Optimisme over weidevogels na ongewoon broedseizoen

Een grutto op een paal van Staatsbosbeheer bij het broed- en rustgebied de Broekster Petten bij Augustinusga. Foto Marcel van Kammen

Het nattere en killere voorjaar lijkt voor weidevogels niet zo slecht uit te pakken. Kenners zijn optimistisch over het nestsucces. En dan zijn alle eieren nog niet eens uitgebroed.

In de betere vogelgebieden hangt de lucht vol met alarmerende grutto’s, tureluurs en kieviten. Je telt er zo tientallen tot wel honderd paren met jongen. RUG-onderzoeker Egbert van der Velde ziet het in Skriezekrite Idzegea. Boswachters Simon de Winter (Natuurmonumenten), Ulco Hoekstra (It Fryske Gea) en Bennie Henstra (Staatsbosbeheer) merken hetzelfde op in de gebieden die zij beheren.

Hoopvol beeld van gruttokuikens

,,It is in apart foarjier, mar ik kin net oars as ‘gematigd positief’ wêze. En dat is al hiel wat nei it barre seizoen fan ferline jier’’, zegt voorzitter Frans Kloosterman van de Bond Friese Vogelwachten (BFVW). Pas in het najaar maakt de bond met alle terreinbeheerders de balans op, maar zo slecht als vorig jaar zal het zeker niet zijn.

In 2020 kwam het bruto territoriaal succes (BTS - de kans dat een paar minstens één kuiken grootbrengt) voor Friesland uit op slechts 40 procent. Nu ziet Van der Velde op sommige plekken het andere uiterste. ,,Ferline wike kamen we yn it reservaat achter de Gaastmar suver út op in BTS fan 100 prosint. Dat betsjut dat hast alle spantsjes dêr har piken noch hiene. En ast it dan oer hûndert pear skriezen hast, dan set soks wol seadden oan de dyk. Dat hie ik noch noait sa meimakke.’’

Hij tekent er wel bij aan dat de RUG-onderzoekers pas over twee jaar een streep onder dit gruttoseizoen trekken. Dan is pas duidelijk hoeveel geringde en gezenderde dieren na de trek terugkeren om hier te broeden. ,,Mar dat nimt net wei dat it no knap liket te wêzen. De piken dy’t wy weromfange binne ek goed op gewicht.’’

Voedselrijk voorjaar: nog altijd vogels op de eieren

Het klimaat lijkt de vogels voor een keertje in de kaart te spelen. Na drie kurkdroge voorjaren was het ditmaal opvallend nat en ook beduidend kouder. ,,De afgelopen jaren was de bodem vaak zo hard als beton. Nu was-ie overal zacht en zaten de wormen hoog, zodat er voor de ouderdieren steeds genoeg te eten was’’, legt Bennie Henstra uit. Het maakt dat de vogels ook na een mislukt legsel de moed opbrengen om opnieuw te beginnen. ,,Er zitten nog steeds grutto’s, tureluurs en kieviten op eieren.’’

De kou maakte dat de grasgroei laat op gang kwam en dat het land lang nat bleef. Boeren kunnen pas sinds twee weken met goed fatsoen maaien. Van de extra rust en dekking in het veld hebben vogels en kuikens in ieder geval tot dat moment geprofiteerd, menen de kenners. Hoekstra en De Winter signaleren elk dat weidevogels opvallend lang in de broedgebieden blijven.

Om die reden zullen Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer hun land nog niet snel vrijgeven om te maaien. In ieder geval niet op de klassieke datum van 15 juni. De Winter: ,,Dat sil earder nei 1 july ta gean. We meane pas as alle piken der út binne.’’ Henstra: ,,Onze pachters willen graag hooien omdat er mogelijk een weersverandering aan zit te komen. Dat is een legitieme vraag, maar er zitten nog te veel vogels waarvoor we de rust en ruimte willen bewaren.’’

Predatoren

En hoe zit het met de predatoren? Frans Kloosterman: ,,Op guon plakken ha we grutte ferliezen sjoen. Benammen yn it súdeasten fan de provinsje, ek om’t de foksejacht troch de jûnsklok in skoft stillein hat.’’ Bennie Henstra ondervond dat ook in De Lange Ripen bij Tijnje. ,,Maar nadat daar later in het seizoen nog twee, drie vossen zijn geschoten, zagen we een opleving in de late legsels. Ik hoop dat die eindsprint nog wat goedmaakt.’’

In Skriezekrite Idzegea werden voor het seizoen vijf steenmarters weggevangen en gedood. Toch doken op nestcamera’s nadien nog verscheidene marterachtigen op. Van der Velde: ,,Oan it begjin fan it seizoen hiene wy it idee dat it allegear wer niks wurde soe, mar dan sjochst dus ek dat dat net alles seit. Oan de oare kant hiene wy ien ôfsluten polderke dêr’t in stienmurdwyfke efterbleaun wie. Dat hat wol dat hiele gebiet mei sechstich span fûgels leechhelle. Dan kin ien sa’n spesjalist raar wurk meitsje.’’

,,It liket der ek op dat rôffûgels net hiel fûl mei piken dwaande binne. Blykber ha se ek oars wol wat te fretten. Dat sille net de mûzen wêze, want dêrfan fernimst net folle. Miskien rjochtsje se har mear op einepiken, want dêr sjoch ik wol in soad fan.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Weidevogels
Natuur en milieu