Tientallen hulpverleners in je huis na een beenbreuk: de zorg is versnipperd, vindt Annelies Stegink uit Drachten

Zestig, zeventig, misschien wel negentig mensen kwamen zorg verlenen toen ze haar been brak. Annelies Stegink is hen dankbaar, maar vraagt zich ook af: kon dat niet simpeler?

Annelies Stegink ervoer haar herstelproces als een chaotische periode.

Annelies Stegink ervoer haar herstelproces als een chaotische periode. FOTO JILMER POSTMA

De crosstrainer in haar kleine woonkamer in Drachten – voor de fysiotherapie – is de laatste getuige. Het is nu drie jaar geleden dat Annelies Stegink haar been brak, ze kan alweer lopen, maar die periode maakt nog steeds grote indruk. Misschien niet eens door de breuk zelf, maar door al het geregel waar ze als alleenstaande mee te maken kreeg.

,,Ik dacht, toen ik hier eenmaal op bed lag: laat ik eens bijhouden op een lijstje wie mij allemaal helpen. Ik heb zelf ervaring in de zorg, dat leek me gewoon interessant. En ook met de bedoeling dat ik die mensen later allemaal zou kunnen bedanken.”

Geen plek in het ziekenhuis

Maar het werd zo’n komen en gaan van hulpen, zorgverleners, buren en vrijwilligers, dat haar lijstje groeide tot zeker zestig personen. „En nog verder wel, richting negentig. Toen heb ik het opgegeven.” Ze kreeg uiteindelijk wel de hulp die ze nodig had, het was alleen zo enorm versnipperd.

,,Op zich is de zorg er dus wel. Alleen krijg je het niet te weten.” Dat ervoer ze al diezelfde dag in maart 2018, toen ze bij een opengebroken straat met haar fiets ten val kwam. Een breuk bij de enkel en in het kuitbeen, hoorde ze even later op de Eerste Hulp van ziekenhuis Nij Smellinghe.

Stegink – op dat moment 68 – belandde in het gips en zou een week later haar operatie krijgen. De dag liep ten einde, maar een nachtje overblijven in het ziekenhuis zat er niet in. Op de vraag hoe ze zich thuis moest redden, kreeg Stegink naar eigen zeggen het advies op de bank te slapen of zittend naar boven te gaan. Thuis tilden de buren een bed naar beneden, een kennis zorgde voor krukken.

Woud van telefoonnummers

,,Toevallig wist ik dat je altijd Buurtzorg kan bellen, dus dat heb ik de volgende ochtend maar gedaan.” Ook googelde ze bij een andere instantie zelf naar een ziekenhuisbed en een toiletstoel voor in de woonkamer. Buren en vrijwilligers – Stegink is aangesloten bij LETS, een netwerk van mensen die goederen en diensten ruilen – hielpen met de boodschappen.

Dat klinkt als een geoliede machine, maar Stegink herinnert zich vooral de kopzorgen die het opleverde om alles voor elkaar te krijgen. ,,Het was chaotisch, ik leefde in een woud van telefoonnummers.” Na drie weken kreeg ze behoefte aan schone lakens op haar bed en vroeg ze de gemeente om ondersteuning. Dat lukte niet direct: voor de hulp in één (slaap)kamer stond maar weinig tijd geregistreerd, vrijwilligers konden dat ook wel doen, vond de ambtenaar. Stegink: ,,Later kreeg ik wel hulp, toen een kennis het aanvroeg. Dat maakt meer indruk, heb ik geleerd. Als een ander dat voor je doet.”

En zo, met al die verschillende clubs en vrijwillige hulp, zag ze talloze verschillende gezichten. Soms vijf of tien mensen per week voor alleen al het wassen. ,,Die hulpverleners rouleren allemaal in teams, en ze mogen vaak ook alleen bepaalde taken uitvoeren.”

Versnipperde hulp

Had ze na haar onverwachte ongeluk maar iemand gehad die haar de weg in de zorgwereld had gewezen, zegt ze. Een soort eigen ‘zorgmanager’. Die had haar kunnen leiden naar een overzichtelijke en minder versnipperde hulp. ,,Want op deze manier, dat veel mensen allemaal een klein stukje doen, kost het de maatschappij ook veel geld.”

Maandagavond vergadert Smallingerland over de ‘sociale koers’ van de gemeente. Stegink heeft de raadsleden al laten weten dat het ‘vroeger’ eigenlijk heel overzichtelijk was met één persoon voor ‘bad en bed’. ,,De ouderwetse gezinsverzorger. Misschien moet die weer terug.”

Iets organiseren voor haar ‘eigen’ hulpverleners, een plannetje dat ze eerst nog had, is niet meer gelukt. ,,Omdat het er zoveel waren, was ik bang om sommige mensen over te slaan. Laat ik hen allemaal bij deze dan bedanken.”

‘Samen bespreken’

Nij Smellinghe kan vanwege privacy niet op Steginks ervaring ingaan, maar stelt dat het protocol is dat een ziekenhuismedewerker samen met een patiënt bespreekt of er thuiszorg of hulpmiddelen nodig zijn, zodra die patiënt naar huis gaat. Het ziekenhuis betreurt het dat Stegink een andere ervaring had. ,,Als deze mevrouw nog hier met ons over in contact wil komen, kan dat.” Carins, de WMO-uitvoerder in Smallingerland, laat weten dat huishoudelijke hulp valt onder langdurige zorg en niet bedoeld is voor tijdelijke periodes.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Smallingerland
Zorg
Instagram