Op de bres voor de bruinvis | LC Toptalent

Wat hebben dove bruinvissen te maken met windmolenparken op zee? Marja Heldeweg onderzocht de effecten van windparken op één van de gevoeligste dieren van de Noordzee.

De roep om meer windmolens op zee is sinds de oorlog in Oekraïne alleen maar luider geworden. Maar als het onderwerp in het nieuws is mist Marja Heldeweg (15) uit Terwispel, leerling van groenschool Aeres in Heerenveen, vaak de aandacht voor bruinvissen die doof kunnen worden tijdens de aanleg van windparken. ,,Ze hebben elke dag zeven kilo vette vis nodig, maar als ze doof zijn kunnen ze die vis niet vinden en verhongeren ze. Daardoor zijn er op verschillende plekken langs de kust dode bruinvissen aangespoeld.”

De weetjes vliegen je om de oren als de vmbo’er over haar profielwerkstuk (pws) begint te praten. Dat is ook niet zo verwonderlijk want ze spendeerde vele uren aan het doorspitten van tientallen artikelen voor haar eindwerkstuk. Vanwege haar dyslexie was dat soms best pittig. ,,Je komt wel hele specifieke vaktermen tegen die je moet uitzoeken. Maar als ik iets interessants vind wil ik daar wel helemaal induiken.”

Marja volgt de richting ecologie voor de gemengde leerweg op Aeres. Ze wist al snel dat ze voor haar pws iets met waterleven en windmolens wilde doen. ,,Ik heb vorig jaar stage gelopen bij een ecologisch adviesbureau waarbij ik onderzoek moest doen naar het waterleven in boerenslootjes. Dan moest ik bijvoorbeeld met een schepnetje kijken wat voor visjes er in de sloot zaten. Ik weet daarnaast het een en ander van windmolens omdat mijn beppe er zelf één heeft en zo zijn beide zaken bij elkaar gekomen.”

Aanvankelijk wilde ze onderzoeken wat het effect was van windmolens op waterleven in het algemeen, maar ze kwam er al gauw achter dat dat te veel werk was. ,,Officieel hoef je hier niet meer dan 20 uren aan te besteden en nu was ik al 72 uur kwijt door alleen naar één vis te kijken. Maar bruinvissen zijn zo’n beetje de gevoeligste dieren uit de Noordzee dus als het met hen goed gaat, gaat het ook goed met een boel andere dieren.”

Het grote probleem voor de bruinvis zit in de aanlegfase van een windmolenpark. ,,Zodra een windmolenpark staat heeft hij er niet zoveel last van. Dan zwemmen ze er wel doorheen. Ze hebben vooral last van het heien van de fundering van de windmolens. De trillingen die hierbij vrijkomen zorgen voor gehoorschade. Binnen een straal van 1,8 kilometer om een windmolen kunnen de bruinvissen doof worden.”

De bruinvis is een walvisachtige en communiceert net als zijn grote broer met klikgeluiden over hele lange afstanden. Op basis van de weerkaatsing van het klikgeluidje weten ze ook waar ze vissen kunnen vinden om op te eten. ,,Voor de communicatie over lange afstanden hebben ze een gevoelig gehoor nodig. Daarom zijn ze ook zo vatbaar voor het lawaai dat vrijkomt bij het heien.”

In het werkstuk is de invloed van haar stage terug te zien. Het pws leest als een soort adviesrapport en het belangrijkste advies luidt in dit geval: houd rekening met bruinvissen bij de aanleg van windmolens op zee. ,,Ik vind het zelf ook belangrijk dat er meer duurzame energie wordt opgewekt, maar er kunnen ook windmolenparken worden gebouwd op een minder schadelijke manier. Zo wordt er wel gewerkt met zuignappen bij de fundering en zijn er drijvende windmolenparken. Het belangrijkste is dat er niet geheid wordt zodat er ook in de toekomst nog bruinvissen in de Noordzee zwemmen.”

Nieuws

menu