Smallingerland gaat het schip in met Drachtstervaart

Smallingerland kiest eieren voor zijn geld in het geschil met projectontwikkelaar Wind. Er is een schikking getroffen over de voorgefinancierde miljoenen voor het project Drachtstervaart.

Al jaren liggen er forse vorderingen van de gemeente op het bordje van de projectontwikkelaar. Zo schoot Smallingerland in 2012 9 miljoen euro voor om de Drachtstervaart langs het traject Moleneind alsnog uit te kunnen graven. En de ontbinding van het contract met de Wind Groep over woningbouw in Drachtstervaart-West in 2015 leidde tot een claim van ruim 2 miljoen.

De vorderingen zijn destijds als te verwachten inkomsten op de balans van de gemeentelijke begroting opgenomen. Omdat terugbetaling onzeker was, zijn er ook meteen voorzieningen van exact dezelfde omvang gereserveerd voor de te verwachten tegenvallers. Deze posten worden nu tegen elkaar weggestreept. Schoon schip maken, noemt het college dit.

Geringe slotbetaling

De schikking is vastgelegd in een geheime vaststellingsovereenkomst. Er is inmiddels door de Wind Groep een geringe slotbetaling van 150.000 euro overgemaakt naar de bankrekening van de gemeente. Niet alleen worden de boeken gesloten. Ook is afgesproken dat de partijen over en weer afzien van procedures.

Volgens het college blijkt uit gesprekken met de directie van Wind Groep en de consultatie van een juridisch adviseur dat Wind Groep nu en in de toekomst niet in staat zou zijn geweest om de betreffende vorderingen te voldoen. De financiële speelruimte van het bedrijf wordt al enige jaren bepaald door zogeheten preferente schuldeisers waaronder de bank en de belastingdienst.

Faillissement

Ook het aanvragen van een faillissement, een optie die serieus is onderzocht, zou niet leiden tot betaling, maar slechts tot kostbare en langdurige procedures. Dit omdat de partijen over de omvang van de schade in Drachtstervaart West van mening verschillen. Om hierover duidelijkheid te krijgen zal een arbitrageprocedure gevolgd moeten worden.

Daarnaast is de vordering uit 2012, de renteloze lening voor het uitgraven van de vaart, nog niet opeisbaar: Wind beroept zich op contractuele ruimte om de eerste betaling pas in 2030 te doen. En mocht een faillissement uitgesproken worden, dan gaat de opbrengst naar de preferente schuldeisers.

Lees ook: Opkomst, val, herstel van ‘stjonkfeart'

Nieuws

menu