Schraler, soberder, schever: in tien jaar Rutte verdampte 100 miljoen gemeentegeld, wat deed dat met Friesland?

Mark Rutte is tien jaar premier van Nederland. In die periode verdampte ruim 100 miljoen euro aan Fries gemeentegeld. Gemeenten moesten drastische grepen in hun reserves doen om hun begrotingen rond te breien. Wat hebben drie kabinetten-Rutte in Friesland teweeg gebracht? Een hoogleraar, een burgemeester en een huisarts vertellen.

Mark Rutte op campagne in 2017: op het Waagplein in Leeuwarden drinkt hij koffie met het publiek.

Mark Rutte op campagne in 2017: op het Waagplein in Leeuwarden drinkt hij koffie met het publiek. Foto: Hoge Noorden/Jacob van Essen

De Friese gemeenten teerden in tien jaar gezamenlijk 107 miljoen euro in op hun eigen reserves. Een astronomisch bedrag. Het einde van de tekorten is nog lang niet in zicht.

De gewenste zelfredzaamheid van de maatschappij had een keerzijde. Heerenveens burgemeester Tjeerd van der Zwan spreekt van een versobering en verschraling op het terrein van zorg, onderwijs en inkomensondersteuning. Huisarts Jon Brouwers uit Bakkeveen ziet een tsunami aan chronische ziekten aankomen.

Hoogleraar Marijn Molema ziet lichtpuntjes. Friesland neemt het heft in eigen hand. Geld is niet alles. Tevredenheid en de kwaliteit van leven kreeg meer waardering. ,,Dat bewustzijn is de afgelopen tien jaar gegroeid.’’

Nog meer snijden in publieke voorzieningen onvermijdelijk

In 2010 was de algemene reserve van alle Friese gemeenten tezamen 297 miljoen euro. Dat was vorig jaar gedaald tot 190 miljoen euro; een afname van 107 miljoen euro. De provinsje Fryslân, die toezicht houdt op de gemeentelijke financiën, spreekt van een forse verslechtering. Gemeenten kregen er extra rijkstaken bij en dat kostte hen handenvol geld.

Reserves zijn niet eindeloos. Daarom kijkt Fryslan met angst en beven naar een herijking van het Gemeentefonds die aanstaande is. Dat kan Friese gemeenten nogmaals miljoenen euro’s schelen. Snijden in publieke voorzieningen als bibliotheken, zwembaden of musea lijkt onvermijdelijk.

Neem Heerenveen, een gemeente met ruim 50.000 inwoners en een begroting van 159 miljoen euro. Het merendeel van dat geld komt van het Rijk. Uit het Gemeentefonds krijgt Heerenveen 91 miljoen euro toebedeeld.

Gemeenten hebben niet veel mogelijkheden om zelf extra inkomsten te genereren. In het geval van Heerenveen kan dat via de onroerende zaakbelasting (in 2020: 14 miljoen euro), parkeergelden (2,3 miljoen euro), gebouwenverhuur (1,8 miljoen), de rioleringsheffing (5,5 miljoen) of de afvalstoffenheffing (6,6 miljoen).

In 2015 kregen alle gemeenten er rijkstaken bij op het gebied van de jeugdzorg en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, die ervoor zorgt dat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen. Het Rijk dacht: gemeenten kunnen dat dichtbij goedkoper organiseren. Maar dat lukte niet. Het Rijk kwam weliswaar met extra geld over de brug, maar dat dekte niet de helft.

Met kunst en vliegwerk de begroting rondkrijgen

Een gemeente kan in zo’n geval aan drie knoppen draaien; een greep doen in de reserves, de belastingen voor de eigen inwoners verhogen of bezuinigen of schrappen in niet-wettelijke taken en voorzieningen.

Met kunst en vliegwerk is de begroting voor komend jaar rondgebreid. Reserves worden incidenteel ingezet om de tekorten op het sociaal domein te dichten zodat de portemonnee van de inwoners (nog) niet wordt geraakt. Dit jaar moet Heerenveen grofweg 9 miljoen euro toeleggen op de jeugdzorg en de wmo. Daarvan kan het grootste deel worden opgelost binnen de eigen begroting en uit de eigen reserves. Een gesprek met de gemeenteraad voor een structurele oplossing staat op stapel, want dit kan niet jaren zo doorgaan.

