Jan Rijpstra: een leven boordevol sport tussen jongensdroom en ambtsketen. 'Sport in mijn DNA, politiek in de familie'

Het liefst was Jan Rijpstra een veel scorende spits van Feyenoord geworden. Nu geniet de burgemeester van Smallingerland van een winnend partijtje bij de veteranen van Drachten. Tussen jongensdroom en ambtsketen ligt een leven boordevol sport. ,,De samenleving kan niet zonder.’’

Burgemeester Jan Rijpstra van Smallingerland op het veld van VV Drachten.

Burgemeester Jan Rijpstra van Smallingerland op het veld van VV Drachten. FOTO JILMER POSTMA

Alleen al het doornemen van het curriculum vitae van Jan Rijpstra (65) vergt een goede conditie. Zijn cv is een imponerende opeenstapeling van studies, publicaties en werkzaamheden in politiek en sport. Voeg daarbij een privéleven, met onder andere vrouw en drie kinderen, en de vraag dringt zich op: hoe krijgt een mens het allemaal voor elkaar? ,,Drie woorden’’, zegt de inwoner van Drachten. ,,Fit, nieuwsgierig en creatief. Er zit zoveel in het leven en ik vind niks saai.’’

Rijpstra ontvangt op zijn werkkamer in het gemeentehuis van Smallingerland. Geen burgemeestersketting of stropdas, want de insteek van het gesprek is sport. Leuker dan politiek toch? Hij lacht en houdt het op een gelijkspel. ,,Er zijn vele raakvlakken. Zonder training-voorbereiding red je het niet en er wordt soms behoorlijk op de man gespeeld. In de lokale politiek gebeurt dat trouwens meer dan op landelijk niveau. En je doet het om te winnen.’’

Dat lukt niet altijd, weet de door de wol geverfde Rijpstra. ,,Ik kan nog altijd niet zo goed tegen mijn verlies. Zeker als tennisser was ik enorm fanatiek. Ik ben niet gemeen, maar ik kan niet tegen onrecht. Als me onrecht wordt aangedaan, zeg ik er wat van.’’

Hij herinnert zich uit zijn tienerjaren een tenniswedstrijd in Enschede. ,,Je wilt niet geloven wie er op de scheidsrechtersstoel ging zitten. Abe Lenstra! Je beseft pas later wat voor grootheid hij was; op dat moment ergerde ik me enorm aan hem. Hij was scheidsrechter bij een wedstrijd van een van zijn dochters en was heel partijdig. Ik heb aardig met hem in de clinch gelegen.’’

Vriendje

Als kind in Waddinxveen was het leven overzichtelijk. Vriendjes, een bal en een plantsoen in de straat betekende voetballen tot het donker werd of er gegeten moest worden. ,,Af en toe op de loop voor de wijkagent, want die grasstrook lag er alleen voor de sier.’’

Rijpstra, oudste van drie kinderen, was meestal keeper, of spits. De beste voetballer was zijn vriendje van de overkant: Luuk Balkestein. Hij reikte, als speler van Sparta, in 1980 tot 45 minuten in het Nederlands elftal en verdiende een transfer naar Feyenoord. Balkestein werkte later onder andere in de jeugdopleiding en scouting van SC Heerenveen. ,,Luuk bereikte waar wij allemaal van droomden: spelen in De Kuip’’, vertelt Rijpstra. Hij lacht. ,,Uiteindelijk heb ik dat ook voor elkaar gekregen, een jaar of vijf geleden. Met het Nederlands burgemeesterselftal voor het goede doel tegen de zakenclub van Feyenoord.’’

Rijpstra was 10 toen hij de stoute schoenen aantrok. Per brief werd het bestuur van Feijenoord (destijds nog met een ij) gevraagd of hij en zijn vriendjes lid konden worden. De Rotterdamse clubleiding schreef ‘Jongeheer Jan Rijpstra’ beleefd terug: ‘Jullie zijn nog veel te jong om telkens van Waddinxveen naar Rotterdam te reizen en daarom raden wij jullie aan maar rustig in je eigen clubje te blijven voetballen, tot dat jullie wat ouder geworden bent.’

Dat was even slikken voor de speler van Be Fair. ,,Mijn wereld stortte in.’’ De liefde voor Feyenoord verdampte echter niet. ,,Ik was lid van de fanclub van doelman Eddy PG, maar sport in het algemeen boeide me enorm. Ik knipte alles uit de kranten wat geschreven werd over de Olympische Spelen en hield elk schaatsrecords bij. Ik heb zo’n beetje alles bewaard. De geschiedenis van de sport heeft me altijd zeer geïnteresseerd.’’

Rond z’n 12de had hij het toekomstplan om een eigen sportwinkel te beginnen. ,,Maar Luuk zei: ‘Nee joh, je moet gymleraar worden’. We hadden dezelfde gymleraar, Jaap Akkerhuis. Hij is nog volleybal-bondscoach geweest. Akkerhuis was een voorbeeld voor ons. Ik weet nog dat Luuk tijdens een schooltoernooi een corner ineens in het doel schoot… Akkerhuis claimde dat succes, haha.’’

