Italiaanse ondernemers uit Haren gaan friet bakken in Cambodja: Power to the piepers

Vraag: wat verbindt Heerenveen, Haren en Napels met Cambodja? Antwoord: de aardappel. Over het frituur-avontuur van Egon en Imma Russo, twee mode-ondernemers die iets héél anders gaan doen.

In 2000 beginnen Egon en Imma Russo aan een zoektocht die zal eindigen in het luxe merk Russo Italia aan het Raadhuisplein. Vanaf oktober storten ze zich in een nieuw avontuur in Cambodja; ze gaan daar de aardappel introduceren.

In 2000 beginnen Egon en Imma Russo aan een zoektocht die zal eindigen in het luxe merk Russo Italia aan het Raadhuisplein. Vanaf oktober storten ze zich in een nieuw avontuur in Cambodja; ze gaan daar de aardappel introduceren. Foto: Corné Sparidaens

Orde. Alles ademt orde bij herenmodewinkel Russo Italia aan het Raadhuisplein in Haren. De rijen colberts, de zorgvuldig opgerolde stropdassen, de shirts, met streepje of ruit, uitgestald in hun notenhouten kasten. En aan de grote tafel zitten Egon en Imma Russo, mode-ondernemers alhier sinds 2001, ze serveren een cappuccino en doen hun verhaal. Een verhaal dat niets te maken heeft met de mandarin-collar, of waarom de riem moet kleuren bij de schoen, of de perfecte manier om een stropdas te strikken.

Hun verhaal gaat over de aardappel.

Egon en Imma Russo gaan na de zomer iets heel anders doen. Ze verlaten hun winkelpand, veilen het notenhouten interieur en de inboedel en vertrekken naar Cambodja om daar een friet-keten te beginnen.

U leest dit goed.

Blijven of breken?

,,We beseften dit jaar ineens: we hebben deze winkel nu twintig jaar’’, zegt Egon. ,,We hebben de helft van ons werkzame leven erop zitten, wat gaan we doen met de andere helft? Wilden we ons huurcontract voor de vijfde keer verlengen of werd het tijd voor iets heel anders?

Blijven of breken? Op het moment dat zo’n gedachte postvat in de krochten van het brein, ligt het antwoord op de vraag doorgaans al voor het grijpen.

Het antwoord was: ja. Ze wilden iets anders.

Amore op het eerste gezicht

En wie de Russo’s kent, zal er eigenlijk niet van opkijken: avontuur zit in hun bloed. Ze zijn allebei geboren in Italië maar Egon heeft een Fries accent omdat hij opgroeide in Buitenpost.

Aan het eind van de vorige eeuw ontmoette hij Imma op de bruiloft van zijn neef. Hij was afgestudeerd in communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Twente, zij had net haar bul gehaald in de Chinese taal en letterkunde, en het was amore op het eerste gezicht.

Ze wilden een eigen bedrijf. Zo konden ze de hele dag samen zijn. Hun Italiaanse opa’s en oma’s waren ook ondernemers, Egons familie dreef verschillende kruideniers in het Westerkwartier, ondernemen zat in hun genen – ondernemen dus, maar waarin?

Eten? De Italiaanse keuken, daar waren ze mee opgegroeid. Ze overwogen een Italiaans-gezonde tegenhanger van McDonald’s, maar zagen zichzelf niet achter een counter staan.

Drie pakken voor de prijs van één

Toen Egon een pak wilde kopen voor zijn afstuderen, ging hij naar Napels, daar kon hij drie pakken kopen voor de prijs van één kostuum in Stad.

Napels is dé stad van de herenmode. Het stikt er van de kleine kleermakersbedrijven, oude, gespecialiseerde familieateliers. Het bracht hen op een idee. Waarom geen speciaal in Italië gemaakte kleding verkopen onder de naam Russo Italia?

Er waren tijden dat ze wanhoopten. Het vinden van een winkelpand was in het jaar 2000 voorwaar geen sinecure. In die tijd boden winkeliers andere winkeliers geld om hun pand onderhands over te mogen nemen.

Tot ze hoorden dat er in Haren een nieuw winkelcentrum verrees. Een jaar later hakten ze de knoop door, huurden een winkelpand aan het Raadhuisplein, en sinds die tijd is Russo Italia een feit.