Bovendien dreigt een nieuwe donkere wolk; het Rijk introduceert in 2023 een andere verdeling van het geld van het Gemeentefonds. Met name voor Friese en Groningse gemeenten pakt die erg nadelig uit.

Heerenveen dreigt hierdoor jaarlijks nog eens 1,1 miljoen euro mis te lopen. Het zijn bedragen die zwaar drukken op de publieke middelen. Ter vergelijking: de jaarlijkse subsidie aan de bibliotheek in Heerenveen is 900.000 euro, het cultuuronderwijs (Ateliers Majeur) krijgt 677.000 euro, het maatschappelijk werk krijgt jaarlijks 500.000 euro en het museum en de peuteropvang ieder 400.000 euro.

In Friesland zijn tien gemeenten de pineut. Achtkarspelen wordt relatief het zwaarste getroffen, maar ook Leeuwarden en Weststellingwerf worden hard geraakt. In Den Haag zijn de besprekingen over de herijking nog gaande en Friesland is een lobby gestart om het plan van tafel te krijgen. Gedeputeerde Sander de Rouwe (CDA) was afgelopen maand helder: ,,Dit kan en mag niet de bedoeling zijn.’’

Tjeerd van der Zwan: De gemeenten vullen de gaten op

Versobering en verschraling tekenden het afgelopen decennium, stelt burgemeester Tjeerd van der Zwan. Hij heeft als ambtsdrager alle premierjaren van Mark Rutte meegemaakt.

Terugblikken op tien jaar premierschap van Mark Rutte? Een beschouwing van het gevoerde beleid en de resultaten van diens drie kabinetten? Prima, zegt Tjeerd van der Zwan.

,,Maar ik wil wel gezegd hebben dat in die periode alle partijen op een bepaalde manier verantwoordelijk zijn geweest. Hetzij als coalitiepartij, hetzij als gedoogpartner, hetzij als oppositiepartij die zorgde voor een meerderheid voor wetsvoorstellen in Tweede of Eerste Kamer.”

Een oordeel wil Van der Zwan, sinds 2011 burgemeester van Heerenveen en daarvoor vier jaar van Achtkarspelen, beslist niet vellen. Hij stelt vast wat er de afgelopen tien jaar is gebeurd, hij kijkt om zich heen als hij in zijn gemeente over straat loopt, hij analyseert. En hij komt tot de conclusie dat er in het afgelopen decennium sprake is geweest van ,,versobering en verschraling op het gebied van zorg, onderwijs en ook inkomensondersteuning. Er is weinig gevoel en oog voor de uitvoering van beleid.”

Weerbarstige praktijk

Neem de afgesproken reductie van 30 procent van de GGZ-bedden. Misschien, zegt Van der Zwan, was meer ambulante zorg op papier wel een begrijpelijke gedachte. Wat kan er immers op tegen zijn om mensen in hun eigen omgeving te verzorgen? De praktijk bleek weerbarstiger.

,,Het aantal mensen met verward en soms agressief gedrag op straat nam toe, net als de overlast die werd ondervonden. De politie kreeg veel meer meldingen. Ik heb aan de bel getrokken. Het kreeg landelijke aandacht. Ik ben nog bij een hoorzitting van de Kamer geweest.”

Over een aantal vragen werd nooit nagedacht, zegt Van der Zwan. ,,Je kunt draagvlak en begrip creëren in een buurt als je iets kunt vertellen over een persoon die daar komt wonen of al woont. Door privacywetgeving mag dat niet. Je kunt, bij gebrek aan doorzettingsmacht, mensen ook niet dwingen hun medicijnen te nemen. Bovendien kun je personen die overlast veroorzaken niet uit hun omgeving halen. Die escalatievoorziening ontbreekt.”

,,We zijn nu in Heerenveen met de GGZ bezig met herstelwerkzaamheden”, vervolgt Van der Zwan. ,,Zo hebben we een GGD-er in dienst die het voor elkaar krijgt om achter de voordeur te komen bij mensen die in beeld komen door meldingen uit de wijk of van hulpverleners. We maken ook gebruik van een psycholance, voor het vervoer van personen met verward gedrag. Dat scheelt politie-inzet en is beter voor de mensen zelf.”

Mooi idee, slechte uitvoering

Het ging in de uitvoering op veel meer terreinen niet goed de afgelopen tien jaar, constateert Van der Zwan. Door de participatiewet van 2015 bouwde het Rijk de bijdrage aan sociale werkvoorzieningen af. ,,Het doel, meer mensen aan regulier werk helpen, is lang niet gehaald.”

Door de verhuurdersheffing werden minder sociale huurwoningen gebouwd. ,,Dat veroorzaakte meer schaarste. Het leidde tot uitwassen van kamerverhuur, sommige mensen werden deels afhankelijk van huisjesmelkers. Anderen raakten zelfs dakloos. Vaak zijn dat ook de inwoners die je aantreft bij een voedselbank, waarvan je er steeds meer ziet komen.”

Nog iets: het passend onderwijs was een mooi idee, met als doel om meer leerlingen ‘met een rugzakje’ aan een plek in het reguliere onderwijs te helpen. ,,Maar leerplichtambtenaren vertelden me dat er juist meer leerlingen thuis kwamen te zitten door te grote klassen en een gebrek aan tijd en onderwijzers.”

Van versobering was ook sprake in de asielopvang. In 2015 zag Van der Zwan ,,chaotische toestanden” in de Blauw-Withal. ,,Er was door capaciteitsgebrek sprake van onmenselijk gesleep met kinderen en gezinnen. Het was een gevolg van afschaling.” Ofwel: door bezuinigingen was Nederland niet klaar voor de toestroom van vluchtelingen.

Veel meer taken

Gemeenten kregen de afgelopen jaren door decentralisatie te maken met veel meer taken in het sociaal domein. Tegelijkertijd voerde het Rijk flinke bezuinigingen door. ,,Dat vind ik ook wel kenmerkend voor de afgelopen periode”, zegt Van der Zwan. Friese gemeenten zagen de algemene reserves sinds 2010 met ruim 100 miljoen euro krimpen.

Nu krijgen ze ook het bodembeheer er nog als taak bij. Van der Zwan onderhandelt daar namens de gemeenten over in Den Haag. De extra taak is alleen uit te voeren, zegt hij, als er voldoende middelen ,,en instrumentarium” tegenover staan.

Het zou goed zijn, stelt de burgemeester, als het lokale bestuur meer mogelijkheden krijgt om het eigen ‘belastinggebied’ te vergroten. Dat zou gepaard moeten gaan met een verlaging van de loonbelasting, zodat arbeid goedkoper wordt. ,,Als we als gemeenten meer mogelijkheden krijgen, wordt ook veel zichtbaarder waar belastinggeld aan wordt besteed.”

Opmerkelijk eigenlijk dat er momenteel met miljarden wordt gestrooid door de rijksoverheid, zegt Van der Zwan. Nu wel. ,,Met een hitsigheid die je normaal alleen in buitenechtelijke relaties aantreft. De crisis vraagt er natuurlijk om. Dat snap ik wel. Maar vergeet niet dat de verkiezingen eraan komen. Zo is het ook.”

Centralisatie van veiligheid

Als Van der Zwan over straat loopt, ziet hij trouwens hoe boa’s steeds vaker de plek innemen van politieagenten. Dat is dan weer niet het gevolg van decentralisatie, maar van ,,centralisatie van veiligheid.”

In 2013 werd de Nationale Politie ingevoerd. Het betekende het einde voor regiokorpsen. ,,Er gaat sindsdien meer aandacht naar de landelijke kwesties, de politie trekt zich steeds meer terug uit het openbaar domein. Boa’s vullen, betaald door de gemeenten, de gaten op.”

