Van schone schijn naar schone energie

De opkomst van hernieuwbare energie verloopt veel minder snel dan de overheid voor ogen staat. En het gaat ook beduidend langzamer dan de meeste mensen denken. Er heet een ,,snelle energietransitie’’ gaande te zijn, maar aardgas en aardolie blijven nog tientallen jaren de belangrijkste energiebronnen. Deel 1 van een serie analyses over onze energievoorziening.

Energiebronnen op Leeuwarder bedrijventerrein Hemrik: fossiele brandstof voor de auto, windstroom voor het net.

Energiebronnen op Leeuwarder bedrijventerrein Hemrik: fossiele brandstof voor de auto, windstroom voor het net. FOTO LC/ARODI BUITENWERF

Van dichtbij lijkt het soms alsof er een wedstrijdje gaande is. Dan weer opent een wethouder een laadpunt voor elektrische auto’s, dan wordt een sporthal bestuct met zonnepanelen of een huurwoning energieneutraal verklaard. Wie het grootste zonnepark van Nederland heeft, kan al snel weer worden ingehaald door een ander.

Het aantal energieprojecten en - projectjes is haast niet meer te tellen. Dat heeft te maken met de veelal kleine schaal, maar vooral ook met het enthousiasme waarvan betrokken politici en ondernemers bijna overkoken.

Onderzoek

De bevolking toont zich in meerderheid welwillend, oordeelde marktonderzoeker Motivaction International vorig jaar op basis van een representatieve peiling onder 2054 burgers in opdracht van het rijk. Van elke 20 Nederlanders staan er 7 ,,zeer positief’’ tegenover stimulering van hernieuwbare energie, 8 ,,positief en 7 ,,neutraal’’. De twintigste Nederlander weet het niet of is in een enkel geval negatief.

Motivaction International stelde vast dat de voorstanders twee belangrijke drijfveren hebben. Bijna 70 procent vreest dat de CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen het klimaat problematisch beïnvloedt. Daarnaast is bijna de helft van de mensen bezorgd over het vooruitzicht dat kolen, gas en olie op termijn niet meer beschikbaar zijn. De helft van de Nederlanders ziet graag het aandeel van aardgas afnemen in de komende jaren. Nog sterker wordt gepleit voor een daling van het gebruik van kernenergie, aardolie en steenkool.

Zulke cijfers zijn uit te leggen als royale steun voor een ombuiging van het verbruik van fossiele energie naar verbruik van energie, die geen luchtverontreiniging teweegbrengt en waarvan de voorraad min of meer eindeloos kan worden aangevuld.

Maar Motivaction International peilde ook de gevoelde urgentie van het klimaat- en energievraagstuk. Dan blijkt dat de zorg om milieu en klimaat het aflegt tegen veel andere hoofdbrekens. Het komt pas op de tiende plaats en wordt door slechts 18 procent van de mensen als top 5-probleem gezien.

De helft van de Nederlanders ziet graag het aandeel van aardgas afnemen

Deze bevindingen liggen in lijn met de driemaandelijkse rapportage van ‘Burgerperspectieven’ door het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het SCP constateert sinds 2008 keer op keer dat de interesse in het energievraagstuk ,,stabiel en gering’’ is. Gemiddeld 1,5 procent van de bevolking noemt ,,klimaat’’, ,,groene energie’’ of ,,duurzaam’’ als belangrijkste maatschappelijke uitdaging. Alleen in 2009, toen de olieprijs sterk piekte, en eind 2015, tijdens de Klimaattop in Parijs, sprong het cijfer eventjes naar 3 procent om vervolgens weer te zakken.

Hoe ver is Nederland dan eigenlijk met de opwekking van schone energie, werd de geënquêteerden ook gevraagd. ,,Nederlanders denken dat ruim een derde van de verbruikte energie duurzaam is’’, constateren de onderzoekers. Vooral de zichtbare toename van het aantal zonnepanelen wekt bij veel mensen de indruk dat de energietransitie met grote sprongen voorwaarts gaat.

Perceptie

Het is een inschatting die schril afsteekt bij de werkelijkheid. Op dit moment is ongeveer 6 procent van onze energie groen opgewekt, aldus de Nationale Energieverkenning. De meest recente betrouwbare cijfers (CBS) beschrijven de situatie eind 2015: toen was slechts 5,8 procent van de energie in Nederland groen.

Er is dus wat mis met de ‘perceptie’ van Nederlanders van de opmars van hernieuwbare energie. De overheid predikt een ‘energietransitie’ die nog maar amper is begonnen. Veel mensen denken misschien daardoor dat hun land al een heel eind op die weg is. Motivaction waarschuwt zijn opdrachtgever: ,,De overschatting van het huidige aandeel duurzame energie kan het gevoel van urgentie verzwakken en zo een drempel vormen voor het behalen van de doelstellingen.’’

Het kabinet schaarde zich in 2013 achter de Europese doelstellingen, die per land verschillen. In Nederland moet over drie jaar 14 procent van de verbruikte energie op hernieuwbare wijze worden opgewekt. Dit is vrijwel onhaalbaar, constateerde het Bureau voor de Leefomgeving in oktober. Een percentage van 12,5 procent in 2020 zou het hoogst haalbare zijn. VVD-minister Henk Kamp zoekt naar versnellingsmogelijkheden, maar deskundigen betwijfelen of die soelaas bieden.

