Conclusie weerman Klaas Ybema: 'Zo bijzonder was het dit jaar allemaal niet'

Schaatsers op de Ryptsjerksterpolder. FOTO ANP/ ROBIN VAN LONKHUIJSEN

Met de dooi-inval van vandaag komt een einde aan de vorstperiode die acht dagen duurde en qua kouproductie in het Noorden behoorlijk tegenviel.

Leeuwarden noteerde zes ijsdagen waarop het kwik onder nul bleef, onderbroken door tijdelijk lichte dooi op de 11de. Het vroor op de vliegbasis slechts eenmaal streng: in de ochtend van diezelfde dag werd -13,1 graden gemeten. Het criterium voor een koudegolf werd dan ook bij lange na niet gehaald. Daarvoor is een reeks van minstens vijf ijsdagen nodig met minimaal drie keer strenge vorst (tussen -10 en -15).

Het vorstgetal, de som van alle etmaalgemiddelden onder nul, varieerde in onze provincie van circa 25 op de Wadden tot bijna 35 in de Zuidoosthoek. Dat valt tegen in vergelijking met het oosten van het land. In de Gelderse Achterhoek werden zeven dagen met strenge vorst op rij gemeten met een minimum van -16,2 graden op de 9de. Het vorstgetal liep daar tot circa 50 op. Belangrijkste oorzaken voor dit verschil: het veel dunnere sneeuwdek in onze provincie en aanvankelijke luchtaanvoer over de Oost- en Noordzee.

Toch werden de afgelopen week de laagste temperaturen gemeten sinds de veel koudere vorstperiode van februari 2012. Die gaf twaalf ijsdagen, een vorstgetal van 80 en minima tot -20 graden. Ook januari 2013 leverde een vorstperiode van twee weken met elf ijsdagen.

Conclusie: zo bijzonder was het dit jaar allemaal niet, maar dat het enthousiasme in geen verhouding stond tot het vorstgetal is na zeven zachte winters op rij heel begrijpelijk. Het kan nog.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Weer
Winter