Voormalige smederij in Buitenpost maakt plaats voor parkeerplekken

De laatste restanten van de smederij in de oude werkplaats Yke Bremer

Hoefijzers, zeisen, maaimachines, haarden, kachels, gereedschap, potten en pannen: in de smederij van vader Gerrit en zoon Jaap Noordhof aan de Voorstraat 29 in Buitenpost werd van alles gemaakt en gerepareerd. Het huis – waar achterin nog restanten van de smidse staan - gaat dit jaar tegen de vlakte.
Lees meer over
Achtkarspelen

Als je voor het moderne huis van geel baksteen staat, zou je niet denken dat er nog een vuurplaats, waterbak en andere overblijfselen van een smederij in zitten. De oude werkplaats van de smid is echter nooit afgebroken, terwijl het voorhuis in de jaren zestig totaal is gemoderniseerd. Het huis is nu van de gemeente Achtkarspelen, die het in de loop van dit jaar gaat afbreken, zodat er meer parkeergelegenheid komt voor supermarkt Poiesz.

Broer

Jaap Noordhoff werd er in 1931 geboren en woonde tot zijn overlijden in juni 2021 in het pand aan de Voorstraat 29. Hij was één van de vier zonen van Gerrit Noordhof en Wietske Leegsma en nam de smederij in de jaren vijftig over van zijn vader. De jongste zoon Gerrit en dus het broertje van Jaap leeft nog en heeft veel herinneringen aan de smederij in de tijd dat het nog één en al bedrijvigheid was. Hieronder zijn herinneringen aan zijn jeugd in de smederij:

“In 1939 werd ik als jongste van de vier broers geboren in het pand met de smederij aan de Voorstraat. Het was toen nog een echte smederij waarin de werkzaamheden voornamelijk bestonden uit boerenwerk, zoals paarden voorzien van nieuwe hoefijzers en het maken van maaimachines getrokken door paarden.

Mijn vader Gerrit Noordhof kocht op zijn 28ste de smederij van Bertus Dijkema. Het maaiwerk werd voor mijn geboorte altijd handmatig met de zeis gedaan totdat op een gegeven moment de maaimachine werd geïntroduceerd. Mijn vader verkocht zijn eerste maaimachine aan een boer uit Twijzel. Dat was een vooruitstrevende boer, die met zijn tijd mee ging. Omdat het iets bijzonders was, werden er ook foto’s van de eerste maaimachine gemaakt.

Mijn vader kon later het dealerschap van tractoren krijgen, maar dat wimpelde hij af. Volgens hem zouden de boeren met de tractor vast komen te zitten op het land. Dit bleek later een totale verkeerde inschatting te zijn. Wel werd hij dealer van boerenwagens op luchtbanden. Hij koos voor het dealerschap van Prins uit Dokkum, maar je had ook Miedema uit Winsum.

Toen in 1953 waterleiding voor iedereen beschikbaar kwam werden de werkzaamheden verder uitgebreid, want het boerenwerk werd minder en het sanitaire werk was in opkomst. Bovendien hadden we een winkel waar van alles te koop was, zoals gereedschap en bouten. Mijn moeder hielp in de zaak en daarom hadden we een ‘faam’ (dienstmeisje) in huis die hielp met het huishouden.

In de jaren vijftig heeft mijn broer Jaap de zaak overgenomen van mijn pa. Mijn twee andere broers hebben ook in de smederij gewerkt, maar hadden ondertussen andere banen gevonden. Jaap heeft de smederij verbouwd en heeft nog tot eind jaren zestig, begin jaren zeventig als smid gewerkt, waarna hij is gestopt en is begonnen als leraar aan een praktijkschool in Groningen. “

Smid

Ook smid Jaap Noordhof schreef enige jaren geleden zijn herinneringen op en vertelde over het zware werk in de smederij, maar ook de gezelligheid rondom de vuurplaats:

“In de winter was het bij ons in de smederij – vooral in de namiddag - altijd een gezellige boel. Regelmatig hokten dan verschillende dorpelingen rond het smidsvuur en vertelden daar dan (al dan niet aangedikt) het laatste nieuws uit het dorp. Het werk was zwaar. „It hynstebeslaen wie altyd leabrekkend wurk foar in smid en syn knechten”. Het waren stuk voor stuk allemaal werkpaarden; veelal zwaar, stram en stijf. Ze gingen dan ook maar al te vaak hangen op de smid zelf als die één van zijn achter- of voorbenen op de knie had liggen. Een heel verschil met de betrekkelijk lichte rijpaarden van nu. Zomers werd de gehele ochtend besteed aan ‘hynstebeslaen’. Van 7.00 tot 12.00 uur en dat zes dagen per week. Werkweken van 60 uur waren echt geen uitzondering. Sluitingstijden waren er niet en dus moesten wij als jongens aan tafel altijd “troch ite”, van ús mem. ”Aenst is der wer ien”, zei ze altijd.”

Afbreken

Met de afbraak van het huis met de laatste restanten van de smederij komt er een einde aan een stukje Buitenposter historie. Wanneer het huis exact wordt afgebroken is nog niet bekend, maar de gemeente verwacht dat dit in de loop van 2022 zal gebeuren.


Nieuws

menu