Op het randje van 'code zwart': Friese verpleegkundige hielp twee maanden op ic op Aruba (en zag dat de problemen daar heel anders zijn dan in Nederland)

Verpleegkundige Evert Bakker hielp twee maanden mee op de ic van het ziekenhuis op Aruba. Hij merkte dat de problemen daar van een heel andere aard zijn dan in Nederland.

Archiefbeeld van het ziekenhuis op Aruba.

Archiefbeeld van het ziekenhuis op Aruba.

Het begon toen hij via LinkedIn de vraag kreeg van het (Nederlandse) ministerie van Volksgezondheid of hij niet tijdelijk in het Horacio Oduber Hospitaal in Oranjestad zou willen werken. ,,Vanuit het ministerie hadden ze een project opgezet om ic-verpleegkundigen en ic-artsen voor dat hospitaal te werven, omdat er niet genoeg mensen zijn.”

Het leek de 29-jarige Bakker een mooie uitdaging. Hij kreeg verlof van zijn werkgever het Diakonessenhuis in Utrecht en vertrok 1 februari voor twee maanden naar Aruba.

Al snel werd duidelijk dat de problemen in het Arubaanse ziekenhuis van een andere orde zijn dan in Nederland – vooral omdat het het enige ziekenhuis is van het eiland. ,,Als het Diakonessenhuis vol is, kunnen nieuwe patiënten naar andere ziekenhuizen worden gebracht. Maar op Aruba is het ‘vol is vol’. Als er dan toch nieuwe patiënten komen, moet je je capaciteit uitbreiden of anders nee verkopen.”

 

Dat laatste was gelukkig niet nodig in de periode dat hij er was, zegt Bakker. Na een uitbreiding van de ic-afdeling van twaalf naar twintig bedden was er steeds net genoeg ruimte om alle coronapatiënten op te kunnen nemen. Al scheelde het niet veel. ,,In Nederland dreigde op een gegeven moment code zwart, maar daar is het écht dichtbij.”

Tekort aan zuurstofslangen

Vooral met de beschikbaarheid van materiaal was het ook spannend. Zo was er een tekort aan zuurstofslangen voor de beademingsmachines. ,,Je kunt ze wel bestellen, maar op Aruba duurt het een eeuwigheid tot de nieuwe er dan zijn. Dat is een heel verschil met Nederland, waar het met materialen en medicatie altijd wel goed geregeld.”

Op een gegeven moment konden zo een stuk of zes beademingsmachines niet worden gebruikt. Gelukkig waren er nog net genoeg over. ,,Je loopt daar altijd op het randje. Op de een of andere manier lukt het meestal net om alles rond te krijgen.”

 

Soms moest dat wel met kunst- en vliegwerk. Dat was bijvoorbeeld nodig toen een tekort dreigde aan infuuspompen. Bij sommige patiënten werd er toen voor gekozen om enkele medicijnen toe te dienen zonder infuuspomp. ,,Dat deden we dan met een infuus dat over de hand loopt, een soort druppelinfuus.” Ook kon noodgedwongen het hygiënevoorschrift soms niet worden gevolgd dat ieder infuus wekelijks werd vernieuwd, vertelt hij.

Niet dat het continu behelpen was. ,,Het klinkt nu misschien heel zwaar en negatief, maar zo was het zeker niet. Uiteindelijk hadden ze er alles goed voor elkaar. Geen patiënt heeft onnodig hoeven lijden.”

Leerzaam

En met alle collega’s – er waren ook tijdelijke krachten uit Engeland en Amerika – was het ook erg leerzaam, zegt Bakker. Zo verbaasde hij zich er aanvankelijk over dat patiënten met een ‘high flow’ – een machine die zuurstof in de neus blaast bij mensen die nog net niet aan de beademing hoeven – op hun buik werden gelegd. ,,In Nederland, of in ieder geval in ons ziekenhuis, liggen de mensen op de rug. Ik dacht eerst: dat is gek. Maar het werkte als een trein.”

Uiteindelijk hoefden relatief weinig van deze mensen aan de beademing, zegt hij. ,,Dat is wel leuk: zulke inzichten kun je weer meenemen naar Nederland.”

Bakker is geboren en getogen in Kûbaard, en woonde later ook in Sneek. Sinds acht jaar woont hij in Utrecht, waar hij momenteel samenwoont met zijn vriendin.

 

Al met al was het een leerzame ervaring, zegt Bakker. Het was hard werken, maar in de vrije tijd voelde het toch ook wel als vakantie. ,,Het leven is heel anders. Als ik klaar was met werken, ging ik meteen naar het strand. Op het strand liggen, of kitesurfen – dat heb ik ook veel gedaan. En de horeca was gewoon open. In de strandtent kon je gewoon een biertje halen.”

Zo zou hij ook best nog een keer willen gaan. ,,Je bent echt wel nodig en je voelt ook dankbaarheid. Al merk je af en toe wel dat de mensen die er werken het soms ook wel vervelend vinden dat ze ineens dertig vreemde verpleegkundigen om zich heen hebben. Dat begrijp ik ook wel. Maar ik zou het zeker nog wel een keer willen doen. Heerlijk om twee maanden lekker op een zonnig eiland te werken.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland