Reconstructie: hoe in Leeuwarden het Paleis van Justitie in brand vloog door een pannetje pap

Precies een eeuw geleden was Leeuwarden in rep en roer. Het Paleis van Justitie stond in lichterlaaie. Het was een van de bekendste stadsbranden in de vorige eeuw.

Paleis van Justitie Zaailand Wilhelminaplein Leeuwarden brand 1919. FOTO HISTORISCH CENTRUM LEEUWARDEN

Paleis van Justitie Zaailand Wilhelminaplein Leeuwarden brand 1919. FOTO HISTORISCH CENTRUM LEEUWARDEN

‘Als een noodkreet klonk gistermiddag door de straten onzer stad de roep: ‘Het Paleis van Justitie in brand!’’ Mensen uit alle hoeken van de binnenstad kwamen kijken op het Wilhelminaplein, waar ,,een vreeselijk schouwspel te zien was’’, zo meldde deze krant op 7 februari 1919.

Vuurtongen lekten uit het dak en langs de goten, waarna een vuurgolf uit het dak sloeg, met geweldige rookkolommen als gevolg. Het begon rond half twee die middag en werd ontdekt door mevrouw Stelstra, de moeder van de conciërge, die boven de ingang van het gebouw woonde. Toen ze om twee uur ’s middags haar kamer opende, sloegen de rookwolken haar tegemoet.

Sneeuwballen door de ramen gegooid

De brandweer arriveerde met alle beschikbare mannen: zoveel mogelijk ruiten werden ingeslagen en het dak geopend. Er werden zelfs sneeuwballen door ramen gegooid, zodat de rook zou ontsnappen en brandweerlieden erbij konden. Of dat – met de kennis van nu – de beste blusmethode was, valt te betwijfelen, maar na uren blussen kreeg de brandweer het vuur wel onder controle. ,,Tegen 5 uur was het gevaar volkomen geweken.’’

Daarvoor waren nog wel de wapenleeuwen van het fronton boven de ingang onder gejuich van het publiek neergestort, zo blijkt uit de beschrijvingen. Het waren de leeuwen van het Friese provinciewapen, want het gebouw was door de provincie gebouwd en oorspronkelijk ook gebruikt door provinciale staten. Pas veel later zou het huidige rijkswapen hier worden opgehangen.

Oorzaak: potje met brij

De oorzaak van de brand werd een dag later bekendgemaakt: ,,Het is wel een zeer onschuldige daad. Men kent het gebruik, dat van een bed gemaakt kan worden om eten warm te houden, ter besparing van brandstof. De weduwe Stelstra had een potje met brij op de kachel gekookt, en in het bed in haar kamer in een deken geplaatst om het voedsel warm te houden.’’ Dit pannetje pap liet waarschijnlijk iets smeulen, waarna het beddengoed in brand vloog. ,,Aan kwaadwilligheid mag dus, dat heeft dit gerechtelijke onderzoek absoluut uitgemaakt, niet gedacht worden.’’

Na de brand ontstond een hoop gekissebis over de aanpak door de brandweer via ingezonden brieven in de LC. De zielige straaltjes waarmee de brandweer het vuur bluste, waren bedroevend en dat kwam door het slechte materieel, schreef een criticus. Waarom had Leeuwarden geen motorspuit, vroegen veel mensen zich af. Elders in het land beschikte de brandweer hier wel over.

De gezaghebbende architect Willem Cornelis de Groot reageerde met de mededeling dat er met het materieel toch weinig mis was geweest. Brandblusmeester Troelstra gaf in een brief echter toe dat aanschaf van een motorspuit wenselijk was. Hij zei ook hoe moeilijk de brand te bestrijden was geweest in de lastig bereikbare zolderruimtes.

Brandweer ging er op vooruit

Deze discussie zat de gemeenteraad niet lekker. Het materiaal van de brandweer was ook in de ogen van de politieke partijen onvoldoende en ze besloten in oktober 1919 om voor 50.000 gulden zes motorspuiten aan te schaffen. De brandweer ging er dus flink op vooruit. Zo had de brand dus nog positieve gevolgen voor de stad.

De renovatie van het beschadigde – onverzekerde – gebouw startte al snel. Toen in juli de zomerkermis begon op het Zaailand, zag het deftige gebouw er van buiten alweer bijna net zo uit als voor de brand. De rechtsgang lijkt relatief weinig last te hebben gehad van het vuur. Wel bleken hier en daar de dossiers van verschillende rechtszaken door elkaar te zijn geraakt in de chaos.

Het Paleis geldt tegenwoordig als een van de belangrijkste classicistische monumenten in de Leeuwarder binnenstad. Het werd in 1852 in gebruik genomen als gerechtshof en onderkomen van de provincie. Daarvoor zat justitie een tijdje in de Infirmerie en daarvoor in het Landschapshuis naast de Kanselarij. De Oude Heerengracht werd gedempt om de bouw mogelijk te kunnen maken.

Ontwerp van Thomas Romein

Het ontwerp was in 1846 getekend door Thomas Romein, de belangrijkste Leeuwarder stadsarchitect van de negentiende eeuw. Zijn gebouwen zijn nog altijd bekend en geliefd, denk bijvoorbeeld aan de Beurs op de Wirdumerdijk en de Hoofdwacht aan het Gouverneursplein, waar tegenwoordig de gemeenteraad in vergadert.

In die tijd was overigens niet iedereen enthousiast over Romeins ontwerp. De beroemde reizende schrijver Jacob van Lennep en zijn collega Jan ter Gouw beschreven het gebouw als ,,antieke witgepleisterde tempel in timmermansbouwstijl, die men niet genaken kan zonder het gevaar van om te waaien en binnen welke men vergaat van de tocht’’.

Er zouden nog vele brandjes volgen in en rond het Gerechtshof, maar nooit met zoveel schade als in 1919. De Duitsers staken het gebouw in 1945 in brand met de bedoeling het te verwoesten voorafgaand aan de intocht van de Canadezen. Al te veel schade richtte hun poging echter niet aan. De Duitsers staken ook het Old Burger Weeshuis op het Zaailand aan. Dat gebouw brandde geheel af.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland