Och, och die verslavende slachtofferrol toch: weg met de Fryske, inheemse, benepen blik | beschouwing

,,zijn we een ‘inheemse onderdrukte minderheid’? Alsjeblieft schei uit zeg.'' FOTO ANP

Zeventig jaar na Kneppelfreed spreken veel Friezen, zelfs als ze zichzelf in hun memmetaal beter kunnen uitdrukken, toch gewoon Nederlands in de rechtszaal. Dat is raar. Maar zijn we een ‘inheemse onderdrukte minderheid’? Alsjeblieft schei uit zeg.

Lang, lang geleden dacht ik dat ik geen echte Fries was. Als ik later groot was zou ik de Nederlandse driekleur en zeker geen Friese vlag aan mijn boot hangen en op de lagere school leerde ik als de wiedeweerga Franekers spreken omdat ik geen truttebel wilde lijken.

Je zei niet ‘boterham’, leerde ik. Je zei: ‘stuk broad’, anders werd je uitgelachen.

Veel later pas leerde ik Fries spreken. De taal kwam tot me op de middelbare school en later in Leeuwarden bij de Afȗk, waar we op donkere winteravonden onder een felle TL-lamp in een warm opgestookt klaslokaal tiidwurden en Fryske siswizen leerden.

Langzaam nestelden de zinnen, de woorden en de klanken zich in mijn lijf maar dat het Fries ook werkelijk van mij was besefte ik pas twaalf jaar geleden.

Het was op een maandagavond in een warm zaaltje op de middelbare school van mijn kinderen. Leraren vertelden er voor een gehoor van ouders over hun vak en na een tijdje was het de beurt aan de lerares Fries. Een vakvrouw, die haar spreekbeurt weliswaar in haar memmetaal begon maar ook meteen aanbood om op het Nederlands over te schakelen als iemand in het lokaal haar misschien niet verstond.

Ik versta geen Fries

,,Niet doen. Net dwaan’’, dacht ik. Er is immers altijd wel een Nederlandstalige zeikerd die zijn hakken in het zand zet en ja hoor, ze zat naast me. Ik had haar al horen zuchten toen de juf binnenkwam en nu stak ze haar vinger op. ,,Ik versta geen Fries’’, zei de moeder hooghartig en ik verbeeldde het me niet, ik hoorde een zweem van trots in haar stem.

,,Nou meid’’, wilde ik zeggen. ,,Dan doe je nu eens je best. Dan besikest it no mar ris in kear. Sa yngewikkeld is it no ek wer net. En as it dy net slagget dan nimst mar even in bakje kofje op ‘e gong.’’

De vrouw was namelijk de enige in een gezelschap van 35 mensen die bezwaar maakte tegen het gebruik van het Fries. In haar goddelijke eentje bepaalde ze de koers van een voorlichtingspraatje van tien minuten en als ik in haar schoenen had gestaan had ik mijn best gedaan om alles te verstaan en had ik zeker niet minachtend gezucht.

Toch zei ik niks. Iedereen in het lokaal zweeg. Allemaal voegden we ons naar haar ijzeren wil en twaalf jaar na dato vind ik het nog steeds verbazingwekkend. Je kunt best nieuw zijn hoor, in Friesland, maar als je een week naar Omrop Fryslân kijkt en er niet al te veel hersencellen los zitten, moet je op zijn minst 40 procent van het gebezigde kunnen verstaan.

Gelukkig dus maar dat het zeventig jaar geleden met Kneppelfreed wel tot een eruptie kwam omdat kantonrechter S. Wolthers zich beledigd voelde door een commentaar van hoofdredacteur Fedde Schurer van de Friese Koerier . De rechter, die een simpele overtreding van de Lemster dierenarts Sjirk Franses van der Burg moest afhandelen, stelde dat de gedaagde maar gewoon Nederlands moest spreken. Als de dierenarts zo nodig wilde mocht hij zich best van het Fries bedienen maar voor de beoordeling van de zaak gold volgens de edelachtbare kantonrechter alleen de Nederlandse taal.

Des psychiaters weg

Fedde Schurer zette zich achter zijn typemachine: ‘De beantwoording van de vraag waarom de heer Wolthers zo mateloos geïrriteerd wordt bij het horen van de taal van het volk, waarover hij zolang recht sprak, ligt meer op des psychiaters weg dan op de onze‘, schreef hij.

En gelijk had Schurer. Als ik iemand met een hamer te lijf ben gegaan, moet je mij ook niet vragen om in het Engels uit te leggen wat me daartoe dreef. Zeker in een indrukwekkende omgeving als de rechtbank moeten mensen de kans krijgen om de taal van hun hart te spreken.

Opkomen voor het recht om je in je eigen taal uit te drukken? Dat is helemaal niet zo moeilijk, zei schrijver Peter Boomsma van het boek Kneppelfreed 2021, Ferline en takomst van de Fryske taal in deze krant: ‘Gewoan yn it Frysk begjinne.’

