooit mooi waren en is naar eigen zeggen zo dyslectisch als een deur maar tegelijk knettergek op letters. De Drachtster signpainter, pinstriper en decorateur Teunis Spits schildert reclameborden, auto’s, logo’s en alles wat maar met de hand mogelijk is. ,,Je hebt mensen die bruine verf op een auto smeren, maar ik probeer levensechte roest te schilderen.”

Teunis Spits.

Teunis Spits. FOTO ANDRIES JELLE DE JONG

Onverstoorbaar, sterk geconcentreerd, met militaire precisie. In de werkplaats van zijn bedrijf Future Relics in Drachten legt geboren Harlinger Teunis Spits (51) de laatste hand aan een project dat hem rijdend is komen aanwaaien uit Zeeland: een oud VW-busje. Ooit zeeblauw geweest, daarna wegens technische mankementen jarenlang ongebruikt en onbeschermd aan zijn lot overgelaten. Op de kwetsbare plekken verroest, maar dus niet egaal of mooi verroest. En dat maakt het busje tot een onaantrekkelijk hoopje schroot op wielen.

Totdat ‘mooimaker’ Spits wordt opgetrommeld om zijn kunsten te vertonen. De nieuwe eigenaar van het lelijke ding heeft het busje met een flinke financiële injectie technisch weer slagvaardig genoeg gekregen om het Hollandse asfalt te kunnen trotseren, maar het oog wil ook wat. En wat wil het oog? Nóg meer roest! En verweerd geschilderde logo’s die door de virtuele tand des tijds zogenaamd slecht leesbaar zijn: zogeheten ghost signs . Plus nog meer oudgemaakte details die het ooit zo montere busje van zijn verrotte en onverzorgde uiterlijk af helpen.

Van denigrerende omschrijvingen als ‘total loss’, ‘volledig verwaarloosd’ en ‘nog te slecht voor de schroothoop’ tovert Spits het arme voertuig om tot een gewild object dat na zijn behandeling met een stijlvol compliment als ‘vintage’ wordt omschreven. ,,Je hebt mensen die simpelweg wat bruine verf op een auto smeren, maar ik probeer levensechte roest te schilderen”, zegt Spits als we hem vragen of dit specifieke ambacht bijzonder is.

,,In Eindhoven heb ik een gerespecteerd collega, Frans Mandigers, die kan ook erg mooie dingen maken, een inspiratie voor mij. Als ik op vakantie in het buitenland ben en toeristen staan bij mooie auto’s te kijken, sta ik een eindje verderop bij roestige bakken te koekeloeren. Daar maak ik dan foto’s van, hoe échte roest eruit ziet. Kijken, observeren, opslaan en toepassen. Als een auto jarenlang in de zon staat: wat doet de lak dan met die auto? Die gaat schuren, verweren, verbranden, het wordt wit en gaat zelfs craqueleren.’’

Vieze moerasauto

,,Moet je kijken wat ik kort geleden op de kop heb getikt: dit is een blik icecrack. Een verf die prachtig scheurt. Als je echte craquelé gaat gebruiken, is het too much. Maar wat ik hier heb, scheurt mooi op grote oppervlaktes. Het is een decoratieve verf die ze gebruiken als iets ijzig koud moet lijken. Daar is het voor gemaakt, maar daar gebruik ík het niet voor.’’

,,Er staat buiten een Ford Mustang uit Castricum, die moet ik maken volgens een plaatje dat de eigenaren op internet hebben gevonden. De Mustang krijgt de look alsof hij gevonden is in een moeras, dus overwoekerd en verroest. Ik heb de filmpjes bestudeerd van hoe ze die Mustang van die foto uit het bos hebben getrokken. Een vieze, verweerde moerasauto die door Moeder Natuur stevig is aangetast. Dus patina, sun burned , lak gescheurd, gouden strepen die zijn verweerd. Dat moet ik gaan namaken.’’

,,Mensen brengen hun auto bij mij om hem ‘lelijk’ te maken. Zó lelijk, dat het mooi is. Als ik klaar ben met een auto, parkeer ik hem hier buiten en maak ik er foto’s van. Laatst kwam er een toevallig passerende oude meneer naast me staan die zei: ‘Nou jonge, dêr hast noch wol even wurk fan.’ Maar toen was ik dus net klaar. Een groter compliment kun je niet krijgen.”

Als Spits de toevallige passant citeert, blijkt dat hij accentloos Fries kan spreken. Hij gebruikt het alleen nooit. Waarom niet? ,,Om me heen hoor ik veel soorten Fries. Allemaal zeggen ze bijvoorbeeld ‘het gaat’ om hun eigen manier. It giet, geut, gjit, goat, gaat: in mijn hoofd is dat te veel informatie. Dat wil niet bij mij, dat geeft een error. Te creatief waarschijnlijk, haha. Daarom hou ik het lekker bij Nederlands.’’

,,Ik ben geboren in het ziekenhuis van Harlingen, mijn ouders woonden toen op Terschelling. Op mijn tweede zijn we naar Hoogezand verhuisd, maar daar kon mijn vader niet aarden. En niet veel later woonden we in Drachten, hier ben ik getogen en ik woon en werk er nóg: ik voel me op en top Drachtster.”

Trots aanwakkeren

Mede vanwege dat sterke gevoel voor zijn woonplaats en om zijn creativiteit met iedereen te delen, zorgt Spits ervoor dat zijn werk op meerdere plekken in Drachten te zien is. Met de hand schilderde hij een 3 meter hoog gedicht voor juwelier Willming op de Noorderbuurt, bij voetbalvereniging Drachten zijn drie geschilderde gedichten te lezen en het levensgrote logo van woonwinkel Thuishaven is door hem aangebracht. Plannen voor nog meer versieringen zijn er te over. Dolgraag wil Spits Drachten nog een beetje mooier maken, zoals hij dat zelf noemt.

,,Drachtsters schamen zich vaak voor Drachten. Ze schamen zich ervoor dat ze uit Drachten komen, ze zijn er niet trots op. Dat komt denk doordat we bijna geen geschiedenis hebben en er veel oude gebouwen afgebroken zijn. Ik wil dat gevoel van trots aanwakkeren door geschiedenis terug te brengen in het straatbeeld. Bijvoorbeeld oude reclames van Philips en de postzegels waarvan het lettertype is ontworpen door S.H. de Roos, een beroemde typograaf uit Drachten die leefde van 1877-1967. Met enkele geïnteresseerde partijen heb ik al een rondje door Drachten gemaakt om te kijken waar we eventueel levensgrote postzegels zouden kunnen aanbrengen.’’

,,En ik zou dolgraag ergens in het centrum een grote muurschildering maken met daarin typisch Drachtster bezienswaardigheden verwerkt, zoals de fietsbrug, de oude tabaksfabriek, De Lawei, noem maar op. En dat toeristen en passanten dan selfies maken voor die muur! Zo kunnen we de Drachtsters misschien wat trotser maken. Ik wil wat achterlaten dat Drachten een stukje mooier heeft gemaakt.”

Daar waar in de hypermoderne reclamewereld tegenwoordig gebruik wordt gemaakt van de meest geavanceerde technieken om bedrijfsborden en logo´s te maken, heeft Teunis Spits het bijna uitgestorven ambacht van reclameschilder nieuw leven ingeblazen. Dat hij ook uiterst creatief is in het uitkiezen van de middelen om zijn prachtvak mee uit te voeren, blijkt als hij uit een kastje een hele stapel vitrage grijpt.

,,De structuur, het reliëf en de tekening in vitrages gebruik ik om overheen te spuiten, dat geeft een schitterend effect op het oppervlak dat ik aan het bewerken ben. Toen er eens een oud koppel stond te kijken bij een auto die ik spoot en mij met vitrage in de weer zag, moest ik maar even meekomen naar hun huis. Kreeg ik een grote doos vól vitrage mee. Ik heb inmiddels een enorme collectie vitrage, daar word ik heel gelukkig van. In kringloopwinkels en op Marktplaats ben ik altijd naar vitrage aan het neuzen. Ja, ik kijk anders naar gordijnstof dan de gemiddelde man.”

Halve Hell’s Angel op de stoep

Toen hij eens bij een vrouw langsging die via Marktplaats vitrage aanbood, kwam de voordeur eerst maar een klein stukje open. Dat zo’n grote stoere kerel vol tatoeages, ruige baard, pet, bril en kleren vol verf om een stukje gordijnstof langskwam, daar klopte in haar ogen iets niet aan. ,,Die vrouw dacht: wat is dit voor halve Hell’s Angel op mijn stoep”, zegt Spits lachend. ,,Ze rolde van de ene verbazing in de andere toen ik uitlegde wat ik doe. Drie dagen later is ze zelf komen kijken.”

