WadWeten | Een nieuwe brakke soort in Friesland: de brakwetterstrânskulp

Brakwaterstrandschelpen op de oever van de Ried. Foto Abel de Boer

In het westen van Friesland is dit voorjaar de brakwaterstrandschelp gevonden op een groot aantal plaatsen. Die geven goed de verspreiding weer van een nieuwe soort, die brakke omstandigheden nodig heeft om zich voort te planten.

Waar zoet en zout water mengen, ontstaat brak water. Dat komt in Nederland nog maar op weinig plaatsen voor. In het kustgebied zijn veel brakwatergebieden verloren gegaan door bedijkingen en inpolderingen.

Tot de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 was vooral de Zuiderzee een belangrijk gebied voor allerlei brakwatersoorten, zoals de brakwaterpoliep, estuariene melkworm, brakwaterpok, brakwaterslijkkreeftje, brakwaterpissebed, langneussteurgarnaal, brakwatersteurgarnaal, Zuiderzeekrabbetje, palingbrood (een mosdiertje) en de brakwatergrondel.

Sinds 2015 zijn weekdier-onderzoekers in de omgeving van Harlingen op zoek gegaan naar brakwatersoorten. Tot hun verrassing vonden ze in het brakke binnenwater rond Harlingen diverse soorten, zoals de brakwatermossel, de driehoeksmossel, de quaggamossel, de Aziatische korfmossel en twee bijzondere, nieuwe soorten voor Friesland: de toegeknepen korfmossel en de brakwaterstrandschelp (Rangia cuneata). Deze laatste soort was nog maar op enkele plekken in Nederland gezien.

Friese naam

In 2016 werden de eerste Friese brakwaterstrandschelpen gevonden, in de vorm van een paar heel jonge exemplaren (6 mm), op de bodem van de noordelijke tak van de Ried, een voormalige Waddenzeegeul), vlakbij de aansluiting op het Van Harinxmakanaal. Vanwege zijn komst naar Friesland kreeg hij ook een Friese naam: brakwetterstrânskulp. Precies een jaar later werden op die plaats nog meer exemplaren gevonden.

In 2021 werd een grote zoekactie rond het westelijke deel van het Van Harinxmakanaal gehouden. Op maar liefst 26 afzonderlijke locaties, van Kimswerd tot Dronryp, in het centrum van Franeker en tot bijna in Tzummarum, kwam de brakwaterschelp voor. Vooral rond Harlingen was de soort op veel plaatsen zeer algemeen. Ook kwamen grote volwassen exemplaren voor met een doorsnede van meer dan 60 millimeter.

Voortplanting

Het zoutgehalte van water wordt uitgedrukt in grammen per kilogram, met de afkorting ppt (parts per thousand). Zoet water zit onder de 0,5 ppt, zeewater haalt gemiddeld 35 ppt.

Recent onderzoek in een laboratorium heeft aangetoond dat volwassen brakwaterschelpdieren kunnen overleven bij een zoutgehalte van 0 tot 32 ppt, dus in zoet tot vrijwel volledig zout water. Voor de voortplanting van deze soort is echter een zoutgehalte van 2-10 ppt en een temperatuur van minimaal 15 graden Celsius nodig. Zonder zoute invloed kunnen de schelpdieren zich dus niet vermeerderen.

Zoute plekken

Onderzoek naar de grootte en locaties van de schelpen lijkt er op te wijzen dat de eerste exemplaren op zeer jonge leeftijd in Harlingen zijn aangekomen. Daar kwamen ze voor op zoute plekken als de Ried en de Zoutsloot.

In 2021 zijn op de verder van Harlingen gelegen plaatsen grotere exemplaren van de brakwaterschelp aangetroffen. In andere delen van de provincie (onder andere langs de Afsluitdijk, bij de Oude Bildtdijk, bij Hallum en bij het Lauwersmeer) werd op ‘brakke’ locaties naar de brakwaterstrandschelp gezocht, maar werd hij niet gevonden.

In het Vliet in Franeker was de brakwaterstrandschelp het makkelijkst te vinden. Daar werd het kanaal ter plaatse uitgebaggerd en lagen de brakwaterstrandschelpen voor het grijpen op de kade en op het dek van de baggerschuit. Dit baggerslib is afgevoerd naar IJsseloog, een kunstmatig eiland in het Ketelmeer. Wellicht is de soort daar nu ook te vinden.

Golf van Mexico

Van oorsprong komt de brakwaterstrandschelp uit de Golf van Mexico. Daarvandaan koloniseerde de soort de Atlantische kust van Noord-Amerika en Europa. Sinds 2005 is de brakwaterstrandschelp vanuit de haven van Antwerpen verspreid over Europa.

De introductie gebeurde hoogstwaarschijnlijk op dezelfde manier waarop veel exotische zeedieren zich verspreiden: door transport van larven in het ballastwater van schepen.

In 2009 werd de brakwaterstrandschelp in Nederland voor het eerst ontdekt in het Noordzeekanaal. Daarna is hij gevonden in en rond het kanaal van Gent naar Terneuzen, in 2014 in wateren rond Delfzijl, in 2015 rond de Nieuwe Waterweg en sinds 2016 in Harlingen en omgeving.

Het lijkt er op dat een combinatie van brak water en (grote) scheepvaart een voorwaarde is voor vestiging van een levensvatbare, zich voortplantende populatie van de brakwaterstrandschelp.

Bronnen

Compendium voor de Leefomgeving (CLO), 2017. Brakwater- en kwelderweekdieren, 1900 – 2015.

De Boer, J & H. Bosma, 2021. De Brakwaterstrandschelp Rangia cuneata (G.B. Sowerby I, 1832) in Friesland. Spirula 428, blz. 29-35.

https://natuurtijdschriften.nl/pub/1002534

https://www.vliz.be/niet-inheemse-soorten/nl/rangia-cuneata-brakwaterstrandschelp

https://terpenenwierden.nl/het-verhaal/verhaal-wijnaldum/

Nieuws

Meest gelezen