Klimaatbeleid

De haalbaarheid hangt vooral van de verkiezingsuitslag af. Aan de rechterzijde van het politieke spectrum riep de PVV de afgelopen jaren op om subsidies voor hernieuwbare energie af te schaffen en goedkope Amerikaanse steenkool en schaliegas beter te benutten. Aan de linkerzijde vraagt GroenLinks het meest nadrukkelijk om versnelling van het klimaatbeleid.

Wat de kiezer er ook van moge vinden, binnen de internationale afspraken steekt de positie van Nederland schril af bij de rest van Europa. Een gemiddeld Europees land als Italië of Griekenland zit bijvoorbeeld al rond de 15 procent hernieuwbare energie en heeft dan ook een hoger doel toegewezen gekregen voor 2020.

Een internationale vergelijking verdient wel uitleg. Bosrijke gebieden hebben het gemakkelijker en landen met smeltwaterrivieren en gebergten kunnen profiteren van waterkracht. Nederland is vlak en het heeft het natuurlijke bosareaal goeddeels geveld ten gunste van de landbouw. De Europese Unie houdt met zulke geografische en culturele verschillen rekening bij het huiswerk dat elk land meekrijgt.

Er is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek een derde oorzaak waardoor het aandeel hernieuwbare energie in Nederland lager is dan in bijvoorbeeld Denemarken, Duitsland of Spanje. Deze landen hebben nieuwe opwekkers van hernieuwbare energie zoals windturbines en zonnepanelen zwaarder gesubsidieerd dan ons land. ,,Dit was een politieke keuze’’, schrijft het CBS. ,,Direct of indirect kost het stimuleren van deze vormen van hernieuwbare energie geld en in Nederland heeft de politiek dat er niet altijd voor over gehad.’’

Motivatie speelt ook een rol. De Duitse subsidie op windturbines was zo hoog, dat de maatschappelijke weerstand tegen horizonvervuiling en andere schaduwzijden erdoor werd overvleugeld . Bij de oosterburen zijn molens ook meer geaccepteerd doordat Duitsland afscheid probeert te nemen van kernenergie.

Zonnepanelen

Van alle hernieuwbare opties kan zonnestroom rekenen op de grootste steun van de Nederlandse bevolking. Meer dan driekwart van de mensen wil dat het aantal panelen toeneemt. In de praktijk is al sprake van grote groei. Volgens het CBS beschikten vorig jaar al 330.000 Nederlandse adressen over panelen.

Ondanks of juist door deze ruime praktijkervaring blijken Nederlanders de opbrengst van zonne-energie aanzienlijk te overschatten, zo maakt het Motivaction-onderzoek duidelijk. Ondervraagden schatten het panelenaandeel in de energievoorziening gemiddeld op 10 procent. In werkelijkheid zal het nog jaren duren voordat zelfs maar 1 procent bereikt wordt.

Zelfs binnen het totaal aan groene energie is de opbrengst van zonnepanelen nog maar een fractie: De bijdrage van zonnestroom aan het eindverbruik van hernieuwbare energie in Nederland was in 2015 ruim 3 procent, aldus het CBS.

Dat de opbrengst van zonne-energie te hoog wordt ingeschat, hoeft niet te verbazen. Mensen denken bij schone energie vooral aan elektriciteit. Ze zien dan gemakkelijk over het hoofd dat warmte-opwekking en vervoer de grootste energievreters zijn. Hierin speelt zonne-energie nauwelijks een rol.

Zowel in de politiek als in de media krijgen zonnepanelen veel aandacht. Wie bijvoorbeeld in het archief van deze krant kijkt, ziet dat zonne-energie veel vaker genoemd wordt dan biomassa: de optelsom van biogas en verbranding van hout en landbouwresten.

Ruim driekwart van de mensen wil dat het aantal panelen toeneemt

Biomassa

Motivaction vroeg Nederlanders ook hoe groot zij de omvang inschatten van biomassa: de optelsom van biogas en verbranding van hout en landbouwresten. Dat is met voorsprong de belangrijkste hernieuwbare energiebron in het Nederland van 2017. Het aandeel biomassa in de groene opwekkingsvormen wordt door het publiek geschat op 15 procent. In werkelijkheid is meer dan de helft van ’s lands groene energie van biomassa afkomstig. Plantaardige hernieuwbare energiebronnen dekten 3 procent van de totale energievraag in 2015.

Ook het aandeel van afvalverbranding en -vergisting in de energiewinning (1 procent) wordt ruim overschat. Maar regionaal kan het wel aantikken. Afvalbedrijf Omrin is in Friesland veruit de grootste groene energieproducent met een vergister in Heerenveen en een een verbrander in Harlingen.

De komende weken belicht deze krant hoe de groene energie er voor staat en welke belemmeringen er zijn. Dit is deel 1, volgende week dinsdag verschijnt deel 2.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Duurzame energie