Er is sinds 2010 veel gebeurd waar het volgende kabinet van kan leren, stelt Van der Zwan. ,,Het idee dat de overheid zo klein mogelijk moet zijn, is wel achterhaald. De rol gaat groter worden. Gemeenten en regio’s moeten sterker worden, als tegenwicht voor de verkokering die je op rijksniveau vaak ziet. Problemen vereisen vaak een integrale aanpak. Daar zijn we op regionaal niveau veel beter in, zeker in Friesland.”

Daar hoort ook bij dat ,,een enorm democratisch gat” wordt gedicht, zegt Van der Zwan. ,,Gemeenten hebben bijvoorbeeld over wooncorporaties, over zorg en onderwijs nauwelijks iets te zeggen. Dat moet anders. Over voor onze inwoners essentiële zaken moet op z’n minst verantwoording worden afgelegd.”

Huisarts Jon Brouwers zag afgelopen decennium een en tsunami van chronische ziekten

Apotheekhoudend huisarts Jon Brouwers is in Bakkeveen al vijftien jaar bezig met leefstijl. Het gaat haar aan het hart hoe het aantal patiënten met chronische ziekten blijft stijgen.

Brouwers spreekt van een tsunami. ,,En dat merken de artsen in Nederland over de volle breedte. Het aantal mensen met overgewicht is gewoon hóóg. Ook hier.’’

Van de volwassenen kampt 51 procent met overgewicht. Dat zorgt voor verhoogde risico’s op hart- en vaatziekten, suikerziekte, typen kanker en een verminderde vruchtbaarheid.

Groeiende zorgkosten

Het zorgt ook voor groeiende zorgkosten. ,,Maar vergeet vooral niet welke impact deze ziekten op de mensen hebben’’, benadrukt Brouwers. ,,Een mensenlichaam moet zonder al te veel gebreken 100 jaar kunnen worden. In Nederland is de gemiddelde levensverwachting 82 jaar. Dat vinden wij best hoog, maar dan missen we tóch ergens 18 jaar.’’

Chronische ziekten dempen de kwaliteit van leven, terwijl een flink deel aan de voorkant kan worden voorkomen door een gezondere leefstijl. Brouwers is in Bakkeveen een van de voorvechters van de ‘Bloeizone’, een recept voor een gezonde leefomgeving met meer groen, samen bewegen en gezond eten.

Als ze hiermee met patiënten aan de slag gaat merkt ze het verschil. Mensen worden er gezonder en gelukkiger van. ,,Ze gaan beter in hun vel zitten, ervaren minder stress, de bloeddruk normaliseert en ze slapen beter.’’

De Friese paradox

Stukje bij beetje dringt bij beleidsmakers in Den Haag het besef door hoe belangrijk een gezonde leefstijl is. In Friesland wijst het college van gedeputeerde staten graag naar de Friese paradox; Friezen zijn armer, maar gelukkiger dan hun mede-landgenoten. Het gevoel van de ‘mienskip’ draagt daar ongetwijfeld aan bij, denkt Brouwers. Ze is blij dat mensen met overgewicht inmiddels twee jaar lang begeleiding kunnen krijgen voor het afvallen via de zorgverzekering. ,,Maar er zijn grotere stappen nodig. Ook hier.’’

We eten te fabrieksmatig. Ongezond voedsel is op iedere straathoek voor een habbekrats te koop. Onze directe leefomgeving daagt te weinig uit tot bewegen. ,,Mensen moeten awareness gaan voelen. Er moet echt een kentering gaan plaatsvinden. Deze tsunami moet worden gestopt.’’

De coronapandemie had op een deel van de Friezen een louterend effect; zij gingen meer bewegen en gezonder eten. Brouwer merkt evenwel dat bij een groot deel van de patiënten de wijzers de andere kant op zijn gaan staan. ,,Zij vonden het juist moeilijk zich in beweging te zetten. Er was weinig uitzicht, weinig perspectief, geen ontplooiing.’’

