Hoe beleven strandpaviljoens de coronacrisis? 'Zodra je inkomsten hebt, moet je afdragen' (+Podcast)

De coronacrisis hakte bij er horeca-ondernemers op de Wadden stevig in. ,,Als je ziet dat de zaken slecht gaan, ga je toch aan jezelf twijfelen’’.

De coronacrisis hakte bij er horeca-ondernemers op de Wadden stevig in. ,,Als je ziet dat de zaken slecht gaan, ga je toch aan jezelf twijfelen’’.

De coronacrisis hakte bij er horeca-ondernemers op de Wadden stevig in. ,,Als je ziet dat de zaken slecht gaan, ga je toch aan jezelf twijfelen’’. Foto: JanSpoelstra.nl

Eele Jan Bergsma parkeert zijn auto achter het paviljoen, dat hij samen met zijn vriendin Geertje runt. Geertje en hij hadden eerder een horecazaak in Dokkum. Ze hadden de zaak net verkocht en zouden juist beginnen op Ameland toen Nederland voor het eerst op slot ging. Een forse domper: ze hadden halsreikend naar dit nieuwe avontuur uitgekeken.

De tegenslag werd groter naarmate de tijd verstreek en de ernst van de coronasituatie duidelijker werd. De lockdown duurde maar voort. Inkomsten waren er niet, uitgaven wel. De overheid kwam al snel met steunmaatregelen, maar die gingen grotendeels aan Eele Jan en Geertje voorbij.

,,Om aanspraak te maken op een steunmaatregel, moet je cijfers kunnen laten zien. Die hadden we toen nog niet. Ja, wel van onze vorige zaak, maar die tellen niet mee. We waren gewoon weer starters. We hadden alleen recht op wat Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers). Dat was schrikbarend weinig. Maar beter iets dan niets.’’

Ze hadden nog wat geld overgehouden van hun vorig bedrijf, al was dat niet genoeg om vele maanden te overbruggen. Daarnaast was de stichting waarvan ze het paviljoen pachten coulant qua betalingen. ,,We vinden het heel mooi dat ze ons zo tegemoet zijn gekomen. Ik hoor wel andere verhalen, van ondernemers die naar de filistijnen zijn gegaan omdat de huisbaas onvermurwbaar was. Schrijnend!”

Wat Eele Jan betreft had de overheid meer oog voor startende ondernemers mogen hebben. ,,Die zijn net hun zaak begonnen, hebben daar hun eigen geld in gestoken en dan gaat alles op slot en kunnen ze niks verdienen.”

Heartbreak Hotel, Terschelling. Leren banken en stoelen, in lichtroze en lichtblauw, rondom retro tafeltjes met ronde hoeken en metalen rand. Neonlicht boven de bar.

Zo vertrouwd als de swingende muziek hier is, zo vertrouwd is ook het gezicht van Cedric Hartendorp - voor de vaste gasten in ieder geval. Hij werkt hier sinds zijn zestiende en is ruim tien jaar eigenaar. ,,Ik ben hier eigenlijk opgegroeid.” Een ervaren ondernemer kan hij zich inmiddels wel noemen.

,,Als je ziet dat de zaken slecht gaan, ga je toch aan jezelf twijfelen. Maar op een gegeven moment kon ik me erbij neerleggen. Het wordt van bovenaf gezegd: jullie mogen niet open. Dat is out of my hands . Ik kon er niks aan doen.”

De steunmaatregelen die de overheid in het leven heeft geroepen, waren voor hem welkom. Maar hij kon alleen gebruik maken van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). ,,In het laatste kwartaal van 2020 was dat niet zoveel. Ze hadden juni als ijkpunt genomen en we hadden toen juist een hele drukke maand. Daar was ik het niet helemaal mee eens, maar je hebt het er maar mee te doen.”

In het eerste kwartaal van 2021 kreeg hij wat meer NOW. Al met al heeft hij wel wat aan deze steun gehad. ,,Het geld ging naar het personeel, dat is de grootste kostenpost. Ik heb nooit overwogen om ze te ontslaan. Ook omdat ik wist: zodra ik open mag heb ik personeel nodig. En zie ze dan maar eens te vinden. Het is gelukkig niet gebeurd dat ik mensen móest ontslaan uit nood. En dat is zeker te danken aan de NOW-regeling.”

Steun

Wat Cedric betreft had de overheid meer maatwerk mogen verrichten met alle steunmaatregelen. ,,Dan kon je per bedrijf bepalen waar het recht op had. Maar ik snap ook wel dat dat lastig organiseren is. Toch is elke situatie anders. Wij waren in 2019 drie, vier maanden dicht omdat we gingen verbouwen. We hadden toen geen omzet en daar hadden we last van bij het aanvragen van regelingen. De steun viel hierdoor lager uit.”

Niemand wil in de schoenen van de overheid staan, denkt Emmeke Ran. ,,Het is allemaal onwijs lastig.” Emmeke is manager van Paal 17 op Texel, wat bestaat uit paviljoen Zomer en paviljoen Aan Zee. De rust overheerst er nog, al zijn in de keuken de eerste medewerkers de dag aan het voorbereiden.

Emmeke schotelt een kop koffie voor op de eerste etage van Aan Zee. Een grote ruimte met veel zitplaatsen en volop uitzicht over strand en zee. Het jaar dat is verstreken sinds de eerste lockdown is een verloren jaar, volgens Emmeke. Meer dan dat, want het heeft volgens haar ook nog flink wat geld gekost. Er staan gemiddeld vijftig man personeel op de loonlijst. Ontslagen zijn niet gevallen.

,,Omdat je contractueel aan mensen vast zit. Maar je wilt ze ook niet laten vallen. Sommigen werken hier al twintig jaar. Daarnaast heb je ze nodig als je weer open mag. Nieuw horecapersoneel vinden is lastig, zeker op een eiland.”

Doekje voor het bloeden

De medewerkers zijn zo veel mogelijk beziggehouden. Bijvoorbeeld met take away en het bezorgen van maaltijden - de enige activiteiten die nog iets van geld in het laatje brachten. Een doekje voor het bloeden.

En steun vanuit de overheid? ,,Voor mensen van buitenaf lijken de steunpakketten heel goed. Dat je tachtig procent van je kosten terugkrijgt, bijvoorbeeld. Maar dat is niet zo. Zodra je inkomsten hebt, moet je afdragen. Terwijl ik denk: we hadden juist gesteund moeten worden omdat we bleven ondernemen. Nu voelde het alsof je hiervoor juist werd afgestraft. Je kreeg meer wanneer je stil zat, maar dat zit niet in ons aard.”

Voor deze reeks artikelen zijn vijf mensen geïnterviewd: Emmeke Ran, manager Paal 17 (Texel), Willem Joosse en Joanke Otten van Oost (Vlieland), Cedric Hartendorp van Heartbreak Hotel (Terschelling), Eele Jan Bergsma van Strandpaviljoen Ballum (Ameland) en Simon Adler van De Marlijn (Schiermonnikoog). Ze komen in wisselende samenstellingen aan het woord.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Ameland
LC Podcast
Coronavirus