Herema State, grietman kiezen, stellen en de belastingen in Haskerland anno 1700

Een plattegrond van Joure uit 1700. Foto Tresoar

Amateurhistoricus Arjen de Ree uit Joure gaat ditmaal in op de geschiedenis van park Herema State, het kiezen van een grietman, de belastingen én de stellen in Joure. Hieronder zijn tekst.
Lees meer over
De Fryske Marren

De geschiedenis van de stins Herema State en het park wat dezelfde naam draagt, gaat ruim vijf eeuwen terug. De naam Herema State is afkomstig van de familie van Herema, die het gebied in Joure in eigendom heeft. De stamvader van de familie komt uit het plaatsje Hederum wat indertijd bij Tzum lag. De achternaam Hederum verbastert tot Herum en wordt later “van Herema”.

Het gebied - inmiddels met stins - komt door vererving eind 16e eeuw in handen van Hoyte Uninga van Hoytema. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog in 1581 ontvlucht de Spaansgezinde Uninga van Hoytema de stins. Het gebouw wordt op bevel van de Friese staten vervolgens afgebroken. De stins wordt pas veertig jaar later herbouwd door Bartold Tjaerda van Starkenborgh. De van Starkenborghs geven het gebouw de huidige naam: Herema State.

Tuinarchitect André Le Nôtre richt het park rond 1665 opnieuw in. De tuin wordt vergelijkbaar met de tuin van Versailles, met onder andere symmetrische kaarsrechte kanalen. In 1679 koopt Philip Ernst Vegelin van Claerbergen Herema State en omliggende gronden voor zijn zoon Hessel Vegilin van Claerbergen. Tot 1948 blijft het park familiebezit.

Deze familie laat aan het begin van de 19e eeuw het park restylen door tuinarchitect Roodbaard. De symmetrie maakt plaats voor rondere vormen die de Engelse stijl kenmerkt. Wybren Crijns & Co uit Joure neemt een belangrijk deel van de beplanting en werkzaamheden voor zijn rekening. Na langdurig achterstallig onderhoud heeft het park de afgelopen vier jaar een opfrisbeurt gekregen met mooie doorkijkjes zoals die door Roodbaard waren aangelegd.

Kiezen van een grietman

Een grietman kun je als voorloper van de huidige kantonrechter en burgemeester zien. De grietman in dit geval deed beide. De grietmannen werden veelal gekozen of aangewezen, soms bij toerbeurt, in samenwerking met de stadhouder en Gedeputeerde Staten. De grietman was de baas over een grietenij (gemeente).

Friesland telde 30 grietenijen. Die lagen in 3 kwartieren: Oostergo, Westergo en Zevenwouden. De 11 steden vormden het vierde kwartier. Met zoveel schijven duurde een eensluidende beslissing voor Friesland soms heel lang. De uitdrukking ‘op zijn 11 en 30-tigst’ komt hier vandaan.

Stelle

Voor het kiezen van een grietman werd in de eerste plaats gekeken naar de stellen in de grietenij. Een stelle is een boerderij of stuk land met stemrecht en in bezit van een grootgrondbezitter. Elke plaats had een of meerdere stellen. Haskerland had in 1689 134 stellen: Westermeer kende 40, Haskerhorne 39, Oudehaske 33, Joure twintig en Snikzwaag twee.

De straatnaam Stelle in de wijk Westermeer verwijst nog naar de stellen die vroeger in het dorp lagen.

In park Heremastate bevonden zich vijf stellen, allen in bezit van Hessel Vegelin van Claerbergen. Datzelfde gold voor de stellen 11 tot en met 15. Daarnaast stonden nog vier stellen op naam van de kinderen of vrouw van Vegelin van Claerbergen. Kortom: de eerste veertien stemmen waren al binnen.

De overige stellen stonden voornamelijk aan de zuidwestkant van de huidige Midstraat, tussen de huidige Harddraversweg, Hoge Zomerdijk, Scheen en Midstraat.

De lijsten waar deze boerderijen opstonden, werden stemkohieren genoemd. Op de lijsten stonden de eigenaren, hun huurders en hoeveel stemmen de stelle had. Deze lijsten werden ook wel floreenkohieren genoemd omdat ze ook voor de belastingheffing werden gebruikt. De meeste stemgerechtigde goederen komen zowel op de stemkohieren als de floreenkohieren voor, waardoor het in principe mogelijk is hun geografische ligging na te gaan.

Belastingen

Tegenwoordig betaalt men rioolbelasting, afvalstoffenheffing, precariorechten of hondenbelasting om de kas van de overheid te spekken. Maar in 1700 was belasting betalen in Friesland een stuk eenvoudiger. Slechts vijf soorten belastingen werden geïnd: hoofdgeld, schoorsteengeld, hoorngeld, paardengeld en middel op bezaaide landen. Met deze inkomsten werden bijvoorbeeld waterkeringen en wegen onderhouden.

Hoofdgeld: Ook wel familiegeld genoemd, was voor iedereen die twaalf jaar en ouder is en gegoed. Zij werden aangeslagen voor drie carolusgulden bij vermogen van 600 carolusgulden of meer. Minder gegoeden werden voor de helft aangeslagen. Bedeelden en geappointeerden (ambtenaren en gerechtsdienaren) waren vrijgesteld.

Schoorsteengeld: Belast voor drie carolusgulden voor een schoorsteen in gebruik. Schoorstenen van schuren en stallen werd soms voor half geld gerekend, bedeelden waren vrijgesteld. Nieuwbouw werd de eerste tien jaar vrijgesteld. Datzelfde gold voor herbouw in geval van brand. Deze belasting was de voorloper van onze huidige onroerendezaakbelasting.

Hoorngeld: betaald door eigenaren van koeien van drie jaar en ouder. Vaarzen kosten half geld. Kalveren, stieren en ossen waren vrijgesteld. Het tarief varieerde met de vruchtbaarheid van de grond.

Er werden drie kwaliteiten onderscheiden: hoog quartier, laag quartier en broek-, moer- en heydlanden. Het hoogste tarief bedroeg één carolusgulden per koe per half jaar.

Paardengeld: Dat kostte zeven stuivers per half jaar per paard. Voor zogende veulens werd niets betaald. Hoorngeld en paardengeld werd later “oorgeld” oftewel “fiorino d’oro”. Daar komt onze naam voor de florijn vandaan.

Middel op bezaaide landen: De naam zegt het al. Ook hier werd gedifferentieerd naar de kwaliteit van de grond. Het hoogste tarief was vijf stuivers en zes penningen per pondemaat (= 36,74 are) land.

In 1749 werd de belasting aangepast in quotisatie. Van elk huis werd vastgesteld hoeveel volwassenen en kinderen er woonden. Soms werd ook een kwalificatie van huis en huishouding gemaakt. Daarop werd het bedrag bepaald dat aan belasting werd afgedragen.

Nieuws

Meest gelezen