De grip kwijtgeraakt

Nu de consulten weer op gang komen worden ernstige pathologische aandoeningen opgemerkt waar mensen te lang mee hebben doorgelopen. Darmkanker is het bekendste voorbeeld. Ook in de praktijk van Brouwer.

Het baart zorgen. ,,Ik ben echt bang dat, als alles is opgeklaard, er nog veel meer aan het licht zal komen. We zijn op een deel van de mensen de grip kwijtgeraakt. We zien een vloedgolf aan problemen op ons af komen.’’

Marijn Molema: Minder Haags geld opende Friesland de ogen

In de jaren tien van deze eeuw leidde premier Mark Rutte met drie kabinetten het land. ‘Den Haag’ had in het vorige decennium weinig oog voor de regio. Dit opende Friesland juist de ogen: dan doen we het zelf. Dat is niet verkeerd uitgepakt, zegt hoogleraar Marijn Molema.

Aan de rand van het land sta je op achterstand. Als je in Den Haag begint met het uitdelen van snoepjes, zijn de lekkerste al weg voordat je aan de Waddenzeekust bent - als er dan überhaupt nog wat in de zak zit. Je kunt gaan zitten treuren, of je zorgt er op een of andere manier voor dat je toch de lekkerste snoepjes mag uitkiezen. Friesland koos de afgelopen tien jaar voor het laatste.

Vanaf eind jaren zestig leunde Friesland, net als andere regio’s, op de Rijksoverheid. Met investeringsprogramma’s, stimuleringsplannen en steunpakketten pompte ‘Den Haag’ geld naar de provincies. Om werkgelegenheid te stimuleren, krimp te keren en armoede tegen te gaan. Om in bestuurlijke termen te spreken: er was decennialang een stabiel economisch beleid voor Friesland.

,,Dat stopte met de komst van Rutte I in 2010’’, zegt Marijn Molema. Hij is programmaleider bij het Fries Sociaal Planbureau (FSP) en bijzonder hoogleraar Regionale Vitaliteit en Dynamiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. ,,Er kwamen geen speciale programma’s meer voor regio’s. Er werd flink bezuinigd, het landelijke beleid voor de provincies werd ad hoc. De aandacht voor de regio daalde.’’

Pas in 2018 ging het kabinet zich weer bekommeren om de regio’s. Het kabinet sluit met gebieden investeringsafspraken, zogenoemde Regiodeals. In het noordoosten en zuidoosten van Friesland landt al een grote zak met geld, te gebruiken om de lokale economie aan te jagen en leefbaarheid te versterken. ,,Je kunt zeggen dat de cirkel rond is’’, zegt Molema. ,,De ‘regio’ was even van de ontwikkelingskaart gevallen, maar staat er nu weer op.’’

Welke prijs heeft Friesland daarvoor betaald?

,,Als je het wilt uiten in geld, dan is de scheve verdeling tussen stedelijk gebied en landelijk gebied nog schever geworden. De kabinetten hebben dat beeld vergroot, maar ook zichtbaarder gemaakt. Dat heeft er nu ook toe geleid dat er een overgesimplificeerd contrast tussen rijk versus regio is ontstaan. Dat inzicht is winst.’’

In welk opzicht?

,,Friesland heeft het gat tussen de laatste investeringsprogramma’s en de nieuwe Regiodeals benut om te leren dat het zelf met plannen moet komen. Het Rijk heeft als dominante pion een terugtrekkende beweging gemaakt. In Friesland heeft men een stap naar voren gezet. Noordoost-Friesland is daar een goed voorbeeld van. Zij hebben in hun krimpdossier de regie in eigen hand genomen.’’

Geen blauwdruk meer van bovenaf

In de jaren tien is het besef gekomen dat blauwdrukken van bovenaf niet werken, ziet Molema. ,,Men wil dat ook niet meer.’’ Regio’s zijn meer op elkaar aangewezen. Vanuit gemeenten wordt samengewerkt, met elkaar en met de provincie. Wat helpt, zegt Molema, is dat de Friese gemeentekaart de afgelopen tien jaar opnieuw is ingetekend. Telde Friesland in 2011 nog 27 gemeenten, nu zijn het er 18. ,,Er zijn minder bestuurlijke spelers, de netwerken in de provincie zijn hechter geworden, de samenwerking tussen de gebieden beter. Er wordt niet langer top-down vanuit Den Haag gedacht, maar ook van onderop bij gemeenten en provincies. Dat heeft de lobby versterkt.’’

