KNRM laat sterke 'oudjes' het zware winterwerk doen

De Brandaris (1923) mag op Terschelling het zware werk doen. Daarachter de reddingboot Arie Visser. FOTO JAN HEUFF

Op verschillende KNRM-stations liggen oude reddingboten paraat. Ze kunnen in deels bevroren water beter uit de voeten dan de nieuwe schepen.
Lees meer over
Harlingen

De meeste schepen zijn decennia geleden uit de vaart genomen. De stoere, zware reddingboten werden vervangen door lichtere, moderne schepen. Nu de ijsgang op het IJsselmeer en Waddenzee toeneemt, zijn deze aluminium en waterjetaangedreven boten niet goed bruikbaar. En dus haalt de KNRM de oude vloot weer van stal. De zware, stalen schepen kunnen wel tegen een stootje.

In Harlingen ligt de Suzanna, op Terschelling de bijna 100 jaar oude Brandaris, bij Lauwersoog de Gebroeders Luden en op Urk de Prins Hendrik. ,,Het is een afspraak tussen de KNRM en de eigenaren van de oude schepen om ze in deze omstandigheden beschikbaar te stellen’’, zegt Dirk Klinkenberg.

De Harlinger is vrijwilliger bij het plaatselijke reddingstation en tevens voorzitter van de Nautische Vereniging Oude Reddingsglorie, de club van eigenaren van oude reddingboten. Veel van de oude schepen worden op hun vroegere station nog gebruikt als oefenschip voor de vrijwilligers, andere ‘rusten’ in het reddingmuseum in Den Helder. Zo blijft de vloot in goede staat en blijft ook de kennis behouden die nodig is om met de schepen te varen.

Met het nieuwe type schip, geproduceerd vanaf de eeuwwisseling, kan in winterse omstandigheden niet gevaren worden. ,,De waterjets zuigen het water aan en verstoppen de voortstuwing met brokken ijs. Dat kan dus niet. Bovendien zijn de schepen te licht; je hebt massa nodig om door het ijs te varen.’’ Klinkenberg denkt dat de ‘oudjes’, zeker de naoorlogse schepen, nog tientallen jaren vooruit kunnen. ,,Op deze wijze houden we ook de liefde voor deze prachtige boten in stand.’’ Ook scheepvaartorganisatie het Loodswezen gebruikt zo’n reddingboot.

Nieuws

menu