Dankzij de dooi kunnen opgevangen vogels waarschijnlijk snel hun vleugels weer uitslaan

Nu de dooi inzet kunnen veel vogels die zijn opgevangen bij De Fûgelhelling in Ureterp weer snel de deur uit. ,,Als het nog een week winter was hadden ze hier anders nog een week gezeten.’’

Drukte in de vogelopvang De Fûgelhelling in Ureterp door winterslachtoffers. Op de foto Hetty Sinnema met een pas binnengebrachte kramsvogel.

Drukte in de vogelopvang De Fûgelhelling in Ureterp door winterslachtoffers. Op de foto Hetty Sinnema met een pas binnengebrachte kramsvogel. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Voor de deur van De Fûgelhelling kijkt chauffeur Jaap Visser van de dierenambulance licht paniekerig uit zijn ogen. De bestuurder van een ambulance van de wagen uit Zuidhorn is onderweg een klein vogeltje kwijtgeraakt. ,,Ik weet niet precies wat voor vogel, misschien wel een winterkoninkje.’’

Visser haalde het beestje op in Aduard en zette het, met vermoedelijk een gebroken pootje, in een kartonnen doosje met de flappen dicht. Maar de vogel is tijdens de rit ontsnapt. ,,Hij fladderde ineens wat rond door de auto. Ik dacht: als iemand nou met een netje bij het raam gaat staan, dan lokken we hem naar buiten.’’ Maar het beest heeft zich verschanst en toont zich niet.

Terwijl Visser hengelt naar de eigenwijze gevleugelde komen achter de muren van de vogelopvang tientallen vogels en haasjes bij van de winter. In een week tijd kwamen bij De Fûgelhelling vijftig houtsnippen, twee roerdompen, vijftien buizerds, twintig meerkoeten, dertien kerkuilen, veertien blauwe reigers, vier dodaars, twee ijsvogels en twaalf haasjes binnen.

,,En dat is alleen nog maar van afgelopen week’’, zegt beheerder Hetty Sinnema. ,,Deze maand kwamen in totaal 278 dieren binnen en de maand is nog maar halverwege. Vorig jaar kwamen er in heel februari 140 dieren.’’

Sneeuw en ijs

De dieren zijn verzwakt door de winterkou. Zowel het water als het weiland was voor veel van hen geen bron van voedsel meer door het sneeuw en het ijs.

Dat er zoveel dieren binnenkwamen heeft volgens Sinnema voor een deel te maken met het feit dat ze in de witte sneeuw meer opvielen. De houtsnippen en de hazen bijvoorbeeld zouden de meeste mensen niet zijn opgevallen. Nu staken hun doorgaans goed werkende camouflagekleuren fel af tegen het wit.

De winterhulp is een ,,bijkomstigheid’’. De opvang van dieren die door natuurlijke fenomenen in de problemen raken, is niet het hoofddoel van de opvang. Sinnema en de andere medewerkers zijn tegenover mensen ,,zeer terughoudend’’ als die een vogel willen laten opvangen. Aan de poort worden de beesten niet geweigerd, maar als mensen bellen proberen de medewerkers eerst te kijken of mensen zelf ter plekke de dieren kunnen helpen. ,,We hebben liever dat mensen ze bijvoeren.’’

Zielige haasjes

Van de haasjes vermoedt Sinnema dat die soms al te snel worden meegenomen, omdat ze ,,klein en pluizig zijn en zielig kijken’’. ,,De vraag is: zijn ze moederloos omdat ze moederloos waren, of zijn ze dat geworden?’’ Want kleine hazen worden niet de hele dag bemoederd. ,,Ze kunnen zich prima redden.’’ De moeder bemoeit zich volgens Sinnema maar een paar keer per dag met de kleintjes.

Alle dieren krijgen van de opvang zorg op maat. Zo is een alk uit de Eemshaven tussen vier dodaars gezet onder een warmte-element. ,,Alken zijn wat lastige eters. Ze eten normaal niet uit een bakje’’, zegt Sinnema, doelend op het borrelhapjesbakje vol met kleine visjes dat de alk geen blik waardig gunt. ,,Die dodaartjes zijn er iets sneller in. Misschien gaat de alk daardoor ook sneller eten.’’

Een paar jonge haasjes krijgen voeding uit een flesje. Ze zijn als een soort rollade gewikkeld in een doek, zodat ze rustig kunnen eten. Ook een bozige of eigenlijk bangige buizerd moet worden geholpen. Hoewel het beest woest reageert op mensen die zijn kooi voorbijlopen, ligt zijn maaltijd, een eendagskuikentje, er onaangeroerd bij.

,,Als hij aan het eind van de dag nog steeds niks gegeten heeft, dan kiezen we voor veilig en voeren we hem bij.’’ Net als het haasje is de buizerd voor zijn maaltijd flink ingepakt. ,,Dan kan hij zichzelf niet beschadigen.’’ Met sondevoeding wordt hij gevoerd. Het is volgens Sinnema hetzelfde als met verzwakte mensen in een ziekenhuis. Voor hen kun je ook niet zomaar wat eten op een aanrecht zetten en zeggen: pak het zelf maar. ,,Die gaan ook eerst aan een infuus.’’

Volgens Sinnema komt de dooi als geroepen. ,,Gelukkig hebben we nu dooi en zien we de telefoontjes afnemen.’’ Voor de opgevangen vogels betekent het dat ze waarschijnlijk snel weer naar buiten kunnen. Vooral de kleinere vogels, zoals de houtsnippen, hadden het anders niet gered. ,,Die had ik moeten houden tot de dooi viel.’’

Hormonen

Dat de temperatuur van koud ineens naar heel warm stijgt de komende dagen, maakt volgens Sinnema niet zoveel uit voor de dieren. ,,Ja, alleen dat de hormonen wat sneller rondgaan in het lijf waardoor de vogels willen paren.’’ Tortelduifjes die ze zondagmiddag tijdens het schaatsen zag, kregen al bij de eerste weersverandering de kriebels. ,,Ze begonnen gelijk achter elkaar aan te koeren.’’

Met het vermoedelijke winterkoninkje is het volgens centralist Harmke van der Sluis van de dierenambulance Zuidhorn uiteindelijk goed gekomen. ,,Hij is weer door het autoraam weggevlogen’’, zegt ze. ,,Kennelijk is hij tijdens de reis bekomen en opgewarmd. Ik hoop dat hij zich zo redt.’’ Met Koning Winter is de winterkoning gevlogen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opsterland
Dieren
Instagram