Het terras is weer open en daar is Kees Dijkstra (73) uit Leeuwarden maar wat blij mee. Het terras is als een tweede thuis voor hem

Voor sommigen is het terras een tweede thuis. De 73-jarige Kees Dijkstra uit Leeuwarden bijvoorbeeld, zat woensdag als een van de eersten aan een tafeltje bij grand café Wouters.

Kees Dijkstra.

Kees Dijkstra. FOTO JACOB VAN ESSEN

Even voor half twaalf wacht in de Ruyterweg een forse, kalende Leeuwarder met grijze hangsnor op de stadsbus. Lijn 11 om precies te zijn. Onderweg naar café Wouters. Als een van de eersten ploft Kees Dijkstra om twaalf uur neer op zijn vertrouwde plek, direct naast de entree. Na meer dan een half jaar.

Eerst een kopje koffie, dan een paar glazen bier. Heineken, bij voorkeur. En natuurlijk de Leeuwarder Courant . ,,Myn krantsje’’, zegt Dijkstra in plat Liwwadders. Die werd het afgelopen half jaar bij hem thuis bezorgd. Een vriendelijk gebaar van de café-eigenaren, Sandra en Philip Frank. Gasten waren er toch niet om het dagblad te lezen.

Tweede thuis

Een tweede thuis, noemt de vrijgezel het café dat vanwege schilderwerk in een scherm van Cambuurkleuren is verpakt. Sinds een jaar woont hij in een ‘wisselwoning’ aan de Jacob Binckesstraat. Die staat nog vol met al dan niet uitgepakte verhuisdozen. In juni hoopt Dijkstra terug te keren naar een nieuwe huurwoning in de Schoppershofstraat, waar hij meer dan dertig jaar met plezier woonde.

,,Dit is myn buurt nyt’’, zegt hij over zijn tijdelijke stek, ,,mar ik sal nyt te feul segge want dan hew ik geen leven meer.’’ De muren komen soms op hem af. Elke dag is vrijwel hetzelfde. ‘s Ochtends boodschappen doen, ‘s middags het warme eten klaar maken, ‘s avonds tv kijken. ,,Thús krij ik noait besoek. Dan sit ik faak mar wat foor my út te staren. En snoepe natuurlek. Ik bin wel 7 kilo groeid. Soa gaat dat.’’

Vertrouwd gezicht

Inmiddels Dijkstra alweer een jaar of twaalf een vertrouwd gezicht op het terras. Daarvoor zat hij altijd met wat vrienden in de stationsrestauratie, maar die gelegenheid sloot de deuren. ,,We hewwe de baas fan Kafé Wouters netsjes fraagd of we komme mochten. Philip Frank heet-ie, mar ik noem hem ‘lange’ en hij noemt my ‘dikke’. Ut mocht gelukkech.’’

Enige aarzeling was er wel bij de nieuwe gasten, want het café had toch een wat deftig imago. De vorige eigenaar, herinnert Dijkstra zich, had de prijs van een kop koffie met 15 cent opgeschroefd naar - toen nog - 2 gulden. ,,Ut was un aardech priizech kafé. Dat deden se om útskot met dronken kont - dat oek wel inne stasjonsresterasy kwam - búten de deur te houwen.’’

Soms wat luidruchtig

Dijkstra en zijn maten waren in ieder geval welkom, ook al konden ze soms wat luidruchtig zijn. Bovendien kwam het wel goed uit dat Dijkstra, eerder onder meer portier en barkeeper bij ‘t Vat 69, een ‘horeca-achtergrond’ had. ,,Ik sien op afstand of lui smoer binne of nyt. Dan waarskuw ik de meensen binnen altyd even.’’ Zelf weet hij naar eigen zeggen goed maat te houden. Sterker nog, hij staat naar eigen zeggen al een half jaar droog. ,,Thús drink ik geen druppel.’’

Behalve deze klant is van de oorspronkelijke vriendenclub nog één vaste terrasgast over: Floris Schuurman. Dijkstra belt hem even. ,,Komst oek? Ut is hier prachtech.’’ Schuurman sputtert tegen, maar Dijkstra geeft niet zo maar op: ,,Inne auto stappe en hier komme ferdoarie. Must der even út.’’ Tevergeefs. Schuurman houdt de boot af. ,,Nou klaar’’, zegt Dijkstra.

De rest van de oude maten is overleden of komt niet meer vanwege gezondheidsproblemen. De één is half blind en mist een been, de ander wordt geplaagd door darmklachten en weer een ander heeft een herseninfarct gehad, vertelt Dijkstra terwijl hij de slagroom van een schaaltje naast zijn koffie hapt. ,,Foorheen kwamen se altyd, mar we hewwe geen kontakt mear. Niks.’’

De vriendschap was vooral een terrasaangelegenheid. Zelf heeft Dijkstra ook wel wat kwaaltjes – suikerziekte bijvoorbeeld - maar die beletten hem niet om hier, als het even kan, zo’n drie per week neer te strijken. Als hij maar naast de entree kan zitten. Zo is hij het snelste bij het toilet om overtollig vocht af te drijven.

Nieuwe aanwas

Gelukkig is er ook steeds weer nieuwe aanwas. Gasten van omliggende tafels draaien zich regelmatig naar Dijkstra om even een praatje te maken. Hij verruilt zijn zwart-witte leesbril voor een montuur waarmee hij verder kan kijken. Steekt zijn hand omhoog. ,,Hé Piet’’, roept Dijkstra. Alweer een bekende voor Dijkstra. ,,Piet de bruggewipper ut Wergea.’’ Piet schuift aan. Ze hebben nog uren de tijd om bij te praten. Dijkstra is in ieder geval niet van plan het terras voor zes uur te verlaten. ,,Ik hew toch niks omme hannen en dan ken ik noch net de bus fan kwart over ses hale. En anders brenge Sandra en Philip my wel thús. Dy mutte toch dy kant op.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Leeuwarden
Horeca
Instagram