We hebben het nu veel over de bestuurlijke ontwikkeling. Wat merkte de inwoner van Friesland ervan?

,,Het ‘fan ûnderop’-denken heeft ervoor gezorgd dat inwoners meer architect zijn van hun eigen ontwikkeling. Er is meer ruimte gekomen voor de dingen die de burger zelf belangrijk vindt. Je kunt makkelijker meepraten over jouw eigen omgeving. Denk aan het plan van Holwerd aan Zee. Of dorpelingen die bij een gemeente strijden voor een paar woningen. De ideeën komen steeds vaker uit de mienskip zelf. Ik hoop dat deze ontwikkeling zich doorzet. Daar ligt ook een belangrijke taak voor gemeenten en provincie om die betrokkenheid en creativiteit te faciliteren.’’

Pijn door snijden in cultuur

Volgens cijfers van het FSP zijn Friezen een gelukkig volkje. Toch zagen zij de afgelopen jaren voorzieningen wegvallen. Ze moeten langer reizen voor een zwembad of bibliotheek, moeten strijden voor het openhouden van hun dorpshuis of leuren bij de provincie voor subsidie voor een iepenloftspul of tentoonstelling.

,,Daar zit veel pijn’’, zegt Molema. ,,Er is behoorlijk gesneden in het aantal culturele voorzieningen. Er is sprake van een liberalisering van de culturele sector. Die moet publiek trekken en geld in het laatje brengen. Er wordt nauwelijks gekeken naar participatie, educatie, ontplooiing en identiteit. Terwijl dat juist bijdraagt aan het gelukscijfer in Friesland. De provincie heeft een rijke culturele infrastructuur. Cultuur speelt een belangrijke rol in de mienskip.’’

Wat weg is, komt niet meer terug, zegt Molema. ,,Met stilzitten behoud je het niet.’’ Molema wenst politici ,,wat meer realisme toe’’ als het gaat om te behouden wat écht belangrijk is. ,,Je ziet veel prestigeprojecten waar politici goede sier mee maken. Er wordt nu gesproken over een Deltaplan voor het Noorden. Politici kunnen ermee pronken, maar je hebt meer aan 100 klein deltaplannetjes waarin staat beschreven wat écht belangrijk is. Dat is voor ieder gebied anders.’’

Hij ziet dat bestuurders de afgelopen jaren bibliotheken, scholen en zwembaden bouwden in prestigieuze accommodaties. ,,Heel dure infrastructuur, bijna niet te betalen, waardoor je er weer op moet bezuinigen.’’ Daarnaast waren er grote infrastructurele projecten. ‘Knuffelprojecten’, noemt Molema ze. Groot genoeg om sier mee te maken, te groot en vaak te duur ook om te financieren. ,,Van één knuffelproject kun je bij wijze van spreken tien zwembaden openhouden. Men vergeet in het maken van die keuzes vaak de basis. Welke voorzieningen zijn er echt nodig?’’

Vechten voor geld

Het is winst dat er bij de verdeling van de gelden van de Regiodeals gekeken wordt naar tevredenheid van leven, sociale samenhang en kwaliteit van ruimte om ons heen, zegt Molema. ,,Dat bewustzijn is de afgelopen tien jaar gegroeid.’’

Goed voor Friesland, maar dan ben je er nog niet. Want, zegt Molema, de Regiodeals mogen dan beter zijn, Friesland weet beter wat het wil, de provincie zal altijd moeten blijven vechten voor het geld. ,,Je ziet ook nu weer dat maar een fractie van het geld naar plattelandsregio’s gaat. Het meest geld vloeit nog steeds naar de stedelijke gebieden.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Verkiezingen
Aanrader van de redactie
Politiek