Gewoon open je memmetaal spreken en niet om het minste of geringste in het Nederlands overgaan en je daarna verongelijkt voelen.

Ik verbaasde me dan ook over de woorden van schrijfster Friduwih Riemersma die het gedicht The hill we climb van de zwarte Amerikaanse dichteres Amanda Gorman in het Fries zou vertalen. Op last van de Amerikaanse uitgever moest er een sensitivity reader aan te pas komen om eventuele gevoeligheden uit de vertaling te halen maar eigenlijk vond Riemersma dat onnodig. Ze behoorde als Friezin immers zelf tot een bedreigde minderheid, zei ze. ,,Ik bin lid fan in indiginous minderheid en noch bedrige ek en erkend binnen de Ferienigde Naasjes’’

Och, och die verslavende slachtofferrol toch.

De kracht van bloed

Een paar weken geleden was ik toevallig bij een opname van een tweedelige film over Grutte Pier. Regisseur Steven de Jong werkt aan ‘een mythisch epos over de kracht van grond, de kracht van de geest, de kracht van het bloed’. Het verhaal wordt ‘een ode aan het land Fryslân dat voor vrijheid vocht en nog vecht en daartoe soms het duister van de mensenziel moet aanspreken’, begreep ik.

Oeh ja. Een epos moet mythisch zijn en met grote woorden worden omkleed. Zo werkt het in de filmwereld, maar nu even serieus: In de echte wereld zijn we toch zeker allang geen bedreigde minderheid meer?

Ja we schakelen nog te vaak automatisch en niet-noodzakelijk over op het Nederlands. Ja we lachen welwillende nieuwkomers die ons in keurig school-Fries aanspreken nog te vaak uit, maar we hebben onze erkende tweede rijkstaal in eigen hand. En als we dan toch willen vechten, laat ons dan vechten tegen ons eigen minderwaardigheidscomplex, tegen onze eigen slachtofferrol.

Een paar maanden geleden nog schaamde ik me rot voor de toespraak van voorzitter Ids Hellinga van de Koninklijke Permanente Commissie die ieder jaar de beroemde, belangrijkste kaatswedstrijd van Friesland op de heilige grond van It Sjukelân in Franeker organiseert.

De nieuwe huizen die straks misschien in de provincie gebouwd moeten worden? Voor de Hollanders zeker, de ,,forinzen ut de Rânested’’, aldus Hellinga. Hij vergeleek de nieuwkomers met zeemeeuwen, oftewel seekobben. ,,Se komme, se skite en se ferdwine wer.’’

In de zaal klonk geschater en applaus. Commissaris der koning Arno Brok, zelf ooit ook uit ‘Holland’ naar It Heitelân gekomen, lachte breeduit net als burgemeester en geboren Hengelose Marga Waanders van Waadhoeke.

‘Polityk neutraal’

,,Dat hat dy Hellinga even moai sein’’ zei een kennis uit mijn omgeving, gesterkt en tevreden. Arno Brok op zijn beurt verklaarde desgevraagd bij Omrop Fryslân dat hij ,,polityk neutraal’’ is en dat het verhaal van de PC-voorzitter ,,in moaie bespegeling’‘ was.

Een mooie bespiegeling? Ik vond het een vijandige, armoeiige, naar binnen gekeerde toespraak. Maar daarna werd er lekker gekaatst.

En ik weet nog dat ik een paar dagen later het kaatsveld in Dronryp passeerde. De zon scheen, vlaggetjes wapperden, er hing een wedstrijd in de lucht. Zou er gecontroleerd worden op ‘seekobben’? Mochten die eigenlijk meedoen? En was ik wel een echte Fries? Als het zo moest?

In de rechtszaal, zelfs als er op hun eigen verzoek een Friese vertaler klaar zit, schakelen veel verdachten onwillekeurig toch over het op het Nederlands, vertelde tolk Fries Fedde Dijkstra twee weken geleden in de Leeuwarder Courant.

Op zulke dagen zat hij voor Jan met de korte achternaam in de rechtszaal en voelde hij zich opgelaten als de bode na afloop in het voorbij gaan zei: ,,No Dykstra, dat hawwe jo wer maklik fertsjinne.’’ Maar het ligt niet aan hem, wist de tolk. ,,It leit net oan my as der net Frysk praat wurdt.’’

Het ligt aan ons, Friezen die eens wat minder naar seekobben of andere zondebokken zouden moeten wijzen en wat meer aan zelfbespiegeling zouden moeten doen. En misschien, heel misschien hoor, komen de woorden van Hellinga toch uit. Maar als de randstedelingen straks komen, schijten en daarna weer maken dat ze wegkomen, vrees ik dat we het er zelf naar hebben gemaakt met onze zuivere Fryske inheemse benepen blik.

We kunnen beter. Stukken beter.

Nieuws

menu