Kunstenaars met naald en draad

Hier verkopen ze herenkleding die in de kleine zelfstandige Napolitaanse ateliers al generaties lang wordt vervaardigd. Imma en Egon kennen de kleermakers persoonlijk en laten zich door hen adviseren; de gebogen mannen op hun kruk, werkend aan het perfecte jasje. De ricamatrici, kunstenaars met naald en draad.

Alle mannen van het NNO worden sinds 2013 door hen van op maat gemaakte rokkostuums en zwarte pakken voorzien. De musici komen dan langs met hun instrumenten en leggen hun wensen op tafel: sommigen willen meer ruimte in de schouders, anderen graag een groter armsgat, of een wijdere broek om comfortabel te kunnen zitten; het steekt best nauw.

,,Makkelijk was het niet in het begin,’’, zegt Egon. ,,We moesten vertrouwen winnen van de klanten, het merk waarmaken. Aan damesmode hebben we ons nooit gewaagd. Dat is een heel ander vak, vluchtiger, modischer, trendgevoeliger. Herenmode is tijdlozer. Heb je bijvoorbeeld een goede pasvorm van een overhemd gevonden, dan zijn het verder variaties op een thema.’’

Het zijn mooie, maar ook roerende tijden geweest. De Project X-rellen. Een ramkraak. Vuurwerk tegen de etalage. ,,Dat raam’’, wijst Egon ,,is vier keer vervangen.’’

Nu, twintig jaar later, is de winkel hun huiskamer. Aan de grote notenhouten tafel verzamelen zich de vaste klanten die jaar in jaar uit terugkwamen. Vaders. Tegenwoordig ook hun zonen.

Heartconnection

De jaren gingen snel. Ineens zijn er twintig voorbij. En het kriebelt. Imma wilde na haar studie Chinese literatuur en letterkunde naar dat werelddeel verhuizen, maar haar huwelijk met Egon deed haar voor Nederland kiezen. Haar ouders blij. Maar Azië bleef trekken. Ze gingen er bijna ieder jaar op vakantie naartoe. ,,De sfeer, de mensen, het klimaat, de natuur, de tradities’’, somt Imma op. ,,Ik voel me daar op een vreemde manier thuis.’’

Twee jaar geleden reisden ze door Cambodja. Imma: ,,Ik was op slag verliefd. Ik zei twee dagen later tegen Egon: hier wil ik wonen. De vriendelijkheid van de Cambodjanen, hun openheid. We hebben in hele korte tijd vriendschappen gesloten met mensen met wie we nu nog dagelijks contact hebben via videocalls. Het klikt. Het is een heartconnection zoals je in Nederland niet kent.’’, zegt ze. ,,Hier zijn de mensen toch iets afstandelijker.’’

Toen kwam corona.

Iets anders – maar wát?

,,Dat bleek de katalysator’’, zegt Egon. ,,We vroegen ons af: hoe komt het retaillandschap er na deze crisis uit te zien? We wisten: als we nu door willen met de winkel, moeten we restylen, opnieuw geld investeren. Dus we dachten: wat als we nu eens iets anders gaan proberen, als een soort time-out? We kunnen later alsnog terug in de retail als we dat zouden willen, we sluiten geen deuren, we kunnen wel weer ergens een winkel openen, we hebben die kennis immers.’’

Andermaal vroegen Imma en Egon Russo zich af: maar wát gaan we dan doen?

Langzaam ontstonden de contouren van een businessplan. In Cambodja, hoorden ze van hun vrienden, heeft de coronacrisis hard toegeslagen. ,,Het land leeft van confectie en toerisme’’, zegt Egon. ,,We willen iets doen dat ook voor de locals geschikt is. Cambodja is van oudsher een landbouwland. We wilden iets simpels bedenken: Wat gaat altijd door?

Eten.

Wat is simpel te bereiden eten?

Friet.

Wat spreek grote groepen mensen aan?

Friet.

Zaterdagavond patatavond

De Russo’s houden van friet. ,,We hebben het altijd zelf gebakken, elke zaterdagavond, twintig jaar lang,’’, zegt Imma. ,,We zochten de lekkerste aardappelrassen, onze vrienden waren er dol op. Vroegen wanneer ze weer eens friet konden komen eten.’’