Het lachen verging Rijpstra even in 1969. ,,Mijn vader was kapitein op een coaster, maar ging aan wal werken. Daarvoor moesten we verhuizen naar Zwolle. Wat vond ik dat vreselijk. Om de pijn te verzachten, kreeg ik van mijn ouders een kaartje voor een oefenwedstrijd van Feyenoord in Zwolle. Verloren ze die ook nog… Gelukkig was het voetballen bij Be Quick ’28 leuk. We hebben ook in Dalfsen gewoond, daar was ik keeper bij ASC ’62.’’

Sportraad

In die jaren raakte Rijpstra ook geïnteresseerd in politiek. ,,Sport zit in mijn DNA, maar binnen ons gezin werd vaak over politiek gesproken. Dat zit in de familie’’, aldus Rijpstra, die tussen het voetballen en tennissen door zijn atheneumdiploma haalde en zich aanmeldde voor de ALO, de academie lichamelijke opvoeding in Groningen. ,,Op de ALO waren 150 plekken en ik meen zo’n 900 aanmeldingen. Je werd op diverse sporten beoordeeld. Dat ging me wel aardig af. Een van m’n klasgenoten werd Henk Veldmate, de oud-prof van FC Groningen en nu scout van Ajax. Sport en bewegen fascineerde me mateloos, ik vond geen vak vervelend.’’

Rijpstra nam zitting in de studentenraad. In die hoedanigheid maakte hij zich sterk voor een beter onderkomen voor de ALO. ,,De schoolleiding was daar naar eigen zeggen al vijftien jaar mee bezig, maar het schoot niet op. Ik heb over de accommodatie een zwartboek geschreven en dat zijn we via een ‘sportieve demonstratie’ gaan aanbieden op het Binnenhof. Voor elk gymtoestel dat we mee naar Den Haag namen, hadden we een vergunning aangevraagd. Neelie Smit-Kroes was een van de politici die ons ontving. We stonden in vijf minuten weer buiten, maar we hadden het zwartboek onder aandacht gebracht. Ik weet niet of het geholpen heeft, maar het ministerie verleende later toestemming voor nieuwbouw. Ik was inmiddels gymleraar geworden en werd gevraagd om als bouwcoördinator op te treden. Dat voelde als een beloning.’’

Sport en politiek verweefden zich meer en meer. Rijpstra (inmiddels docent) werd namens de VVD lid van de gemeenteraden in Groningen en Meppel. Voetballen deed hij bij Hoogkerk, Helpman en het Meppeler Alcides (,,In het beruchte vijfde’’), tennissen in Haren.

,,In de politiek was er altijd een link met de sport. Ik ageerde voortdurend tegen bewegingsarmoede. Mijn missie was en is om mensen aan het sporten te krijgen. Door mijn affiniteit met sport en onderwijs kwam ik bij de VVD in beeld voor de Tweede Kamer. Ik was voor de verkiezingen van 1994 de nummer 29 van de verkiezingslijst. De partij boekte flinke winst en kwam uit op 31 zetels. Nou, dan ga je gewoon beginnen. Ik kreeg onder andere basisonderwijs en sport in mijn portefeuille. In voormalig atlete Mieke Sterk van de PvdA had ik voor de sport een gelijkgestemde.’’

Hij werd in Den Haag ook als voetballer op waarde geschat. ,,We hebben met het Tweede-Kamerelftal mooie wedstrijden gespeeld. Paul Rosenmöller deed ook altijd graag mee. We speelden voor goede doelen, iedereen was fanatiek. Het ging er soms venijnig aan toe, her en der werden politieke rekeningetjes vereffend.’’

Hij zorgde er altijd voor dat hij op tijd thuis was voor het trainen en coachen van zijn drie sportende kinderen. ,,Hockey, voetbal, tennis. Ik genoot van het training geven en het coachen.’’ Zich terdege bewust van zijn publieke functies, kwam het toch voor dat hij botste met arbitrage of tegenstander. ,,Als voetbalvader heb ik mijn zoon een keer van het veld gehaald toen hij door een tegenstander zwaar werd geschopt en de scheidsrechter niets deed.’’

Gras en gravel

Rijpstra is van het gras en gravel. Niet van het pluche, zo zegt hij. Zijn al genoemde cv doet wellicht anders vermoeden, weet de burgemeester van Smallingerland. ,,Maar het gaat me er vooral om dat mensen gefaciliteerd worden om aan sport te kunnen doen. Je wilt iets doen waar je hart ligt en je wordt gevraagd als men denkt dat je ervaring en netwerk van pas kunnen komen om vraagstukken en conflicten op te lossen.’’

