Ode aan wielerpionier Coba: 'Dit had mijn moeder moeten meemaken'

Ze was in 1937 de eerste Friezin met een wielerlicentie. Donkerbroek eert Coba Jonker, vrouw in een mannenpeloton, nu met een expositie.

Wiebe Koning draagt de fiets van zijn moeder, precies op de plek waar vroeger in Donkerbroek wielerbaan De Zwaluw lag.

Wiebe Koning draagt de fiets van zijn moeder, precies op de plek waar vroeger in Donkerbroek wielerbaan De Zwaluw lag. FOTO RENS HOOYENGA

Een koude mist hangt over het veld aan de rand van wandelbos Ontwijk, bij Donkerbroek, als Wiebe Koning met een racefiets over zijn schouders door het hoge gras sjokt. Ooit, bijna een eeuw geleden, moet het rijwiel glanzend crème-wit zijn geweest, met rood-wit-blauwe accenten. Nu heeft roest op veel plaatsen die oorspronkelijke laklaag verdrongen.

Rond de houten velgjes spant al lang geen rubber meer. De spaken zijn zo fragiel dat ze bij de geringste aanraking verkruimelen. En het vergt een haviksoog om het gehavende merkplaatje boven de voorvork te kunnen ontcijferen. De Mol Rijwielfabriek. Ossendrecht.

‘Heel speciaal om hier zo te staan’

Koning zet de fiets tussen de natte pollen, neemt de omgeving in zich op en mompelt dan: ,,Heel speciaal, om hier zo te staan.’’ Met het terugbrengen van de gammele koersfiets naar deze plek, maakt de Oosterwoldiger een cirkel rond.

Want precies hier, op déze tweewieler, maakte Konings moeder, Coba Jonker, meer dan tachtig jaar geleden furore – het koersende meisje dat het tegen de mannen opnam.

Dat Wiebe Koning aan deze bosrand staat, komt een beetje door Jouke Jongsma en diens trawanten van Stichting Documentatiecentrum Donkerbroek. De stichting zette een paar jaar geleden een fietsroute uit, Onzichtbaar Donkerbroek, langs verdwenen elementen in en rond het dorp. Donkerboek haalde zo herinneringen op aan gesloopte gebouwen of verlegde paden.

De Zwaluw

,,Sa kamen wy ek wer út by de âlde wielerbaan en it ferhaal van Coba’’, vertelt Jongsma, die Koning naar deze plek op de grens van bos en wei heeft vergezeld. Een plek die is uitgewist in het landschap, maar niet uit hart en hoofd.

Zo stil als het hier nu is, zo moet het in de jaren dertig van de vorige eeuw hebben gegonsd. Dankzij inbreng van vermogende Donkerbroeksters werd in 1933 begonnen met de aanleg van een korte wielerbaan. De kombochten werden uit aarden wallen opgetrokken.

De Zwaluw, zo heette het velodroompje, dat twee jaar later onder directie van Klaas Jonker – Coba’s vader, Wiebe Konings opa – van betonnen plaveisel werd voorzien. Oude foto’s tonen een door een haag van publiek omzoomde kombaan en een volgepakt middenterrein.

Eerste Friezin met wedstrijdlicentie

In dat knusse wielertheater besloot de toen vijftienjarige Coba in 1935 de strijd aan te binden met de jongens – en daarmee met de heersende opvattingen over sportende vrouwen. Ze was verslingerd aan sport in het algemeen, maar in het spoor van haar vader ook zeker aan de fiets. En Coba had aanleg. Klein, slim en verbeten verwierf ze respect en aanzien in het peloton, waar ze als volwaardig tegenstrever werd gezien.

Koersen voor dames waren er niet – het zou nog tot 1965 duren voor het dameswielrennen in Nederland officieel werd erkend. Dat deerde Coba niet: in 1937 was ze de eerste Friezin met een wedstrijdlicentie. Hoezeer ze pionierde in de masculiene wielersport blijkt volgens Jongsma uit dat document. ‘Ondergeteekende verklaart hierbij dat hij als houder van een juniorenlicentie geen geldprijzen in ontvangst zal nemen.’ ,,‘Hij’, stiet der! Se giene der hielendal net fanút dat in frou ek hurdfytse koe!’’

Regelmatig een succesje

Maar hard rijden kon ze, op de betonnen baan van haar vader, die al in 1939 door geldgebrek weer sluiten moest, maar ook bij wegwedstrijden en grasbaankoersen. Het leverde haar met regelmaat een succesje – en dus een medaille – op.

De grootste ‘prijs’ die ze bij het wielrennen won was Albert Koning, een bekende uit het peloton. De twee werden verliefd, trouwden en kregen samen drie kinderen. Het noodlot sloeg toe, toen Albert in 1954 tijdens een motorrit bij Barneveld door een vrachtwagen werd gegrepen en stierf, slechts 33 jaar oud. Zelf overleed Coba Koning-Jonker in 1999.

Fiets is het klapstuk

Nieuwsgierig geworden naar hun illustere dorpsgenoot, gingen Jongsma en de zijnen de afgelopen maanden op zoek naar meer foto’s en verhalen. Ze vonden die slechts een paar kilometer verderop – bij zoon Wiebe Koning op zolder. Daar lag ook haar fiets, de oude De Mol. Koning: ,,Ik heb wel eens gedacht: zou daar nog een liefhebber voor zijn, een verzamelaar of zo? Maar ik kon er geen afstand van doen.’’

Coba sprak thuis weinig tot niet over haar fietsverleden, vertelt Koning. ,,De verhalen over haar ken ik vooral van anderen. Niet van haarzelf.’’ Hij vermoedt dat ze het moeilijk vond, omdat het ook pijnlijke herinneringen aan haar man naar boven haalde.

Des te mooier vindt hij het dat Donkerbroek nu een tentoonstelling over haar heeft ingericht. In de etalage van een verzekeringskantoor aan de Hereweg – het pand waarin Coba opgroeide. Er hangen oude foto’s van haar en van wielerbaan De Zwaluw en er zijn medailles te zien. Maar haar fiets is het klapstuk: een roestig, fraai eerbetoon aan een bescheiden fietspionier.

Koning: ,,Dit had mijn moeder moeten meemaken.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Ooststellingwerf
Wielrennen
Instagram