Wat handig is: je hebt voor friet weinig anders nodig dan een frituurpan en olie. De bereidingswijze is snel uit te leggen aan iemand die het nog nooit heeft gedaan.

Wat je daarbij wel nodig hebt is: de aardappel.

En laten ze daar nou net iets te weinig van hebben in Cambodja. Er wordt voornamelijk rijst verbouwd. Maar daar gaat verandering in komen, als het aan de twee Harense entrepreneurs ligt.

Aardappelexperiment

Ze stuitten in hun onderzoek op een oud krantenartikel uit 2016, dat gewag maakte van een Cambodjaans aardappelexperiment, uitgevoerd door de universiteit van Phnom Penh. Twee Friese aardappelteeltbedrijven, het Heerenveense Europlant en IPM uit Deinum hadden een aardappeltype ontwikkeld voor een droog klimaat.

Een Duitse non-profitorganisatie had het project destijds gefinancierd. Eén van hun nieuwe Cambodjaanse vrienden vroeg de onderzoeksresultaten op. Wat bleek: de aardappelen gedijden op het Cambodjaanse platteland.

,,De enige schakel die ontbrak was de laatste’’, zegt Egon. ,,Die van het vermarkten van het product, en de aandacht daarvoor genereren.’’

Laten Egon en Imma Russo, na jarenlang ondernemen, daar nou net gepokt en gemazeld in zijn? En laten ze in Cambodja nou gek zijn op frituur?

Soms is een plus een meer dan de som der delen.

Laatste schakel

,,Frietcafés zouden die laatste schakel kunnen zijn’’, zegt Egon. ,,Verse friet met toppings als stoofvlees, aangepast aan het smaakpalet van de Cambodjanen.’’

De Duitse overheid wil het aardappelproject via Europese gelden ondersteunen. De Cambodjaanse overheid is enthousiast. De boeren willen graag een nieuw product verbouwen naast hun rijst.

,,Voor de teelt van 1 kilo rijst heb je 4 liter water nodig’’, zegt Egon, ,,En dan nog is de voedingswaarde minder dan in 1 kilo aardappelen. De Cambodjaanse landbouw wil inzetten op diversificatie, moet crops toevoegen om ervoor te zorgen dat er genoeg monden gevoed kunnen worden. Deze Friese aardappelen zijn een waardevolle aanvulling in het droge seizoen, als de rijst niet verbouwd kan worden. Een deel zal verkocht worden als aardappel, maar om het meteen rendabel te maken wordt het grootste deel van de oogst gebruikt voor de snackcultuur.’’

Voor de duidelijkheid: een ‘frietje mayo’ of een ‘patatje oorlog’ is niet wat ze willen verkopen. Alleen als ze de toeristenmarkt willen bedienen. Misschien ook aan Cambodjanen maar dan willen ze eerst onderzoek doen hoe groot de behoefte zou zijn. Egon: ,,In Cambodja is een groeiende middenklasse die het hip vindt om pizza’s en hamburgers te eten.’’

Frietfoodtrucks

Het is niet de bedoeling dat het bij één friettentje blijft, zeggen ze. ,,We willen ook graag kleine ambulante winkels, driewielige Piaggo Ape’s verbouwen tot foodtrucks. Om je zichtbaarheid te vergroten. Dan kun je ook naar drukke plekken toe, naar feesten en partijen, die zijn populair in Cambodja.’’

Ze hebben er zin in. Het is een machtig plan. Het voelt goed, zeggen ze, om arbeidspotentieel vanuit Noord-Nederland naar Cambodja te brengen. Ze willen vooral graag werkgelegenheid bieden aan mensen uit de hotelwereld – een sector die zwaar werd getroffen door de coronacrisis.

Maar dat fantastische plan ligt kilometers buiten hun comfortzone, dus eng is het wel.

Een aardappel is als een ei

Egon: ,,We zijn geen boeren, maar we worden wel afhankelijk van boeren. De oogst is aan voorwaarden gebonden. In Cambodja kun je aardappelen alleen op een hoogte boven 600 meter verbouwen, anders is het te warm. Ook niet in het natte seizoen. Alleen in het droge seizoen, van oktober tot februari. Twee keer oogsten moet lukken. Voor de boeren een mooie extra inkomstenbron, omdat ze in die periode geen rijst kunnen verbouwen. Wij hebben 25 ton op jaarbasis nodig per filiaal en we willen ook leveren aan groothandels. Maar we moeten de aardappels dus van februari tot september goed houden. Hoe moeten we ze bewaren? Als je een aardappel te koel bewaart, versuikert-ie en is hij niet meer geschikt voor de friet. Een aardappel moet je net zo voorzichtig behandelen als een ei. Anders gaat-ie heel snel rotten. En wat als de oogst mislukt? Kunnen we dan importeren via Nederland of Vietnam, waar wel aardappelen verbouwd worden? Er is nog geen infrastructuur. Daar zit de grootste uitdaging.’’

