Toekomstvisie natuurorganisaties: waterbeheersing, veel bomen en 'natuurrijke' landbouw om bodemdaling en stikstofproblemen tegen te gaan

Met hulp van de natuur kan Friesland zich wapenen tegen biodiversiteitsverlies, klimaatverandering, bodemdaling en stikstofproblemen. Dat beeld schetsen vier natuurorganisaties in hun toekomstvisie, waarin ze pleiten voor een betere waterbeheersing én veel bomen.

,,We moatte it hiele lânskip brûke om de opjeften dy’t op Fryslân ôf komme op te lossen.''

,,We moatte it hiele lânskip brûke om de opjeften dy’t op Fryslân ôf komme op te lossen.'' Foto Marcel van Kammen

De Friese Milieu Federatie (FMF), It Fryske Gea (IFG), Staatsbosbeheer (SBB) en Natuurmonumenten (NM) lanceerden Natuerlik Fryslân 2050 dinsdagmiddag tijdens een digitale sessie. Hun gebundelde visie op natuur en landschap is verwoord door ecoloog Eddy Wymenga en landschapsarchitect Peter de Ruyter.

In het rapport brengen de natuurorganisaties elementen uit allerlei lopende projecten samen, van veenweiden tot Waddendijk en van grutto tot Green Deal. ,,Wy realisearren ús dat wy belutsen binne by in hiel soad plannen dy’t as optelsom folle mear wêze kinne as wannear’st se los beskôgest. Boppedat blykt dat natuer en lânskip by in protte problemen hiel goed helpe kinne om antwurden te finen. En dêr wurdt Fryslân ek nochris moaier en leuker fan’’, schetst Chris Bakker, adjunct-directeur van It Fryske Gea namens de initiatiefnemers.

1 miljard euro

Als Friesland met goede voorstellen op de proppen komt, dan is er genoeg geld beschikbaar, stelt Bakker. Aan alle ‘útdagings’ – provinciaal, landelijk of Europees – zijn flinke budgetten gekoppeld. ,,Ast alles byinoar optelst, komst sa op 1 miljard euro foar it Fryske lânskip en de minsken. Kinst net sizze dat it foar it gripen leit, mar we moatte al soargje dat we op ’e tiid ús hûswurk dien ha. Dan meitsje we in goede kâns.’’

Basis van het toekomstperspectief is een ‘robuust watersysteem’, in combinatie met een vitale bodem en een schone lucht. ,,Door de weg van het water te volgen in plaats van er tegenin te werken zijn we beter opgewassen tegen weersextremen’’, schrijven de opstellers.

In de uitwerking van de visie voor vijf cultuurlandschappen: Zuidoosthoek, Noardlike Fryske Wâlden, Het Lage Midden, Súdwest-Fryslân en de noordelijke kleischil – speelt dat water steeds een prominente rol. Basisgedachte is dat het essentieel is om zoet water in de hoogste delen van de provincie op te vangen en vast te houden, om droogte aan te kunnen en een gezonde grondwatervoorraad aan te leggen, waar het hele Friese vasteland profijt van heeft. Daarom is het ook belangrijk water te bergen in de laagste veenpolders, rond de meren en bij dorpen (ook geschikt als ijsbaan). Dat remt bodemdaling en geeft ook tegendruk aan het kostbare grondwater, zodat dit minder snel wegzijgt en als overschot wordt afgevoerd.

‘Wite gebieten’

Het toekomstbeeld dat de natuurorganisaties schetsen loopt niet over van nieuwe reservaten. Ze pleiten wel voor overgangszones in beekdalen en rond moerasnatuur, omdat deze natuurparels door de daling van het omliggende land zo hoog zijn komen te liggen dat ze verdrogen. Maar verder gaat het ze vooral om het verbinden van gebieden met een ,,slimme groene en blauwe dooradering van het cultuurlandschap’’. Daarvoor zijn ook landbouw en de dorpen en steden nodig. Bakker: ,,We wolle net mear yn natuer en wite gebieten prate, mar moatte sjen dat we it hiele lânskip brûke om de opjeften op te lossen dy’t op Fryslân ôfkomme.’’

De natuurclubs voorzien dat landbouw en natuur in 2050 dichter bij elkaar zullen staan. Zij mikken op een ‘natuurrijke landbouw’. Die term staat voor: ,,een duurzamere landbouw op vitale bodems en met veel ruimte voor biodiversiteit, zónder bestrijdingsmiddelen en producerend voor de lokale markt.’’

Bosgebieden

De ideeën over de inrichting van grotere weidevogelgebieden, in de geest van de provinciale Weidevogelnota en het Aanvalsplan Grutto (waarin FMF en IFG meedraaien) keren terug in de toekomstvisie. In en rond deze vogelparels staat het open landschap voorop, maar de natuurorganisaties zien in de rest van de provincie juist ruimte voor nieuwe bosgebieden. Dat varieert van voedselbossen en de ‘teelt van kwaliteitshout’ in zandgebieden tot vloedbossen in het Lage Midden en ooibos van wilg en meidoorns langs een zachte IJsselmeerrand.

Voor het werelderfgoed Waddenzee zijn de natuurorganisaties duidelijk. Die geldt als ,,een ongestoord systeem waarin natuurlijke processen domineren en waar hooguit kleinschalige exploitatie van vis en schelpdieren plaatsvindt’’. De trekvogels van Noord-Atlantische Flyway staan er op nummer een. Daar moet de recreatie zich naar schikken. Langs de vastelandkust zijn de natuurpartijen gecharmeerd van zoet-zoutovergangen voor vismigratie en een minder strakke kustlijn volgens het motto: ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’. De Waddeneilanden bliiven buiten beschouwing in de visie.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Natuur en milieu