Daarmee zijn ‘uitstapjes’ naar honk- en softbalbond KNBSB en de Groningse basketbalclub Capitals (Donar) grotendeels verklaard. ,,Ik was burgemeester van Tynaarlo toen ik gevraagd werd om voorzitter van Donar te worden. Ik was vereerd. Achteraf bezien had ik minder snel moeten toehappen. Er kwamen lijken uit de kast waarover ze me niet hadden verteld.’’ Na een jaar legde Rijpstra de voorzittershamer neer.

Hij laat zich niet alleen leiden door de liefde en fascinatie voor sport. Als Rijpstra emotioneel geraakt wordt door iets, kan hij zich daar vol overgave mee gaan bezighouden. Dat leidde tot de voorzitterschappen van de Dutch Don’t Drown Foundation en de Nationale Raad Zwemveiligheid. ,,In 1998 werd ik getroffen door het verhaal van een moeder, die in een tv-uitzending vertelde over haar zoontje dat in een zwembad verdronken was. Ik schrok van het totale aantal verdrinkingen per jaar in ons land. Ook na mijn periode in de Kamer ben ik hierbij betrokken gebleven. Ik ben een groot voorstander van schoolzwemmen; vind sowieso dat kinderen weerbaarder moeten worden. Niet alleen zwemles op de basisschool, maar ook EHBO-lessen en leren hoe een AED werkt (een apparaat dat het hartritme kan herstellen bij een hartstilstand, red.).’’

Jong geleerd, is oud gedaan. Wie vroeg gaat sporten, blijft vaak de drang naar beweging en ontspanning houden. ,,Sport is zó belangrijk voor de samenleving. Een mens blijft langer gezond als hij sport; gezond van lichaam en geest. Maar sport is bijvoorbeeld ook een goed middel tegen eenzaamheid. De sociale contacten die ontstaan, zijn minstens zo belangrijk dan de lichaamsbeweging.’’

Hij ervaart dat nu ook weer, als voetballer bij Drachten. ,,Ik wil midden in de samenleving staan. Als sporter lukt dat beter dan als burgemeester. Op het veld, in de kleedkamer en in de kantine tref je veel mensen en hoor je wat er speelt.’’

Oren en ogen altijd geopend, maar tegelijkertijd is Rijpstra, als hij de voetbalschoenen heeft aangetrokken, one of the guys en niet de burgemeester met een omvangrijk aantal nevenfuncties. ,,Voor sommigen is dat een tikje lastig’’, vertelt hij met een lach. ,,Als ik voetbal ben ik Jan. Maar vorige week riep er nog iemand: ‘Goeie bal meneer Rijpstra’.’’

Door de coronacrisis bleef enigszins onder de radar dat Smallingerland in 2020 tot ‘European City of Sport’ was benoemd. Veel activiteiten, zoals een etappe van een grote wielerkoers, moesten worden geannuleerd. Geluiden al zou het initiatief ‘een speeltje van de burgemeester’ zijn, doen hem fel reageren. ,,Sport en bewegen verdienen prominente posities. Als gemeente mogen we trots zijn op de aanwezige faciliteiten, zowel in Drachten als in de dertien omliggende kernen. Wat wij hebben is uniek. Vanuit de raad proefde ik weinig steun voor het initiatief en bij de officiële opening van het City of Sport-jaar was volgens mij geen raadslid aanwezig. Daarover was ik gepikeerd. Een warm pleitbezorger zijn voor sport en bewegen is wat anders dan er ‘een speeltje’ op nahouden.’’

Sportief erfgoed

Het gaat Rijpstra niet alleen om de sportieve waan van de dag. De jongen die olympische krantenknipsels in plakboeken verzamelde en schaatsrecords noteerde, stelde zich toen ook al de vraag: waar komt dit vandaan? ,,De geschiedenis van de sport is een fascinerend onderwerp. En als je je erin verdiept, blijkt soms dat het wiel meerdere keren is uitgevonden. Ik heb rapporten van een eeuw oud gelezen, waarin visies op sport stonden beschreven die nu, met een ‘modern sausje’, nog best mee zouden kunnen.’’

Rijpstra vindt het belangrijk dat het sportief erfgoed bewaard blijft. De voorzitter van stichting De Sportwereld heeft een ideaal: een nationaal Sportmuseum. ,,Daar zijn een concept en investeerders voor nodig.’’ Voorbeelden heeft hij al gezien, bijvoorbeeld in Melbourne waar het Australian Sports Museum is gevestigd. ,,De rijke Friese sporthistorie verdient een prominente plaats.’’

Net als de paralympische sport, nóg iets waarvoor hij zich inzet. Hij bezocht de Paralympische Spelen 25 jaar geleden voor de eerste keer en heeft over dit onderwerp een aantal boeken doen verschijnen. De wellicht meest sportieve burgemeester van ons land zou nog wel meer willen schrijven en publiceren, maar ook voor hem geldt dat een dag 24 uur telt en een groot deel daarvan opgaat aan werken, slapen en bewegen. Wellicht na zijn afscheid als burgemeester, over vier jaar.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Smallingerland
Interview
Instagram