De Friese aardappeltelers voorzagen de Russo’s van aardappels om te testen. Hun voorkeur gaat uit naar de Tornado aardappel van IPM of de Donata van Europlant. De Tornado bleek in 2016 al succesvol tijdens de experimenten in de Cambodjaanse landbouwgrond. Er zijn al boeren die mee willen werken, zij werkten destijds mee aan het experiment. De boeren moeten wel getraind worden. Daar willen de Friese pootaardappeltelers graag aan meewerken. ,,We halen hier 60 ton aardappelen van een hectare land. In Cambodja is dat nu nog 25 ton per ha. Voor een eerste poging is dat netjes. Maar met meer kennis over bewatering en kunstmest, kan die productie omhoog.’’

Veiling van het interieur

Friet in Cambodja. Het zal een project van lange adem worden. Als er in oktober volgend jaar gepoot wordt, dan zijn de aardappelen met kerst 2022 pas uit de grond. Er kan veel misgaan, dus makkelijk maken ze het zichzelf niet. Daar zijn ze zich van bewust.

Maar ze gaan. Op 1 september sluiten ze hun winkel. Het notenhouten interieur, de etalagepoppen, de lockmachine waarmee de rafelende naden werden afgewerkt en de grote tafel waaraan ze zoveel gasten hebben ontvangen; dat alles wordt eind augustus geveild. Met het geld willen ze ervoor zorgen dat door Corona werkloos geworden vrienden in Cambodja de mogelijkheid krijgen om een eigen bedrijfje te starten. Daarmee steunen ze, net als in Napels, kleinschalig ondernemerschap.

En kan het nieuwe avontuur beginnen. Maar ze gaan niet over een nacht ijs.

Rondkijken

In oktober reizen ze naar het land van hun nieuwe toekomst. Egon: ,,We gaan eerst een paar maanden rondkijken. Bevalt ons dit echt? Eind van dit jaar kijken we of we echt blijven en hoe we onze boterham gaan verdienen. Met friet alleen? Gaan we nog meer dingen frituren, Italiaanse rijstballetjes bijvoorbeeld, of gefrituurde pizza, of zoetigheden? De recepten voor de friet verzinnen we zelf, met Cambodjaanse vrienden. Niemand kent daar friet, dus we gaan kleine porties uitdelen op markten. Free-sampling, dat werkt goed.’’

Zelf gaan ze overigens niet achter de frituurpan staan. ,,We willen een serie kleine friettentjes opzetten en aansturen die door locals gedreven worden. Wij zijn nu onze winkel. Dat willen we niet weer. Daarom hebben we er doelbewust niet voor gekozen om een hotel of B&B te exploiteren. We willen reizen, naar Europa kunnen, niet meer dagelijks in onze winkel staan. We komen ook één of twee keer per jaar terug om maatwerk voor onze klanten te kunnen bljven maken. We blijven eens in de vijf jaar het NNO kleden. Dan worden we travelling tailors , reizen we met stoffenstalen tussen Italië en Nederland.’’

Bloemen en tranen

Een Cambodjaans huis hebben ze nog niet. Imma scant dagelijks de woonadvertenties van de Khmer Times en de Phnom Penh Post, scrollt door de Real Estate pagina’s –de Cambodjaanse Funda- op zoek naar huizen of stukjes grond. ,,Geen winter… ‘’, verzucht ze. ,,Heerlijk.’’

De klanten zijn beduusd. Komen langs met bloemen en chocola. Een dame barstte laatst in tranen uit. Maar hun plan is gemaakt. Het wordt misschien weer niet makkelijk, maar ze gaan ervoor. Power to the piepers! Van Napolitaanse stropdas naar Friese friet; het kan verkeren.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Eten & drinken
Instagram