Terugvechten met wilde planten: 'In één generatie. Vogels, insecten, planten, alles is weg. Hoe kan dat?'

Je kunt somber worden van de achteruitgang van de soorten op het platteland. Maar je kunt ook terugvechten. Hoe klein ook.

Jan van der Meer en Margriet Kampman bij een van hun vier boomspiegels aan de Verlengde Schrans. De wilde planten voor hun flat verzachten hun landschapspijn.

Jan van der Meer en Margriet Kampman bij een van hun vier boomspiegels aan de Verlengde Schrans. De wilde planten voor hun flat verzachten hun landschapspijn. Foto Niels Westra

,,Kijk nou, moet je zien hoe klein dat bloemetje is.‘’ Jan van der Meer (73) hurkt bij een bosje vederlicht Blauw Walstro. ,,Dit is wel zo mooi.’’ Hij schuift wat stengels aan de kant. ,,En moet je deze eens voelen, zijdezacht. De Gestreepte Witbol. En deze. Het Klein Vogelpootje. Die doet het alleen op heel schrale grond.’’

Vier boomspiegels hebben hij en Margriet Kampman (72) in beheer, aan de voet van De Weeme, een appartementencomplex aan de Verlengde Schrans in Leeuwarden. Verderop doet Harry van der Velde er acht. Twaalf wuivende enclaves zijn het, pure levenslust. Als Jan ze water brengt, duurt het nooit lang voordat er een fietser afstapt. ,,Gisteren kwam een man vertellen dat hij er zo gelukkig van wordt.’’

Vette grond

Bij de herinrichting van de straat, een paar jaar geleden, was turbogrond gebruikt. ,,Geen idee waar vandaan. Maar veel te vet, zoals wij dat zeggen.’’ Bomvol voedingsstoffen. Jan van der Meer had een stikstofprobleem in miniformaat te pakken. Urenlang sjouwde hij met emmers zand. Toen was de grond arm genoeg voor wilde planten.

Hij doet alleen in ‘wild’. ,,Cultivars komen er bij mij niet in. Ik wil alleen planten waar insecten iets aan hebben. Planten met nectar en stuifmeel. ’’

Jan is een man van het platteland, een buitenman, hij groeide op in Wilnis, het Groene Hart. Als jongetje lag hij uren in het gras. ,,Je keek omhoog en zag overal vogels. Veldleeuweriken! En zingen, zingen! Als je dan opstond, moest je oppassen dat je geen eieren vertrapte. O-ver-al nesten.’’

Die wereld verdween met een bloedgang

Hij zag die wereld verdwijnen. Met een bloedgang, als je erbij stilstaat. ,,Het is niet te bevatten. In één generatie. Vogels, insecten, planten, alles is weg. Hoe kan dat? Hoe hebben we dit laten gebeuren? Het is on-voor-stel-baar.’’

Toen hij verhuisde naar Friesland, verwachtte hij onwillekeurig het kwinkeleren en zoemen uit zijn jeugd terug te vinden. De onthutsing. ,,Er was niets. Nog geen molshoop. Als ik van de fiets stap, hoor ik helemaal niets. Dat rottige Engelse raaigras en de drijfmest hebben alles verpest. Het is zo stil.‘’ Die stilte, dat vindt hij nog het allerergst.

Eén koe en twee varkens per week

Jan stelt zich weleens voor dat zijn vader terugkeert uit de dood en de ontstellende leegheid zou zien. ,,Hij zou zijn ogen niet geloven. WAT IS DÍT?’’ Vader was slager. Eén koe en twee varkens per week. Daar leefden ze goed van. Soms werd er zelfs een week niet geslacht, dan was er nog voldoende.

Jan ging later zelf ook het vlees in. Hij keurde levend en dood vee. Dus ja, hij zat er met zijn neus bovenop toen de landbouw ontspoorde. Hij zag rare dingen. Mussen die een industriële varkensstal binnenvlogen, op de rand van de mestgoot neerstreken en in katzwijm vielen. ,,En ook…’’ Hij aarzelt, valt stil. ,,Nee, dat moet ik niet vertellen.’’ Dat keuren bleef ongemakkelijk.

Aanwaaiers

Die boomspiegels. ,,We zaaien niets’’, zegt Margriet. ,,We planten alleen.’’ De spiegels zijn goed beschouwd de weerslag van hun veldtochten. Ze wandelen, fietsen, spotten een wilde plant en wanneer er genoeg van staan, nemen ze een kluitje mee. Gouden Ribzaad uit Rotterdam. Blaassilene uit de Groene Ster. De Incarnaatklaver vonden ze langs de rondweg in Leeuwarden. Aanwaaiers hebben ze ook. Het Herderstasje was er zomaar. De Wouw, waarschijnlijk vertrokken uit Kornwerderzand. En die Oosterse Papaver? Dat was een vergissing, zegt Jan. ,,Ik had een zwak voor de bloem, voor dat hele zachte zalmachtige. Maar het is geen wilde plant. Ik had het niet moeten doen.’’

Dat hij en Margriet er zoveel van weten, komt door de tweejarige plantencursus van Floron. Ze doen ook inventarisatiewerk voor deze landelijke natuurorganisatie. ,,We gaan dit weekeinde een kilometerhok bij Dronryp inventariseren.’’ Jan kijkt naar Margriet. ,,We kunnen het eigenlijke wel vanuit de auto doen. Zo weinig staat er nog. Zestig soorten?’’ Margriet knikt. Hooguit, denkt ze.

Ja, als hij nadenkt over de ecologie, is Jan somber. Zijn kinderen vinden tè. ,,Die zeggen: pa, maak je geen zorgen, iedereen heeft het goed.’’ Maar dat vindt hij dus niet.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Het stikstofmoeras
Stikstof
Natuur en milieu
Instagram