Zijn extravagante uiterlijk is geen statement of uitingsvorm van zijn creativiteit; tatoeages vindt hij gewoon mooi en sluiten aan bij zijn voorliefde voor getekende beeltenissen. Spits vertelt dat hij sinds zijn vierde jaar gebiologeerd was door tatoeages sinds hij die bij een overbuurman had gezien. In zijn tienerjaren mocht hij van zijn ouders echter beslist geen tattoo; toen hij in 1988 op z’n zeventiende uit huis ging, stond binnen een paar dagen het logo van The Red Hot Chili Peppers op zijn been.

,,Tatoeages zijn voor mij gelinkt aan skaten. In de skatewereld wordt gebruikgemaakt van skateboardplaatjes die je op je deck kunt plakken; vrijwel elke skater heeft een tic met stickers. De mooie vormgeving daarvan triggerde me in de tijd dat ik zelf skater was. Die stickers kon je kopen. Je kon bijvoorbeeld een dollar plus een aan jezelf geadresseerde en gefrankeerde envelop opsturen naar Amerikaanse skateshops en dan kreeg je stickers thuisgestuurd. Bellen kon ook, maar bellen naar Amerika was hartstikke duur. Weet je wat wij dan deden? Op de plek waar nu het AZC staat in Drachten, zat vroeger een boorstation. Die stations moesten verplicht een telefoonlijn hebben. Wij sneakten onder het hek door en met die telefoon belden we naar Amerika om die skateboardstickers aan te vragen, rekening houdend met het tijdsverschil én met de politie, haha.’

,,Het skaten heeft van mij een doorzetter gemaakt. Het leren van trucjes moet je zelf en alleen doen, niemand helpt je. Je wordt beter met vallen en opstaan, aanhouden geeft voldoening en jezelf blijven uitdagen leidt tot ontwikkeling. Het zijn metaforen voor het leven, het skaten heeft mij op die manier helemaal gevormd. Veel van mijn tattoos zijn skateboardgerelateerd. Als ik niet had geskatet, had ik nu dit werk niet gedaan. Door die stickers ben ik anders naar tekeningen, logo’s, borden en andere getekende uitingen gaan kijken. Ik ontdekte dat reclameborden vroeger met de hand werden geschilderd en dat je met letters, kleuren en schilderen ontzettend veel kunt doen. Daarom koos ik ervoor om de LTS-opleiding tot reclameschilder te gaan doen.”

Lichtpuntje in trieste tijd

Hoewel de opleiding destijds nog wel werd aangeboden, was er als volleerdreclameschilder geen werk te vinden. ,,De computer had het ambacht overgenomen”, blikt Spits terug op de teleurstelling dat hij het vak waarvoor hij had geleerd, niet kon uitvoeren. Een aantal jaren werkte hij als huisschilder. Daarna ging hij als fanatiek muziekliefhebber aan de slag als programmeur bij Poppodium Iduna.

Hij is ook gek op Amerikaanse auto’s, het liefst met een dikke V8-motor. Op automeetings zag hij voor het eerst pinstripes : geschilderde versierlijnen op auto’s, muziekinstrumenten en andere objecten. Spits vond het meteen fantastisch en dat lichtpuntje was erg welkom in een trieste tijd waarin hij zijn moeder en broertje verloor en zijn baan bij Iduna kwijtraakte, in zijn ogen onterecht.

,,Ik zat in die periode best in de put. Mijn vrouw kocht een beginnerssetje pinstripen voor me. Aan de keukentafel heb ik zitten oefenen. Móeilijk dat het was! Maar de mentaliteit van het skateboarden zat er nog goed in: blijven proberen, doorzetten, nieuwe vloekwoorden bedacht, vallen, opstaan. Ik kreeg het pinstripen onder de knie en mocht in Emmeloord mijn eerste hot rod pinstripen, een tot showwagen omgebouwde oldtimer. Er volgden meer opdrachten en in combinatie met mijn achtergrond als signpainter kon ik het pinstripen uitstekend inzetten om auto’s te bewerken. En dat doe ik tot op de dag van vandaag nog steeds met ontzettend veel plezier. Ik zie het niet eens als werken; ik help mee om de wereld een beetje mooier te maken. Elke dag dat ik hier in mijn werkplaats mag zijn, is een geslaagde dag.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Smallingerland
Interview
Instagram