WadWeten | Steltlopers kiezen voor vaste stekken bij hoog water

Overtijende steltlopers en andere wadvogels bij Ameland. Foto Thea Smit

De plekken waar steltlopers bij hoogwater toevlucht zoeken, zijn de afgelopen vier decennia vrijwel dezelfde gebleven. Dat brachten Deense onderzoekers in kaart voor een deel van de Waddenzee. Hun onderzoek helpt bij het zoeken van maatregelen om verstoring van de overtijende vogels tegen te gaan.

‘Steltlopers’ is de verzamelnaam voor een groep vogelsoorten met lange poten die vaak op slikkig terrein hun voedsel zoeken. Voor deze vogels, waaronder de kanoet, bonte strandloper en kluut, is de Waddenzee een belangrijk leefgebied, in het bijzonder tijdens de voor- en najaarstrek. Bij laag water zijn dan talloze steltlopers te zien die verspreid over het Wad hun kostje bij elkaar zoeken. Dat bestaat uit schelpdieren, wormen, garnalen en visjes.

Bij het opkomende water nemen de vogels hun toevlucht tot hoger gelegen plekken aan de randen van het Wad. Dit worden hoogwatervluchtplaatsen genoemd. Het kunnen onder meer zandplaten zijn of de hoge delen van een kwelder. De vogels selecteren deze plekken op basis van het predatierisico (bijvoorbeeld door vossen) en de afstand tot het gebied waar ze hun voedsel zoeken. Ook de mate van verstoring door menselijke activiteit speelt een rol.

Op hoogwatervluchtplaatsen zitten grote aantallen vogels opeengepakt. Deze plekken liggen vaak op locaties die gevoelig zijn voor verstoring door recreanten. Deense onderzoekers onderzochten daarom waar de belangrijkste hoogwatervluchtplaatsen voor steltlopers langs het Deense deel van de Waddenzee liggen. Om die plekken te vinden, maakten de wetenschappers een selectie van twaalf steltlopersoorten en gebruikten ze de locaties van vogeltellingen vanaf de jaren ’80.

Ruiperiode

Het eerste dat opviel was dat het over de jaren heen maar weinig veranderde waar de steltlopers bij hoogwater zaten. Wel waren er duidelijke seizoensverschillen. De aantallen van de bontbekplevier, zilverplevier, kanoet, drieteenstrandloper en rosse grutto piekten bijvoorbeeld tijdens de voorjaarsmigratie. De kluut, zwarte ruiter, tureluur en groenpootruiter waren het meest aanwezig in juni-juli-augustus. Voor de eerste soort is dat de ruiperiode en voor de andere de start van de zuidwaartse migratie. De scholekster, bonte strandloper en wulp piekten in het najaar.

Duidelijke verschillen waren er in het type plek waar de onderzochte soorten het liefst verblijven. De drieteenstrandloper en de bontbekplevier zitten bij hoogtij op het strand, terwijl de groenpootruiter, tureluur en wulp de hoge delen van de kwelder opzoeken. De bonte strandloper, kanoet, de rosse grutto en de zilverplevier overtijen meestal op zandbanken. De zwarte ruiter, ten slotte, heeft een voorkeur voor de randen van zoetwaterplassen.

Voor acht van de twaalf onderzochte soorten bleek de nabijheid van een riviermonding een pré. Dat is opvallend, want de rivieren in het Deense waddengebied zijn sterk gereguleerd en hebben geen vertakkingen, eilandjes of zandbanken.

Bufferzones

Als je weet waar steltlopers zitten, kun je ze ook beschermen tegen verstoring door recreanten. Dat melden de onderzoekers. Door bufferzones te maken waar mensen niet mogen komen, kan dat probleem verholpen worden. Zo’n zone kan afgestemd worden op de reeds aanwezige kennis van vluchtgedrag van de verschillende vogelsoorten.

De onderzoekers bedrukken dat er nog te weinig bekend is over de recreatiedruk in het gebied. Buitenactiviteiten als wandelen, zeilen en kajakken pieken in de (na)zomermaanden. Maar niemand houdt systematisch bij waar recreanten zijn en in en welke aantallen. Het is dus nodig om meer te investeren in het in detail in kaart brengen van recreatieve activiteiten. Dan wordt duidelijk waar beheer verbetering kan brengen, aldus de onderzoekers.

Klimaatverandering

Een kanttekening die de onderzoekers bij hun onderzoek plaatsen is dat door klimaatverandering in de toekomst een deel van de hoogwatervluchtplaatsen onder water kan komen te staan.

Ze suggereren het onderzoek de komende decennia meerdere keren te herhalen. Dit kan helpen om inzicht te krijgen in de impact van klimaatverandering, in het bijzonder op hoe de verschillende soorten reageren als een hoogwatervluchtplaats niet meer beschikbaar is.

Bron

Clausen, K. en T. Bregnballe (2022). Mapping important roost sites for waders to alleviate human-waterbird conflicts in the Danish Wadden Sea. Ocean and Coastal Management 223, 106147.

Nieuws

menu