WadWeten | Nederlandse garnalenvisserij treft mogelijk vangsten in Duitsland en Denemarken

Een garnalenkotter in actie. Foto Pixabay/Frank Wittlich

Een bundeling van internationale gegevens over de garnalenvisserij op de Noordzee, leidt tot een opvallende conclusie: de vangst van eitjes dragende vrouwtjesgarnalen in Nederlandse wateren in de winter beperkt de volgende zomer vermoedelijk het vangstsucces in het Duitse en Deense deel van de Noordzee.

Op de Noordzee zijn honderden garnalenvissers actief, van wie het overgrote deel uit Nederland, Duitsland en Denemarken komt. Deze drie landen zijn samen verantwoordelijk voor 90 procent van de vangst van gewone garnalen (Crangon crangon) in de Noordzee.

Een analyse van een geïntegreerde dataset die deze vloten en hun belangrijkste visgronden bestrijkt, was nog niet eerder gemaakt. De gegevens uit de verschillende landen waren namelijk niet goed bruikbaar voor een directe vergelijking.

Dat is veranderd met de voor alle garnalenvissers verplichte invoering van het VMS (Vessel Monitoring System) in 2007. Met dit digitale systeem wordt elke paar minuten de positie van een schip opgeslagen. Dit bood visserijbiologen de kans om verschillen in visserijdruk per regio en per seizoen in Nederlandse, Duitse en Deense delen van de Noordzee te onderzoeken.

Vangstsucces

Ze gebruikten VMS-data uit de periode van 2009 tot en met 2018 en combineerden die met logboekgegevens van schepen over de hoeveelheid aangelande garnalen. Zo konden ze de vangstgrootte per geleverde visserijinspanning bepalen. Dit wordt het vangstsucces genoemd, waarvoor de Engelse afkorting LPUE (Landing per Unit of Effort) wordt gebruikt.

Uit de analyses blijkt dat de visserijinspanning in de winter in Nederland een groot deel (tot wel 86 procent) van de variatie verklaart in de LPUE in de zomer in Duitse en Deense delen van de Noordzee. De biologen gingen op zoek naar een verklaring.

Warme wateren

Garnalen concentreren zich in de winter in bepaalde gebieden. Ze hebben een voorkeur voor een diepte tussen de 10 en 20 meter, waar het warmer is dan in het ondiepe waddengebied. Boven de Nederlandse en Oost-Friese Waddeneilanden bestrijkt deze diepterange een vrij smalle zone.

De onderzoekers vermoeden dat ook garnalen uit noordelijke delen van de Noordzee naar deze relatief warme wateren toe trekken. Als de dieren zich hier in grote dichtheden verzamelen, maakt dat ze behoorlijk kwetsbaar voor bevissing.

Vrouwtjes met eitjes

Een deel van deze garnalen zijn vrouwtjes die eieren dragen. Bij gewone garnalen draagt het vrouwtje de bevruchte eieren onder haar achterlijf totdat ze uitkomen. In de winterperiode is de ontwikkeltijd van de eitjes lang en is er dus lang de kans dat vrouwtjes met nageslacht en al worden opgevist. De wintervangsten blijken inderdaad voor een groot deel uit vrouwtjes met eitjes te bestaan.

De overlevende vrouwtjesgarnalen trekken volgens de hypothese van de onderzoekers in het voorjaar deels in noordelijke richting. Daar laten ze op een gegeven moment de eitjes los. De larven die er uit komen drijven met de getijstroming mee naar het noorden, om zich uiteindelijk op de wadden langs de Duitse en Deense kust te vestigen. Daar groeien ze verder op. De volwassen geworden garnalen zorgen vervolgens voor een piek in het aantal gevangen garnalen in de zomer.

Beperkende maatregelen

De wintervisserij in Nederland zou dus door het verlagen van die aanwas een impact kunnen hebben op de vangsten in de noordelijke delen van de Noordzee.

De onderzoekers suggereren daarom om uit voorzorg beperkende maatregelen in te stellen op de wintervisserij. Dit zou onderdeel kunnen zijn van het managementplan dat er is in het kader van de MSC (Marine Steward Council)-certificering van de garnalenvisserij.

Bronnen

Respondek, G., C. Günther, U. Beier, et al. (2022). Connectivity of local sub-stocks of Crangon crangon in the North Sea and the risk of local recruitment overfishing. Journal of Sea Research

MSC Fisheries - North Sea Brown Shrimp

Nieuws

menu