Lange trekvlucht pakt slecht uit voor drieteenstrandloper

Drieteenstrandlopers zijn voor het onderzoek met gekleurde ringen uitgerust om ze individueel herkenbaar te maken. Foto Jeroen Reneerkens

De trek naar West-Afrika pakt voor drieteenstrandlopers ongunstig uit. Hun overlevingskansen zijn kleiner dan die van soortgenoten die in Europa overwinteren (bijvoorbeeld op de Waddeneilanden) of juist helemaal doorvliegen naar Namibië.

Tot die conclusie komt een internationaal onderzoeksteam onder leiding van Jeroen Reneerkens van de Rijksuniversiteit Groningen en het NIOZ. De uitkomsten zijn dinsdag gepubliceerd in het Journal of Animal Ecology.

Drieteenstrandlopers, grijswitte strandvogeltjes van 50 gram die op de vloedlijn voor de golven uit trippelen, broeden in het voorjaar in Groenland. Van daaruit waaieren ze voor hun overwintering uit langs de Oost-Atlantische kust, van Denemarken tot zuidelijk Afrika. De winterbestemming die de vogels kiezen als ze drie maanden oud zijn, blijven ze hun verdere leven trouw. In het voorjaar keren ze terug naar Groenland. De trektochten die ze ondernemen variëren van 3700 tot 22.000 kilometer.


Zevenjarig onderzoek

Met een zevenjarig onderzoek, waarbij duizenden vogels met kleurringcombinaties individueel herkenbaar waren gemaakt, wilden de onderzoekers inzicht krijgen in de keuzes die de strandlopertjes maken: waarom blijft de een relatief dicht bij huis terwijl de ander doorvliegt naar Afrika? Ze kregen bij het volgen van de vogels de hulp van 2000 vogelaars.

Het gangbare idee onder trekvogelbiologen dat een langere, energieverslindende trekvlucht wordt gecompenseerd door betere levens- en voedselomstandigheden in de winterverblijven, blijkt voor de drieteenstrandloper niet op te gaan. Voor volwassen vogels die overwinteren in Mauritanië en Ghana is de overlevingskans ongeveer 75 procent. Voor Europese overwinteraars is die kans 84 tot 87 procent.

Rijker voedselaanbod in Namibië

Opvallend genoeg doen ook vogels die doorvliegen tot in Namibië het goed, met een overlevingskans van 85 procent. Het lijkt erop dat het voedselaanbod daar een stuk rijker is, omdat de strandlopertjes op hun noordwaartse reis niet eens de moeite nemen van een tussenstop in West-Afrika.

De onderzoekers vermoeden dat er in West-Afrika niet genoeg goed voedsel voorhanden is. Waar de vogels elders vooral wormpjes eten, zijn ze in West-Afrika aangewezen op schelpdieren. Die zijn moeilijk te verteren, omdat ze ze met schelp en al opeten. Doordat de strandlopers met vele zijn, concurreren ze met elkaar om het beschikbare voedsel. Als het moment dat ze moeten vertrekken nadert, raakt de voorraad uitgeput. Dat zou volgens Reneerkens kunnen verklaren waarom de vogels die naar West-Afrika gaan er slechter voor staan: hun stervenskans is groter, jonge dieren slaan de noordwaartse trek eerder over en vogels die het er wel op wagen, komen vaker laat aan in de broedgebieden.

Groeiende populatie

De populatie van de drieteenstrandloper vertoont, tegen de trend van de meeste andere steltlopersoorten in, al decennialang een stijgende lijn, zegt Reneerkens. Hun totaal wordt geschat op 200.000 exemplaren. Reneerkens: ,,Dat zijn er eigenlijk helemaal niet zo veel. Het geeft ook aan dat we voorzichtig met deze vogel moeten zijn.’’

De Waddenzee is voor de drieteenstrandloper een belangrijk gebied, niet alleen omdat een deel van de populatie er overwintert, maar vooral ook omdat een veel grotere deel er twee keer per jaar op de trek komt eten en aansterken. Reneerkens: ,,In het najaar hebben wel eens vastgesteld dat 16 procent van de hele populatie rond het eiland Griend zit. Voor het hele Wad zal dat dan minstens 25 procent zijn.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Ameland
Waddengebied