Zorgen over zoutwinning onder Waddenzee: 'gerede kans' dat zeebodem onvoldoende aangroeit

Het is de vraag of de Waddenzee op lange termijn de zoutwinning bij Harlingen aankan. Foto: Catrinus van der Veen

Het is de vraag of de Waddenzee op lange termijn de zoutwinning bij Harlingen aankan. Volgens een adviescommissie is er een ‘gerede kans’ dat wadplaten verdrinken.

De adviescommissie nam in opdracht van de Tweede Kamer alle rekenmodellen onder de loep, die gebruikt worden voor gas- en zoutwinning onder de Waddenzee. De meest alarmerende conclusie is die voor het kombergingsgebied Vlie, het gebied tussen Vlieland, Terschelling en het vasteland. Alleen al de zeespiegelstijging kan er daar voor zorgen dat wadplaten permanent onder water komen te staan, op een termijn van tien tot dertig jaar.

Minister Stef Blok van Economische Zaken heeft meteen instituut Deltares gevraagd om nieuw onderzoek. ‘Ik vind het van belang dat deze twijfel wordt weggenomen’, schrijft hij aan de Tweede Kamer. Op korte termijn kan de zoutwinning gewoon doorgaan, stelt Blok, omdat de zorgen daar niet voor gelden.

Zoutwinning

De zoutwinning onder de Waddenzee is in september begonnen. Frisia mag tot 2051 zout winnen voor de kust bij Harlingen, tot een bodemdaling van maximaal 92 centimeter op het diepste punt. Belangrijke voorwaarde is dat de zeebodem niet daalt: de daling van ondergrond én de zeespiegelstijging moeten worden gecompenseerd door natuurlijke zandafzetting.

De commissie nam in het advies onzekerheden mee rond de zeespiegelstijging vanaf 2030. Op de lange termijn is de zeespiegelstijging sterk afhankelijk van onder andere de mate waarin de uitstoot van broeikasgassen wordt teruggedrongen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Waddengebied