Rijden in de sneeuw en op gladde wegen: zo maak je geen brokken

Een sneeuwfront trekt over het land. Foto: ANP

Autorijden over besneeuwde of gladde wegen kan behoorlijk verraderlijk zijn. Tips (van ondermeer de ANWB) voor rijden bij gladheid.

Houd afstand

Zorg voor extra ruimte op de weg vóór je en rem beheerst. Die paar meter extra geeft meer tijd om te reageren op onverwachte gebeurtenissen. Ga niet op iemands bumper hangen omdat je haast hebt. Bij invoegen geldt hetzelfde. Neem de tijd en de ruimte om rustig, met gepaste snelheid in te voegen.

Kijk ver voor je uit

Kijk vér voor je uit, dan stuur je meestal vanzelf in de goede lijn. En ook dat gaat beter als je niet te dicht achter je voorganger rijdt. Elke seconde én meter telt als je onverwachts in een slip terechtkomt.

Trek rustig op

Soms is optrekken vanuit stilstand al meteen een uitglijder. Wegrijden in z’n twee kan helpen. Geef weinig gas en laat de koppeling heel rustig opkomen. Dat kan ook prima in de eerste versnelling. Probeer al je handelingen beheerst en rustig te doen. Stuur gelijkmatig, rem niet abrupt. Stuur bochten niet te scherp in. Veiligheidssystemen als ESC (ESP) kun je bij optrekken vanuit stilstand op gladde ondergrond soms beter even uitschakelen. Ze kunnen het wegrijden in de sneeuw juist bemoeilijken. Zet - zodra je rijdt - ESC (ESP) direct weer aan.

Remmen: soms hard

Moet je een noodstop maken, dan wil je dat het ABS (antiblokkeersysteem) optimaal functioneert. Ga dus niet steeds ‘pompend’ remmen. ABS werkt alleen als je de remdruk hoog houdt. Trap - bij voorkeur tegelijkertijd - hard op de rem en de koppeling. Schrik niet als je rempedaal gaat trillen of als je rare geluiden hoort. ABS zorgt ervoor dat je wielen blijven draaien (anti-blokkeren dus). Daardoor kun je blijven sturen als dat nodig is.

Remmen: soms juist niet

Soms kun je bij gladheid beter helemaal niet remmen. In bochten bijvoorbeeld. Laat het gas op tijd los om vaart te minderen, ruim voor de bocht. Geef bij gladheid pas weer gas als je de bocht uit bent. Mocht je de bocht toch niet goed hebben ingeschat en zie je de vangrail op je afkomen, blijf dan vooral kalm. Gooi het stuur niet ineens om. Je kunt de auto beter laten glijden langs de vangrail en rustig je stuur in de juiste rijrichting draaien. Zodra je weer grip hebt, ga je vanzelf weer de goede kant op. Langs de vangrail glijden is onplezierig, maar kan ook helpen je auto weer in het juiste spoor te krijgen. Het stuur omgooien en aan de andere kant van de weg terechtkomen wil je zeker niet.


Blijf alert, ook mét winterbanden

Winterbanden zijn geen totaal-oplossing voor winterse problemen. Als je twee keer zo hard rijdt, is je remweg normaal gesproken vier keer zo lang. Bij gladheid wordt dat nog versterkt. Winterbanden mogen een kortere remweg hebben dan zomerbanden, als je hard rijdt wordt dat effect volledig opgeheven. ANWB: rijden bij gladheid

Fabel

Fabeltje: de bandenspanning verlagen zou helpen bij gladheid. De banden maken daardoor meer contact met de weg en dat zou moeten resulteren in extra grip. Helaas: te slappe banden gaan ten koste van de stabiliteit. De zachtere structuur van winterbanden verergert dat alleen maar. Om winterbanden optimaal te laten functioneren, is de juiste bandenspanning nóg belangrijker.

Meer tips

Bijvoorbeeld op Autowereld.com , het online magazine van autoliefhebbers staan eveneens taltrijke tips. Een greep daaruit:

1) Verwijder voor vertrek met een zachte borstel zo veel mogelijk sneeuw van je auto. Dus niet alleen van de ruiten, maar ook de motorkap en het front (want dit kan op de voorruit waaien), de spiegels, het dak en de flanken. Je achterliggers zullen je dankbaar zijn.

2) Het heeft niet bijster veel zin om de auto een kwartier of zelfs langer warm te laten draaien voor je vertrekt. De motor warmt er nauwelijks van op en het is bijzonder slecht voor het milieu.

3) Omdat je (gemiddeld) langzamer rijdt, zal je langer over je traject doen dan gewoonlijk. Hou hier rekening mee en vertrek daarom eerder van huis, want een gehaaste rijstijl levert eigenlijk nooit iets op. In het bijzonder bij dit weer niet.

4) Ga er niet van uit dat de toestand van de weg overal hetzelfde is. Elke brug, kruispunt of zijstraat kan veel gladder zijn dan je verwacht. Vertrouw dus niet op je ondervindingen tijdens de afgelopen kilometers, maar behandel elke nieuwe situatie met hernieuwde aandacht.

5) Probeer constant te rijden. Zowel bij jou als bestuurder van de auto, maar ook je achterligger(s) geeft dat meer rust, wat veiliger is. Een extreem terughoudend dan wel paniekerig rijgedrag levert juist eerder gevaarlijke situaties op.

6) Probeer je auto te ‘voelen’. De informatie die de wielen doorgeven vertellen je veel over de toestand van het wegdek. Kleine tegenstribbelingen, zijstapjes en dergelijke geven je een goede indicatie van de berijdbaarheid van de weg waarop je rijdt.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland