Sociaal werker lijdt onder werkdruk en administratie (en hierdoor komt het)

Sociaal werkers hebben veel last van hoge werkdruk en de toegenomen administratieve last. Dat blijkt uit een rapport van de Leeuwarder rekenkamer.

Een van de sociaal wijkteams in Leeuwarden. Foto archief LC

Een van de sociaal wijkteams in Leeuwarden. Foto archief LC Foto: Catrinus van der Veen

De rekenkamer deed onderzoek naar ‘De transformatie in het sociaal domein door de ogen van de wijkteams’. Oftewel: hoe kijken sociaal werkers zelf aan tegen de nieuwe manier van werken die in 2015 werd ingevoerd toen landelijke taken zoals de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) werden overgeheveld naar gemeenten.

Om hier een beeld van te krijgen werd een digitale enquête gehouden onder medewerkers van welzijnsorganisatie Amaryllis. Van de 176 vulden 106 de vragenlijst in, een respons van 62 procent. Verder hielden de onderzoekers negen individuele en twee groepsgesprekken.

Belangrijke verandering is dat sociaal werkers sinds 2015 in wijkteams werken, waar ook andere hulpverleners deel van uitmaken. Doel was onder meer om zo laagdrempelig te kunnen werken, het stimuleren van eigen regie en meer gebruik maken van vrijwilligers (de sociale basis). Door preventief te werken en problemen op tijd te signaleren, zouden bovendien kosten bespaard kunnen worden.

Uit het onderzoek blijkt dat het draagvlak voor de veranderingen op zichzelf groot is bij sociaal werkers, maar ook dat ze nog tegen allerlei belemmeringen aanlopen.

Een daarvan is de administratie. Sociaal werkers besteden een groot deel van hun tijd aan administratie en raken gedemotiveerd als ze hier het nut niet van inzien. Ze ervaren dit vaak als een gebrek aan vertrouwen in hun ‘kostenbewustzijn’ van de kant van beleidsmakers.

Kosten zijn voor de sociaal werkers minder belangrijk dan voor de beleidsmakers, maar ze zijn zich zeer bewust van de tekorten in het sociaal domein en denken na over oplossingen om de kosten te beperken.

Ook ervaren sociaal werkers grote werkdruk. Tijdgebrek is de belangrijkste oorzaak van het feit dat nog te weinig aandacht is besteed aan het ontwikkelen van een stevig netwerk in de wijk met vrijwilligersorganisaties, scholen, buurthuizen en huisartsen.

Verder voelen ze zich belemmerd door privacywetgeving. Een van de geïnterviewden vertelt:

‘Ik vind het ook gek dat wij niet meer met bepaalde instanties een woordje kunnen wisselen. Het is zelfs zo gek gegaan met de GGZ, waar ik net iemand heb aangeleverd de dag ervoor. Die bel ik de volgende dag op, ik zeg: ‘kunnen we even praten over die persoon van gisteren?’ ‘Nee, want ik mag niks vertellen.’ Waanzin vind ik dat.’

In de gemeenten Harlingen, Heerenveen, Noardeast-Fryslân, Dantumadiel en Waadhoeke zijn vergelijkbare onderzoeken gehouden. Die uitkomsten volgen binnenkort.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Leeuwarden